Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager(s): Apok nv, Oudestraat 11, 1910 Kampenhout. De aanvraag omvat de verkoop van dakmaterialen en toebehoren.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivering.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Apok nv, Oudestraat 11, 1910 Kampenhout, voor de inrichting gelegen aan de Noorderlaan 83, 2030 Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp de verkoop van dakmaterialen en toebehoren.
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
algemene milieuvoorwaarden – algemeen |
hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8; |
|
algemene milieuvoorwaarden – geluid |
hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6; |
|
algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater |
hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4; |
|
gassen – koelinrichtingen / compressoren |
afdeling 5.16.3; |
|
gassen – opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten |
afdeling 5.16.5. en bijlagen 5.16.1 en 5.16.2; |
|
opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders |
afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1; |
|
opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders |
afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7. |
Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:
Brandbestrijdingsmiddelen
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
Naast de brandbestrijdingsmiddelen wijst de brandweer erop dat volledig rekening moet gehouden worden met volgende inzake brandbeveiliging van toepassing zijnde wetten, verordeningen en besluiten:
Code van de Gemeentelijke Politiereglementen,
Titel 5 - Inrichtingen toegankelijk voor het publiek en recreatie
Hoofdstuk 1 - Inrichtingen toegankelijk voor het publiek
Afdeling 2: Maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand
Afdeling 5: Maatregelen van toepassing op inrichtingen toegankelijk voor het publiek waar 50 of meer personen toegang kunnen hebben.
Afdeling 6: Controle, afwijkingen en administratieve maatregelen
Afdeling 7: Pictogrammen. Uitgang(en), nooduitgang(en) en brandbestrijdingsmiddelen.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 24 juli 2015 en eindigt op 24 juli 2035.
Het college beslist dat de vergunde inrichting in gebruik moet genomen worden binnen de 3 jaar vanaf de startdatum van de vergunning, zoniet vervalt deze vergunning van rechtswege.