Terug

2015_CBS_06277 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 1 - watertoets - BP Europa SE, Benzineweg 11, 2020 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/204/AV. Voorwaardelijk gunstig advies - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 24/07/2015 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_06277 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 1 - watertoets - BP Europa SE, Benzineweg 11, 2020 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/204/AV. Voorwaardelijk gunstig advies - Goedkeuring 2015_CBS_06277 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 1 - watertoets - BP Europa SE, Benzineweg 11, 2020 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/204/AV. Voorwaardelijk gunstig advies - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 8, §3 van het decreet betreffende het integraal waterbeleid bepaalt dat het college advies kan verlenen over een watertoets van een milieuvergunningsaanvraag.

Aanleiding en context

Op 5 juni 2015 bracht het college advies uit aan de deputatie over een milieuvergunningsaanvraag klasse 1 met referentie MV2015/204/AV (referentie provincie MLAV1-2015-0082/DRDJ/indd) van BP Europa SE, Überseeallee 1, 20457 Hamburg (Duitsland).  Het betrof een aanvraag voor het hernieuwen, na verandering, van de milieuvergunning voor een smeermiddelenfabriek.

Op 1 juli 2015 vraagt de deputatie bijkomend advies met betrekking tot de watertoets aan het college over dezelfde milieuvergunningsaanvraag klasse 1 van BP Europe SE, vermits de inrichting gelegen is in mogelijks overstromingsgevoelig gebied.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het voorwaardelijk gunstig advies van 2 juli 2015 van de dienst ontwerp en uitvoering van de bedrijfseenheid stadsontwikkeling, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid bepaalt dat de overheid die moet beslissen over een vergunningsaanvraag advies kan vragen over het al dan niet optreden van een schadelijk effect en de op te leggen voorwaarden om dat effect te voorkomen, te beperken of, indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren aan de door de Vlaamse regering aan te wijzen instantie.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist het gunstige advies met betrekking tot de watertoets, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren onder volgende voorwaarden:

  • het bedrijfsafvalwater, inclusief het hemelwater dat door het contact met verharde grondoppervlakten zodanig verontreinigd kan zijn dat het als bedrijfsafvalwater beschouwd wordt, wordt na een voorbehandeling op eigen terrein geloosd in (een zijtak van) de Grote Leigracht. Dit is een ongeklasseerde waterloop in beheer bij stad Antwerpen en Natuurpunt vzw. Gelet op de aanwezigheid van openbare riolering in de openbare weg (Benzineweg) is het wenselijk om het behandelde afvalwater in de openbare riolering te lozen. Deze stroomt momenteel nog uit in de Schelde. Echter, op termijn zal de openbare riolering zijn aangesloten op een rioolzuiveringsinstallatie (RWZI). Bovendien wordt hiermee de waterkwaliteit en het biologisch leven in de Grote Leigracht – die in verbinding staat met het aangrenzend natuurgebied - niet negatief beïnvloedt;
  • het lijkt niet zinvol om rubriek 53.2.2 op te nemen in de basisvergunning. In het gebied staan de komende jaren veel ontwikkelingen gepland (Blue Gate), waardoor de effecten nu niet te bepalen zijn. Indien de exploitant tijdelijke bronbemalingen noodzakelijk acht in de toekomst, dient dit afgetoetst te worden tegen de dan geldende regels en inzichten;
  • het is zinvol om het hemelwater afkomstig van de daken van de magazijnen en loodsen – in totaal circa 8 000 m² – gescheiden op te vangen, zodat hergebruik, infiltratie en bufferen op eigen terrein mogelijk is – conform artikel 6.2.2.1.2 § 4 van Vlarem II. Zo wordt het negatieve effect van de dakoppervlakten - versnelde afvoer naar de beek of openbare riolering en verdroging van de bodem – verminderd.

Artikel 2

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
Stadsontwikkeling/vergunningen/milieuvergunningen het advies over te maken aan de voorzitter van de provinciale milieuvergunningscommissie.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.