Op 23 oktober 1996 (jaarnummer 14819) besliste het college om leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten op te sporen en te inventariseren. Sindsdien wordt jaarlijks een inventaris opgesteld.
In het bestuursakkoord 2013-2019 is een herinvulling van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten opgenomen om een aangename leefkwaliteit en veiligheid in de stad te verzekeren.
Het is de bedoeling om leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten op te sporen, te inventariseren en in kaart te brengen. Het Vlaamse gewest doet hierop een heffing als afschrikking en als sanctie. Anderzijds is er een subsidie als stimulans.
De stad maakt een inventaris op van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten op het grondgebied Antwerpen en levert deze input aan het Vlaams Gewest. Het Vlaams Gewest maakt dan de finale lijst.
Op 28/08/15 stuurde het Vlaams Gewest een uittreksel van de in de Inventaris geregistreerde onroerende goederen, gelegen in Antwerpen. De stad moet deze lijst ter inzage leggen conform de bepalingen in het decreet. Hierdoor start het openbaar onderzoek. De verdere afhandeling van bezwaarschriften gebeurt door het Vlaams Gewest.
De lijst moet worden bekendgemaakt 10 kalenderdagen voor 1 oktober 2015.
De inventaris ligt voor iedereen ter inzage van 14 september 2015 tot en met 25 september 2015 bij:
Leegstaande bedrijfsruimten halen het imago en de leefkwaliteit van een straat, wijk of gebied naar beneden. Via een getrapte procedure wil de stad de leegstand en verwaarlozing bestrijden. Het uiteindelijk doel van deze actie is te komen tot aangenamere buurten en ruimte bieden voor ondernemers.
De eigenaars van leegstaande bedrijfsruimten op de inventaris hebben 2 jaar tijd om hun panden voldoende te benutten en de verwaarlozing op te lossen. Zij moeten dus de eerste 2 jaar geen heffing betalen aan het Vlaams Gewest. Vanaf het derde registratiejaar moet er wel betaald worden als de problemen niet zijn opgelost.
Om deze heffing proactief te voorkomen, is het wenselijk om in beeld te brengen wat de mogelijke oorzaken zijn waardoor de bedrijfsruimte werd geïnventariseerd of de leegstand en/of verwaarlozing nog steeds niet werd opgelost.
De stad Antwerpen wil hier in eerste instantie een bevraging doen, persoonlijk aan elke eigenaar, opstalhouder, erfpachter of vruchtgebruiker, voor deze panden. Informatief zal de link naar de regelgeving en de brochure ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten worden opgenomen in de brief. Deze digitale brochure licht eenvoudig de procedure toe hoe een bedrijfsruimte terechtkomt op de inventaris, wanneer de heffing is verschuldigd en hoeveel die bedraagt, wat de mogelijkheden zijn tot schrapping en opschorting en het verkrijgen van een subsidie.
In tweede instantie is het de intentie van het beleid om een breder publiek en mogelijke investeerders te bereiken. Hiervoor zal het uittreksel uit de inventaris openbaar gemaakt worden via de website www.ondernemeninantwerpen.be gedurende de looptijd van het openbaar onderzoek. Er wordt ook een link voorzien zodat de ligging van de geïnventariseerde bedrijfsruimten makkelijk te bekijken is.
Het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten:
Artikel 9
De Vlaamse regering bepaalt onder welke voorwaarden het agentschap jaarlijks aan elke gemeente en aan de erkende proviniciale ontwikkelingsmaatschappijen een uittreksel opstuurt van de in de inventaris geregistreerde goederen. Binnen 30 kalenderdagen na ontvangst van het uittreksel maken de gemeenten door middel van een aanplakbrief gedurende minstens 10 kalenderdagen bekend dat dit uittreksel ter inzage ligt. De aanplakbrief vermeldt de plaats of plaatsen waar het ter inzage ligt van het publiek en de procedure voor bezwaar door derden zoals bepaald in artikel 10.
Het Vlaamse Gewest publiceert jaarlijks een algemeen overzicht van de verlaten en/of verwaarloosde bedrijfsruimten op basis van de inventaris.
Artikel 10
§1 Binnen 30 kalenderdagen na bekendmaking van het ter inzage liggen van het uittreksel kan iedere derde met een aangetekende brief bezwaar indienen bij de Vlaamse regering in verband met de niet-registratie van een bedrijfsruimte.
§2 De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden waaronder de betrokken eigenaar(s) en/of de gemeente gehoord moet worden, indien het bezwaar aanleiding zou kunnen geven tot wijziging van de inventaris.
§3 Binnen 60 kalenderdagen na betekening van het bezwaarschrift spreekt de Vlaamse regering zich uit over het bezwaarschrift en stelt zij degene die het bezwaarschrift heeft ingediend met een aangetekende brief in kennis van haar beslissing.
§4 Indien ingevolge de beslissing krachtens §3 de bedrijfsruimte alsnog dient geregistreerd te worden, wordt conform artikel 5 een registratieattest betekend aan de eigenaar(s). Deze kan in voorkomend geval gebruik maken van de beroepsprocedure zoals bepaald in artikels 7 en 8.
§5 Als het bezwaar, zoals bedoeld in §1, aanleiding geeft tot laattijdige registratie in de inventaris, heeft de registratie uitwerking vanaf de datum van indiening van het bezwaarschrift van de derde.
Het college neemt kennis van de inventaris van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten september 2015 en beslist om de inventaris (conform het decreet) ter inzage te leggen waardoor het openbaar onderzoek kan starten.
Het college keurt de ontwerpbrief aan de eigenaars van verwaarloosde bedrijfsruimten op de inventaris goed om de oorzaken van de opname in de inventaris in beeld te brengen en om de eigenaars te informeren over de regelgeving en de brochure er bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten.
Het college keurt goed om de inventaris op de stedelijke website te publiceren goed.
Het college geeft opdracht aan:
| dienst | taak |
| SW/V/SV |
|