Terug

2015_CBS_06088 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Thermoco nv, Haïfastraat 5, 2030 Antwerpen, Dossiernummer MV2015/117/AVG - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 17/07/2015 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Ludo Van Campenhout, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_06088 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Thermoco nv, Haïfastraat 5, 2030 Antwerpen, Dossiernummer MV2015/117/AVG - Goedkeuring 2015_CBS_06088 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Thermoco nv, Haïfastraat 5, 2030 Antwerpen, Dossiernummer MV2015/117/AVG - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Thermoco nv - Haïfastraat 5 2030 Antwerpen. De aanvraag omvat: een nieuwe inrichting voor de installatie, herstelling en onderhoud van HVAC-systemen.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Thermoco nv, Haïfastraat 5, 2030 Antwerpen, om op de percelen gelegen te 2030 Antwerpen, Haïfastraat 5, een nieuwe inrichting voor de installatie, herstelling en onderhoud van HVAC-systemen uit te baten.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:

Algemene milieuvoorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden, geluid – hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater – hoofdstuk 4.2. en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

 

Sectorale milieuvoorwaarden:

bedrijfsafvalwaters – afdeling 5.3.2 en bijlage 5.3.2, sector 59,b);

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen – hoofdstuk 5.15;

gassen – gemeenschappelijke bepalingen – afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

gassen – koelinrichtingen / compressoren – afdeling 5.16.3;

gassen – opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten – afdeling 5.16.5;

opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders – afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders – afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;

Metalen – hoofdstuk 5.29.

 

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere milieuvoorwaarden:

  • de exploitant plaatst een veiligheidsscherm tussen de ontvlambare en oxiderende gasflessen zodat aan de geldende opslagvoorwaarden voldaan wordt.
  • tegen ten laatste 17 juli 2016 plaatst de exploitant een installatie voor het opvangen en hergebruiken als waswater van het hemelwater afkomstig van het dak van de inrichting. De exploitant brengt het college van de installatie op de hoogte via mail op milieuvergunningen@stad.antwerpen.be of per brief p/a dienst milieuvergunningen, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen.
  • het uitwendig reinigen van voertuigen en het lozen van bijhorend bedrijfsafvalwater is niet toegelaten zolang niet minimaal aan de sectorale voorwaarden voldaan wordt

 Brandweervoorwaarden:

 Snelblustoestellen

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kilogram poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Muurhaspels

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluit-mondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Bovengrondse hydrant

Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 millimeter diameter dient voorzien.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 millimeter bedraagt.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 17 juli 2015 en eindigt op 17 juli 2035.

Artikel 5

De vergunde inrichting dient in gebruik genomen te worden binnen de 3 jaar vanaf de datum van deze vergunning, zoniet vervalt deze vergunning van rechtswege.

Artikel 6

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.