Bij het afsluiten van het politieke akkoord rond het meerjarenplan 2014-2019 werd afgesproken vanaf 2016 jaarlijks 22 miljoen euro te besparen op de exploitatiekosten van de groep stad Antwerpen. De stad Antwerpen neemt hierin 14,3 miljoen euro voor haar rekening. Deze besparing werd budgettair ingeschreven, met de afspraak om de verwerking ervan in functie van budgetopmaak 2016 in de juiste budgetposities in te schrijven. Van deze 14,3 miljoen werd reeds 6,1 miljoen in diverse voorstellen geconcretiseerd.
De in het meerjarenplan 2014-2019 voorziene besparing volstaat om het budget onder controle te houden, in de huidige context. We moeten echter blijven rekening houden met mogelijke toekomstige stijgende kosten en dalende ontvangsten als gevolg van externe factoren zoals maatregelen van hogere overheden.
Naar aanleiding van budgetwijziging 2015 en de aanpassing van het meerjarenplan werd een project opgestart om de resterende 8,2 miljoen in het exploitatiebudget voor 2016-2019 te vinden en ook reeds rekening te houden met de toekomstige druk op het exploitatiebudget. In het voorstel gebeurt dit door een aanpassing van het budget, door in concrete dossiers besparingen te realiseren en door toekomstgericht de stedelijke dienstverlening te herdenken in functie van een eigentijdse dienstverlening in een wijkgerichte context.
1. Aanpassing budget
In eerste instantie werd naar de algemene werkingsuitgaven gekeken om na te gaan of er structurele onderbenutting is. Deze structurele onderbenutting kan worden weggewerkt, wat geen besparing inhoudt maar wel een budgettaire optimalisatie.
Het werkingsbudget per profit center (bedrijfseenheid) werd bekeken naar besteding in 2014. Ter controle gebeurde een vergelijking met de saldi uit de voorgaande jaren (2011-2013). Waar er weerkerende structurele onderbenutting is, kan het budget juister gezet worden zonder enige impact op de realisaties. Vervolgens werd budget 2015 herrekend (aanpassing pas vanaf 2016) op basis van deze saldi, waarbij we rekening hielden met fluctuaties, een veiligheidsmarge van 10%, het gegeven dat er soms een buffer nodig is om tekorten op andere werkingsuitgaven op te kunnen vangen, … Er gebeurden enkele bilaterales met de directeurs om correcties te doen waar de impact het grootst zou zijn.
Op die manier kan er in 2016 op basis van het saldo 2014 in het werkingsbudget 13.033.151 euro minder ingeschreven worden. Een zelfde structurele vermindering kan in 2017 t.e.m. 2019.
Van deze budgetaanpassing wordt 8.204.247 euro gebruikt om de doelwaarde van de besparing te halen. Het resterende bedrag wordt in het transitiefonds opgenomen (zie verder).
|
|
2016 |
2017 |
2018 |
2019 |
|
Saldo |
13 033 151 |
13 184 666 |
13 303 247 |
13 474 078 |
|
Doelwaarde |
8 204 247 |
8 204 247 |
8 204 247 |
8 204 247 |
|
Transitiefonds |
4 828 904 |
4 980 419 |
5 099 000 |
5 269 831 |
2. Specifieke voorstellen
In enkele concrete dossiers zijn op korte termijn reële besparingen mogelijk. Deze voorstellen zijn nog niet tot in detail becijferd, zijn in sommige gevallen gebaseerd op schattingen, en nog niet doorgesproken met derden. Mogelijke effecten naar het verminderen van VTE moeten ook nog afgetoetst worden aan de lopende personeelsoptimalisaties om dubbeltellingen te vermijden.
Daarnaast volgt ook een overkoepelende aanpak voor retributies en voor het dienstverleningsconcept. Het is een constante opdracht om de werking van de stad te innoveren en te optimaliseren, door een gerichte inzet van business process management en SLIM werken (d.w.z. de Lean-principes toe te passen), door een gerichte inzet van audit en door een permanente aandacht voor het wegwerken van verliezen en verspillingen.
3. Wijkgerichte dienstverlening
De stad heeft de afgelopen decennia stelselmatig zijn patrimonium aangepast aan de noden van de dienstverlening. Ondanks grote optimalisaties in het verleden, blijft er veel ruimte tot verbetering. Nieuwe concepten zijn mogelijk voor een hedendaagse dienstverlening, met een efficiëntere organisatie die ook betaalbare oplossingen voor toekomstige uitdagingen bieden. Rationalisatie kan tot het verminderen van beheerskosten leiden.
Per wijk kan bekeken worden welke functies aangeboden worden in infrastructuur van de stad. Vervolgens worden mogelijkheden nagegaan om frontoffice dienstverlening te clusteren met ontmoeting en cultuur/sport/jeugd/…. Voor infrastructuur die leeg komt te staan, onderzoeken we de mogelijkheden naar commerciële exploitatie, verhuren of verkopen. Voor het bereiken van doelstellingen van de stad (bijvoorbeeld onderwijscapaciteit, kinderopvang, …) kunnen we infrastructuur in langdurige exploitatie geven, wat minstens kostendekkend moet gebeuren. Deze oefening gebeurt idealiter in overleg met andere stedelijke partners die directe dienstverlening aanbieden, zoals bijvoorbeeld het OCMW, AG stedelijk onderwijs, ….
De centralisatie van diensten is gericht op een betere dienstverlening enerzijds en het beperken van operationele kosten anderzijds , maar niet op het verkopen van het vrijgekomen patrimonium.
Indien toch patrimonium verkocht wordt zullen de opbrengsten gebruikt worden voor herinvestering in verkoopbare assets of zullen zij voor toekomstige pensioenlasten worden gereserveerd.
Transitiefonds
Het transitiefonds is een rollend optimalisatiefonds. De bedragen kunnen uitsluitend overgezet worden naar investeringen die op termijn de exploitatiekosten merkelijk doen afnemen, zoals bijvoorbeeld investeringen in het Stadhuis, een geclusterd technisch centrum, investeringen in wijkgerichte dienstverlening, ...
Het transitiefonds wordt op drie manieren gevoed.
Het college keurt goed om bij de budgetopmaak 2016 het exploitatiebudget voor algemene werkingskosten van 2016 te verlagen met 13.033.151 euro, en een gelijkaardige vermindering door te voeren voor 2017 t.e.m. 2019.
|
|
2016 |
2017 |
2018 |
2019 |
|
Saldo |
13 033 151 |
13 184 666 |
13 303 247 |
13 474 078 |
|
Doelwaarde |
8 204 247 |
8 204 247 |
8 204 247 |
8 204 247 |
|
Transitiefonds |
4 828 904 |
4 980 419 |
5 099 000 |
5 269 831 |
Het college keurt goed het verschil tussen de verlaging van de algemene werkingskosten en de nodige besparing van 8,2 miljoen euro in te schrijven in het transitiefonds.
Het college keurt het principe van een transitiefonds goed met het oog op het realiseren van investeringen om exploitatiekosten in de toekomst te kunnen verminderen en dat de gerealiseerde voordelen dankzij de inzet van het transitiefonds (exclusief eventuele verkopen van patrimonium) terugvloeien naar het transitiefonds.
Het college keurt goed om de toekomstige reële besparingen via een 50/50-regeling te borgen, waarbij 50% gestort wordt in het transitiefonds en 50% mag worden herbesteed binnen dezelfde beleidsdoelstelling.
Het college keurt het principe van wijkgerichte dienstverlening goed en geeft opdracht aan de stadssecretaris / strategisch coördinator om hiervoor een plan van aanpak uit te werken en in overleg te gaan met de andere stedelijke partners (bv. OCMW, AG SO, …).
Het college geeft opdracht aan:
|
SC / FI |
Principe en werking van het transitiefonds verder uitwerken en ter goedkeuring voorleggen aan het college |
|
FI |
In overleg met het managementteam een voorstel uitwerken hoe de aanpassingen in exploitatiebudget per profit center correct gezet moet worden over de verschillende beleidsdomeinen en doelstellingen en in mei 2015 ter goedkeuring voorleggen aan het college |
|
FI |
Het goedgekeurde voorstel voor aanpassing exploitatiebudget opnemen in de onderrichtingen voor budgetopmaak 2016 |
|
Managementteam |
De specifieke voorstellen voor bijkomende optimalisaties verder uit te werken en te bespreken met de vakschepen. |
|
SC |
Een gecoördineerd voorstel voor bijkomende optimalisaties na de respectievelijke besprekingen voorleggen aan het college. |
|
S / SC |
Uitwerken plan van aanpak mbt de wijkgerichte dienstverlening en hierover in overleg gaan met de andere stedelijke partners |