Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager(s): Bilfinger International Construction and Trading nv - Boereveldseweg 4, 2070 Zwijndrecht. De aanvraag omvat: een opslagplaats voor lasgassen op de site van BASF.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Bilfinger International Construction and Trading (Bilfinger ICT) nv, Boereveldseweg 4, 2070 Zwijndrecht, om op de percelen gelegen te 2040 Antwerpen, Scheldelaan 600, een opslagplaats voor lasgassen te exploiteren.
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:
Algemene milieuvoorwaarden:
|
algemene milieuvoorwaarden – hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8; |
|
algemene milieuvoorwaarden, geluid – hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6; |
|
algemene milieuvoorwaarden – lucht – hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10 |
Sectorale milieuvoorwaarden:
|
gassen – gemeenschappelijke bepalingen – afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5 |
|
gassen – opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten – afdeling 5.16.5. en bijlagen 5.16.1 en 5.16.2. |
Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:
Er dienen minstens één snelblustoestellen van minstens 1,5 bluseenheid conform NBN EN 3-7 – bij voorkeur 9 kg poeder type ABC - te worden aangebracht.
In de omgeving van de opslagplaats dient één bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm diameter voorzien.
De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt (binnendiameter 110 mm indien de bovengrondse hydrant op het einde van de toevoerleiding staat).
De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 13 maart 2015 en eindigt op 13 maart 2035.