Terug

2015_CBS_01956 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Orbit Industrial Trading nv, Noorderlaan 123, bus 3, 2030 Antwerpen - Dossiernummer MV2014/599/AVG - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 13/03/2015 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_01956 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Orbit Industrial Trading nv, Noorderlaan 123, bus 3, 2030 Antwerpen - Dossiernummer MV2014/599/AVG - Goedkeuring 2015_CBS_01956 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Orbit Industrial Trading nv, Noorderlaan 123, bus 3, 2030 Antwerpen - Dossiernummer MV2014/599/AVG - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Orbit Industrial Trading nv - Noorderlaan 123, bus 3, 2030 Antwerpen. De aanvraag omvat: de import en distributie van rubber banden.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Orbit Industrial Trading nv, Noorderlaan 123, bus 3, 2030 Antwerpen, om op de percelen gelegen op hetzelfde adres een inrichting voor de import en distributie van banden te exploiteren.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:

Algemene milieuvoorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen   4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden, geluid – hoofdstuk 4.5 en bijlagen   2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

Sectorale milieuvoorwaarden:

rubber – hoofdstuk 5.36.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:

Snelblustoestellen

Er dienen minimaal 5 snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht.

Er mogen nochtans snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Een snelblustoestel van 5 kg CO2 – ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij elk belangrijk ektriciteitsbord. 

Muurhaspels

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de :inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn. 

Automatische branddetectie

De inrichting (opslag banden + garage) dient uitgerust met een automatische branddetectie installatie, van het type algemene bewaking.

De automatische branddetectie installatie is ontworpen en uitgevoerd volgens de vigerende reglementen en normen, in het bijzonder de Belgische norm NBN 821-100.

De keuze van de detectoren is aangepast aan de aanwezige risico's en in functie van een snelle ontdekking van de brand.

De branddetectie installatie geeft automatisch een aanduiding van de brandmelding en de plaats ervan. (aandacht voor de onmiddellijke verwittiging van de personen in de naast gelegen en boven gelegen burelen)

De automatische branddetectie installatie dient aangevuld te worden met een manueel systeem om ontruiming te bevelen.

Veiligheidsverlichting

De inrichting moet voorzien worden van veiligheidsverlichting, die onmiddellijk en automatisch in dienst treedt bij het uitvallen van de stroom.

Minimaal dienen armaturen aangebracht te worden boven elke uitgangsdeur, in alle evacuatiewegen (gangen en trappen), in de nabijheid van de brandbestrijdingsmiddelen en in alle lokalen die uitsluitend door kunstlicht bediend worden.

De veiligheidsverlichting dient verder uitgebreid te worden zodanig dat de plaatsing en de verlichtingssterkte voldoende is om een gemakkelijke ontruiming te waarborgen.

De veiligheidsverlichting moet tenminste gedurende 1 uur zonder onderbreking kunnen functioneren.

Compartimentering

De verticale als horizontale (welfsels) wanden, welke de scheiding vormen tussen de opslagruimte voor banden/ garage en de andere gedeelten van het gebouw hebben een EI 60 of REI 60 indien zelfdragend.

Deuren in deze wanden zijn EI 60 en zelfsluitend Doorvoeringen in deze wanden voor fluïda of voor elektriciteit mogen de vereiste brandweerstand van het bouwelement niet beïnvloeden.

De oppervlakte is beperkt tot maximum 260 m²

De huidige glazenwand met deur tussen het magazijn en de bureelruimte dient vervangen door een wand en deur welk aan de hiervoor gestelde voorwaarde voldoet.

Artikel 4

 

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 13 maart 2015 en eindigt op 13 maart 2035.


Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.