Volgens artikel 3 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (GAS-wet), kan de gemeenteraad voor een aantal overtredingen sancties voorzien. Het betreft overtredingen op het stilstaan en parkeren en de bepalingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, uitsluitend vastgesteld door automatisch werkende toestellen. Deze inbreuken worden door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en ingedeeld in vier categorieën waarbij het bedrag van de daaraan verbonden administratieve geldboetes wordt bepaald in functie van de ernst van de bedreiging die zij betekenen voor de verkeersveiligheid en de mobiliteit.
De gemeenteraad besliste in zitting van 2 maart 2015 (jaarnummer 122) om in de reglementen van de politiecodex in een administratieve sanctie te voorzien voor inbreuken die worden bepaald door de koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, op basis van de algemene reglementen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, kort gezegd de gemeentelijke administratieve sanctie (GAS) stilstaan en parkeren.
Het college van burgemeester en schepenen keurde in zitting van 8 mei 2015 (jaarnummer 3346) het protocol met de procureur des Konings over de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103 vastgesteld door automatisch werkende toestellen goed en besliste zij om dit besluit ter bekrachtiging aan de gemeenteraad voor te leggen.
De gemeenteraad bekrachtigde in zitting van 26 mei 2015 (jaarnummer 290) het protocol met de procureur des Konings over de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103 vastgesteld door automatisch werkende toestellen.
De vaststellers en de sanctionerende ambtenaren dienen in de uitoefening van hun functie toegang te hebben tot de persoonsgegevens opgenomen in de databank van de Directie Inschrijving van Voertuigen (DIV).
Op 28 mei 2015 keurde het Sectoraal comité voor de Federale Overheid de beraadslaging FO nr. 18/2015 goed. Deze beraadslaging heeft betrekking op het verlenen van een algemene machtiging aan de steden en gemeenten, de autonome gemeentebedrijven en het Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap om via elektronische weg de persoonsgegevens te ontvangen van de Directie Inschrijving van Voertuigen (DIV) voor de identificatie en de bestraffing van overtreders van gemeentelijke reglementen of verordeningen.
De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) heeft op 23 maart 2015 voor alle gemeenten in Vlaanderen een aanvraag ingediend bij de commissie voor bescherming en preventie van de levenssfeer. Er is een machtiging nodig zodat de vaststellers en de sanctionerend ambtenaren toegang kunnen krijgen tot de databank van de DIV.
Deze algemene machtiging (FO nr. 18/2015) werd door het Sectoraal comité voor de Federale Overheid verleend op 28 mei 2015.
De stad dient aan te sluiten bij deze algemene machtiging FO nr. 18/2015.
De wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (de GAS-wet).
Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
Koninklijk Besluit van 13 februari 2001 ter uitvoering van de privacywet.
Het college keurt de aansluiting bij de algemene machtiging verleend door de privacycommissie op 28 mei 2015 (beraadslaging FO nr. 18/2015) goed.
Het college keurt de verbintenis tot instemming met de voorwaarden, aan de hand van de collegiale brief, van de machtiging om toegang te krijgen tot de gegevens van de DIV zoals geformuleerd in de beraadslaging FO nr. 18/2015 van 28 mei 2015 van het Sectoraal Comité van de Federale Overheid van de privacycommissie goed.