Met het besluit van de gemeenteraad van 20 maart 2000 (jaarnummer 619), aangepast bij gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307), kregen de districten de bevoegdheid over het decentraal publiek domein, groenvoorziening en openbare werken. Het stadsbestuur is mee bevoegd voor alle werken afgesloten binnen convenanten met andere overheden.
De afwatering van waterlopen in het deelbekken Benedenschijns die samenkomen in de Voorgracht en Hoofdgracht zal wijzigen met de aanleg van een logistiek park. Het gemeentelijk havenbedrijf Antwerpen (GHA) wenst de huidige grotendeels onverharde zone van circa 87 hectare tussen de autosnelweg A12 en het spoorcomplex Antwerpen-Noord ('Main Hub NMBS') langs de Noorderlaan te ontwikkelen tot een bedrijventerrein voor transport, distributie en logistiek. Samengevoegd met het bestaande spoorcomplex ontstaat zo een gebied van circa 270 hectare groot. De inrichting van het gebied als logistieke zone biedt de kans om de waterhuishouding in de regio te verbeteren. Bestaande grachten zullen worden aangepast en deels omgelegd. De vrijgemaakte beddingen worden gedempt en ingericht ten behoeve van het bedrijventerrein. De installatie van het pompstation aan de Rode Weel 1 zal grondig gerenoveerd worden en blijft in gebruik voor de afwatering van de waterlopen naar het Kanaaldok en de Schelde.
Op 15 mei 2009 gaf de Vlaamse regering haar goedkeuring aan een globale oplossing voor de toekomstige waterhuishouding en gaf de ministers van leefmilieu en havenbeleid opdracht tot de opmaak van een samenwerkingsovereenkomst met alle betrokkenen. Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) stond in voor de voorbereiding van de samenwerkingsovereenkomst. In de overeenkomst worden afspraken vastgelegd over de verdeling van verantwoordelijkheden, kosten en eigendomstitel voor de optimalisatie van de waterhuishouding in en nabij de te ontwikkelen logistieke zone.
Deze afspraken, beschreven in de 'Onderbouwingsnota toekomstige waterhuishouding deelbekken Benedenschijn', omvatten in hoofdlijnen:
Momenteel is stad Antwerpen eigenaar van het pompgebouw en enkele percelen in het projectgebied. Het integraal waterbeleid stelt dat de versnippering van aantal waterloopbeheerders dient te worden teruggedrongen. In de samenwerkingsovereenkomst wordt afgesproken dat VMM de beheerder wordt van Het Nieuw Schijn en de infrastructuur op deze waterloop, waaronder de pompinstallatie, het gebouw en aanhorigheden.
Bijkomend verzocht het bekkensecretariaat Benedenschelde dat het pompstation Rode Weel wordt aangepast opdat vismigratie kan plaatsvinden. Het Agentschap Natuur en Bos sluit zich aan bij deze visie. Een in 2014 afgegeven milieuvergunning voor de exploitatie van het pompstation stelt bijkomende eisen aan duurzaamheid. Een renovatie van de infrastructuur dringt zich op.
Op 22 februari 2013 (jaarnummer 1678) keurde het college het advies op de kennisgevingsnota voor het plan-MER van de tweede generatie stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas goed. In dit advies vraagt de stad om specifieke aandacht te besteden aan maatregelen voor en beoordeling van mogelijke effecten op de waterhuishouding en waterkwaliteit in het vormingsstation en toekomstig logistiek park ‘Schijn’ gelegen tussen de autoweg A12 en Rode Weel.
Op 30 april 2013 keurde de Vlaamse regering het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) “Afbakening Zeehavengebied Antwerpen” definitief goed. In dit GRUP wordt de zone tussen de A12 en het spoorcomplex Antwerpen-Noord bestemd als specifiek regionaal bedrijventerrein voor transport, distributie en logistiek. Het GHA neemt het initiatief om dit project te realiseren en laat een project-MER opmaken voor de “Inrichting van het Logistiek Park Schijns en aansluitingscomplex op de A12”. Op 25 juni 2012 (jaarnummer 790) heeft de gemeenteraad advies gegeven op het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen’. In dit advies wordt gevraagd om in artikel R6.2 (Logistiek park Schijns) op te nemen dat in de inrichtingsstudie de fietsverbindingen in het gebied dienen bestudeerd te worden.
Voor één van de door de stad over te dragen percelen is een planbatenheffing van 59.530,47 EURO aangekondigd die gepaard gaat met de bestemmingswijziging die optreedt door de inwerkingtreding van het GRUP "Afbakening Zeehavengebied Antwerpen". De stad heeft hiertegen binnen de voorziene termijn bezwaar aangetekend. Zij heeft hierop nog geen antwoord ontvangen.
Per brief van 27 februari 2014 vraagt MOW principieel akkoord van het college inzake de samenwerkingsovereenkomst en de onderliggende afspraken omtrent het beheer, kosten en eigendom van infrastructuur en gronden. In de afgelopen periode zijn stad en VMM tot afspraken gekomen omtrent de overdracht van grond en infrastructuur en de beschikbaarheid van personeel. Deze afspraken worden in afzonderlijke overeenkomsten geregeld, namelijk een exploitatieovereenkomst en twee detacheringsovereenkomsten, en worden op een later moment voorgelegd aan het college.
Het departement MOW en VMM hebben in de periode 2009 - 2011 een concept uitgewerkt rond de afwatering van het deelbekken Benedenschijns dat uitging van de nieuwbouw van twee pompgemalen aan het Churchilldok en Delwaidedok. Gedetailleerde uitwerking en kostenberekeningen toonden aan dat de investeringskosten vele malen groter zouden zijn dan geraamd. Bovendien was in dit scenario de ruimtelijke inname ten behoeve van de nieuwe waterlopen en pompgemalen groter dan in de huidige toestand.
Ten gevolge van onderzoek en overleg tussen de betrokken actoren is de oplossing voor de afwatering bijgestuurd. In de periode 2011 - 2013 werd een voorontwerp van de afwatering rond het bedrijventerrein verder bestudeerd. Deskundigen zijn overtuigd dat het behoud van het bestaande pompstation aan de Rode Weel, mits gerenoveerd, voldoende garantie biedt voor een goede waterhuishouding. Randvoorwaarde hierbij is dat de kans op overstromingen, niet alleen in het projectgebied, maar ook stroomopwaarts in district Ekeren en polder Muisbroek, niet mag vergroten. Belangrijke argumenten voor behoud pompstation Rode Weel zijn:
De Vlaamse Milieumaatschapij (VMM) staat in voor de studie en de goedkeuring van het technisch ontwerp, de vergunningsaanvragen, de aanbesteding, de renovatie, de financiering (vanaf het technisch ontwerp tot en met de exploitatie), het onderhoud en de exploitatie van het pompstation Rode Weel en aanhorigheden.
Stad Antwerpen is rechtstreeks betrokken partij als eigenaar van het pompgebouw en aanhorigheden, en eigenaar van enkele percelen ter hoogte van de bestaande Voorgracht en nieuw te leggen bedding van de Polderloop ten noorden van de A12. Specifiek gaat het om de volgende percelen:
| beschrijving | kadastraal perceelnummer | eigenaar |
|
Rode Weel 2 Pompgebouw |
1100216_B_0028_H | domein van de stad |
|
een deel van de bestaande Voorgracht en Hoofdgracht |
1100216_B_0091_A | domein van de stad |
|
nieuwe bedding van de Polderloop ten noorden van de A12 |
1100217_G_0126_F 1100233_G_0125_C 1100233_G_0126_C |
domein van AG VESPA domein van AG VESPA domein van AG VESPA |
Specifiek over de gronden ten behoeve van de aanleg van watergangen staat in artikel 7.1 van de samenwerkingsovereenkomst dat de eigendomsoverdracht van de gronden tussen de partijen zal gebeuren met gesloten beurs en met naleving van de bepalingen vermeld in het Bodemdecreet. Het gaat om de volgende gronden:
De grond onder het pompgebouw is een risicogrond naar mogelijke verontreinigingen. Hiertoe dient een oriënterend bodemonderzoek plaats te vinden alvorens overdracht van de grond kan gebeuren.
Voor de percelen die de stad via deze overeenkomst aan VMM overdraagt, staat VMM in voor de betaling van de gebeurlijke planbatenheffing.
Advies huisvestingscommissie
De huisvestingscommissie adviseerde op 1 december 2014 gunstig om het vastgoed van de stad Antwerpen te Rode Weel met perceelnummer 1100216_B_0091_A met een oppervlakte van 153.629 m2 , de grond incl. pompgemaal, kosteloos over te dragen aan de Vlaamse Milieumaatschappij. De huisvestingscommissie adviseerde voorlopig ongunstig om het vastgoed van de stad Antwerpen te Rode Weel met perceelnummer 1100216_B_0028_H met een oppervlakte van 8.363 m2, de voormalige concirërgewoningen, over te dragen aan de Vlaamse Milieumaatschappij. Bedrijfseenheid stadsbeheer onderzocht de mogelijkheid tot commerciële activiteit op het perceel in functie van het nieuwe fietspad dat zal worden aangelegd.
De huisvestingscommissie nam op 23 februari 2015 kennis van het onderzoek naar toekomstige fietspaden in regio Rode Weel en adviseerde om de woningen alsnog over te dragen aan VMM.
Pompgebouw Rode Weel
In de samenwerkingsovereenkomst wordt de overdracht van het eigendom en het beheer van het pompstation Rode Weel, het perceel en aanhorigheden van de stad Antwerpen naar de VMM opgenomen. Onderling maken deze betrokken partijen de nodige afspraken rond de nodige gegevensoverdracht met betrekking tot het pompstation Rode Weel. De bestaande regeling tussen stad en VMM inzake het personeel noodzakelijk voor de goede werking van de installatie en het verzekeren van de afwatering zal aangepast worden. Twee stadswerknemers worden voltijds gedetacheerd bij VMM ten behoeve van het exploiteren van het pompstation; ze blijven werkzaam op hun huidige werkplaats. De huidige werkleider blijft in dienst van de stad Antwerpen/bedrijfseenheid stadsontwikkeling en krijgt een ander takenpakket. Gedurende de renovatiewerken zal hij één dag in de week werkzaam zijn vanuit het pompgebouw. Op die manier kan hij adviseren en ondersteunen.
Conform artikel 1.3 van de overeenkomst wordt het perceel, met inbegrip van de aanwezige infrastructuur en de woningen kosteloos en met naleving van de bepalingen vermeld in het Bodemdecreet overgedragen aan VMM.
Bestaande Voorgracht
Dit perceel bestaat volledig uit waterbodems en taluds van wachtbekkens. Ze worden al jaren beheerd door VMM. Stad kan dit perceel niet gebruiken voor andere doeleinden. In overeenstemming met het uitgangspunt van het integraal waterbeleid is het meest efficient dat de waterloopbeheerder eigenaar is van het perceel.
Polderloop
Het betreft de aanleg van een nieuwe watergang vanaf de oprit aan de Leugenberg tot aan de verkeerswisselaar ten behoeve van de afwatering van de polderlopen. De nieuwe waterloop zal circa 10 meter breed worden en een strook van circa 15 meter breedte in beslag nemen. Conform artikel 5.5 wordt de provincie Antwerpen eigenaar van de bedding van de Polderloop en staat de VMM in voor de studie en aanleg ervan.
De modaliteiten van de eigendomsoverdracht worden in een later stadium uitgewerkt door AG VESPA.
Bedrijfseenheid stadsontwikkeling adviseert gunstig over de voorgestelde maatregelen, de eigendomsoverdracht van de pompinstallatie inclusief alle aanhorigheden en de benodigde percelen en legt de samenwerkingsovereenkomst met bijlagen rond het verbeteren van de afwatering met afspraken rond het toekomstig beheer, kostenverdeling en eigendom, ter principiële goedkeuring voor aan het college.
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, artikel 31, is van toepassing.
Het Vlaamse departement MOW bundelt de principiële goedkeuringen van al de betrokkene partijen en bezorgt deze in een nota aan de Vlaamse regering. Het is de verwachting dat medio 2015 de Vlaamse regering zich over het voorstel van de maatregelen ter verbetering van de waterhuishouding in en rond het bedrijventerrein uitspreekt. De samenwerkingsovereenkomst wordt vervolgens ter ondertekening aangeboden aan de gemeenteraad. In de loop van 2015 worden de exploitatie- en detacheringsovereenkomsten met VMM voorgelegd aan het college.
Het college gaat principieel akkoord met de samenwerkingsovereenkomst met het Vlaams Gewest, de Vlaamse Milieumaatschappij, de Provincie Antwerpen en het gemeentelijk havenbedrijf Antwerpen, waarin wordt gesteld dat gronden nodig voor de nieuwe watergangen en het perceei van het pompstation Rode Weel in eigendom van de stad worden overgedragen aan de Vlaamse Milieumaatschappij en de Provincie Antwerpen.
Het college geeft opdracht aan:
| dienst | taak |
| autonoom gemeentebedrijf VESPA | de overdracht van eigendommen en gronden van de stad aan de Vlaamse Milieumaatschappij en de Provincie Antwerpen op te starten |
| stadsontwikkeling | in de overeekomst opnemen dat de gebeurlijke planbatenheffing voor percelen die door de stad aan VMM worden overgedragen ten laste van VMM is |