Terug

2015_CBS_02436 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Citroën Belux nv, Terbekehofdreef 25-29, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer MV2014/596/PV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 27/03/2015 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_02436 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Citroën Belux nv, Terbekehofdreef 25-29, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer MV2014/596/PV - Goedkeuring 2015_CBS_02436 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Citroën Belux nv, Terbekehofdreef 25-29, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer MV2014/596/PV - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Citroën Belux nv - Avenue de Finlande 4-8 - 1420 Eigenbrakel. De aanvraag omvat de verdere exploitatie na uitbreiding en wijziging van een inrichting voor de opslag en montage van auto-onderdelen en het stallen van nieuwe voertuigen.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren voor een periode van 20 jaar aan Citroën Belux nv, Avenue de Finlande 4-8, 1420 Braine-l'Alleud, voor de inrichting gelegen te 2610 Wilrijk-Antwerpen, Terbekehofdreef 25-29. De vergunning heeft als voorwerp het exploiteren van een inrichting voor de opslag en montage van auto-onderdelen en het stallen van nieuwe voertuigen.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

Algemene en sectorale vergunningsvoorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15;

opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders

afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders

afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;

rubber

hoofdstuk 5.36;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen en immissiecontroleprocedures

afdeling 5.43.1 + 5.43.4;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties – kleine stookinstallaties (300 kW – 5 MW)

subafdeling 5.43.2.3.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere- en brandweervoorwaarden dient na te leven:

1. Bijzondere voorwaarden:

- de exploitant bezorgt aan het college binnen de zes maanden na het vergunningsbesluit een aangepast uitvoeringsplan met aanduiding van:

  • alle specifieke locaties waar de gevaarlijke producten opgeslagen zullen worden, inclusief hun maximale hoeveelheden;
  • alle locaties waar autobanden opgeslagen zullen worden, inclusief hun maximale hoeveelheden;
  • de brandhaspels en brandblustoestellen aanwezig in elke ruimte, inclusief de sprinklersinstallatie en bluswatervorraad.

- de exploitant bezorgt aan het college binnen de zes maanden na het vergunningsbesluit een overzicht van de aanpassingen die aan de opslag van gevaarlijke producten en de opslag van banden werden doorgevoerd, waarin wordt aangetoond dat deze conform de sectorale voorwaarden plaatsvinden;

- verwarmingstoestellen met een open vlam of gloeiend oppervlak worden in ruimtes met bandenopslag onmiddellijk buiten gebruik genomen;

- het opslaan van voertuigen in het kader van de verkoop is enkel toegestaan wanneer dit stedenbouwkundig geregulariseerd wordt.

2. Brandweervoorwaarden:

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Bijkomend dient een snelblustoestel van 5 kg CO2 - ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine.

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant  (volgens de norm  NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm Ø dient voorzien. De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt. De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op de dag dat de stedenbouwkundige vergunning bekomen wordt.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.