Verrekening van de kosten verbonden aan de opmaak van de projectdefinitie en de architectuurwedstrijd zal voor of via het beleidsdomein cultuur gebeuren.
De museale expositie van de Kogge op het Droogdokkeneiland is een potentie voor Antwerpen. De keuze voor Antwerpen sluit aan bij de historische band met stad en Antwerpse haven. Het project ondersteunt het imago van Antwerpen als stad van reders, scheepvaart, … De Kogge sluit aan bij de Antwerpse maritieme collectie van varend erfgoed van het MAS. Tenslotte sluit het Koggeproject ook aan bij de ambities voor de ontwikkeling van het Droogdokkeneiland conform het bestuursakkoord van de stad Antwerpen (2013-2019): “Op de nog te ontwikkelen site van het Droogdokkeneiland plannen we een nieuw Maritiem Park voor het havenerfgoed. Naast de collectie van het Scheepvaartmuseum wordt, indien betaalbaar, ook de Doelse Kogge hier permanent tentoongesteld."
Ook in het Vlaams Regeerakkoord (2014-2019) werden ambities omtrent de ontsluiting van maritiem erfgoed geformuleerd: “We onderzoeken samen met betrokken lokale besturen en andere partners de mogelijkheden om het maritieme en nautisch verleden van Vlaanderen toeristisch te ontsluiten en als troef uit te spelen, onder meer in Antwerpen en aan de Kust”.
De Doelse Kogge is een middeleeuws schip, gebouwd rond 1325, dat opgegraven werd tijdens de werken voor de Antwerpse havenuitbreiding. Deze unieke vondst werd opgeborgen in containers in de haven. De Kogge is een onderzoeksproject van het agentschap Onroerend Erfgoed van de Vlaamse overheid. In 2010 werd het schip onderzocht en geïnventariseerd in het Waterbouwkundig Laboratorium in Antwerpen. In 2012 startte het conservatietraject op in de Suezloods op het Droogdokkeneiland.
In een brief van 22 maart 2012 nodigt de viceminister-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand vertegenwoordigers van de stad Antwerpen uit om een bezoek te brengen aan het Waterbouwkundig Labo waar de schipfragmenten van de Doelse Kogge op dat moment onderzocht werden.
In het collegiale antwoord van 22 juni 2012, jaarnummer 6523, aan Vlaams minister Geert Bourgeois stelt de stad Antwerpen voor te onderzoeken hoe en onder welke voorwaarden de museale reconstructie en presentatie van de Doelse Kogge in het programma van het Droogdokkeneiland kan worden geïntegreerd.
Op 13 juli 2012 keurde het college het voorontwerp Droogdokkenpark goed. De droogdokkensite is in de globale visie voor het Droogdokkeneiland opgenomen als locatie voor een maritiem park, waarbij de huidige gebouwen worden aangeduid als potentiële museale site.
In zijn brief van 23 mei 2013 vraagt Vlaams minister Geert Bourgeois om dit unieke erfgoed na het conservatietraject permanent tentoon te stellen in Antwerpen, en of de stad zich kan engageren voor de reconstructie en museale expositie van de Kogge in een specifiek in te richten of te bouwen museum. Vlaanderen zelf engageert zich voor het wetenschappelijk onderzoek rond de conservatie van het schip.
Op 6 december 2013 legde het college een budget vast van 20.000,00 EUR op naam van AG VESPA (toen nog AG Stadsplanning) voor het maken van een haalbaarheidsstudie om op de droogdokkensite een maritiem museum te ontwikkelen.
Het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Droogdokkeneiland werd door de gemeenteraad definitief vastgesteld op 23 september 2013 en werd vervolgens door de deputatie goedgekeurd op 28 november 2013. Het RUP voorziet een bestemmingswijziging in het projectgebied van KMO-zone naar gebied voor gemengde functies, groen en centrumfuncties. Op de droogdokkensite staan in het RUP 2 bouwkaders aangeduid waar een maritiem museum potentieel zou kunnen worden ingeplant: een noordelijk bouwkader vlakbij de Royerssluis en de Siberiabrug, en een zuidelijk bouwkader dat de bestaande gebouwencluster van AWN (Algemene Werkhuizen Noord) omvat.
Concept maritiem museum
Het concept voor het Maritiem Museum werd opgemaakt door CS/MNE/MAS en vertrekt van een collectie uit 5 grote delen:
- stedelijke collectie vaartuigen die momenteel op de Scheldekaaien onder en naast Hangar 18 te bezichtigen zijn (het Maritiem Park);
- stedelijke collectie havenwerktuigen die momenteel in een hanger op Kaai 20 aan het Kattendijkdok opgeslagen liggen;
- scheepvaartcollectie van het MAS en de Vrienden van het Nationaal Scheepvaartmuseum die momenteel in verschillende depots ondergebracht zijn bij gebrek aan ruimte in het MAS;
- Vlaams archeologisch topstuk Doelse Kogge;
- varend erfgoed van particulieren.
Voor een toekomstig Maritiem Museum wordt uitgegaan van een actief belevingsmuseum waarbij naast het tentoonstellen van maritiem erfgoed ook de beleving van actieve scheepsherstelling en de zorg voor varend erfgoed centraal staat. De beschermde droogdokken kunnen hierin een belangrijke rol spelen waarbij uitgegaan wordt van een graduele overgang van museumsite in het zuiden (droogdok 1 tot 3) naar een actieve scheepsherstelplaats (droogdok 8 tot 10).
Haalbaarheidsstudie Maritiem Museum
De haalbaarheidsstudie dient beide locaties te onderzoeken en voor- en nadelen tegenover elkaar af te wegen. De haalbaarheidsstudie onderzoekt volgende zaken: het vertalen van het inhoudelijk programma van een Maritiem Museum (aangeleverd door CS/MNE/MAS) in een programma van eisen, het aftoetsen van het programma aan de beschikbare oppervlakte en de specifieke kenmerken van elke locatie, de ontwikkelingsmogelijkheden en –beperkingen, de faseerbaarheid, de opmaak van een eerste raming en het vormen van een visie over de betekenis van een Maritiem Museum op beide locaties.
De haalbaarheidsstudie moet duidelijkheid scheppen omtrent de haalbaarheid en het kostenplaatje van een Maritiem Museum zodat er ook een antwoord naar Vlaanderen over de huisvesting van de Kogge kan worden geformuleerd. De haalbaarheidsstudie reikt tegelijk ook argumentatie aan voor stedelijke beleidsbeslissingen over de invulling, fasering, timing en financiering van het Maritiem Museum. Tenslotte vormt de haalbaarheidsstudie input voor de op te maken projectdefinitie wanneer zou worden overgegaan tot een architectuurwedstrijd voor het Maritiem Museum en geeft het nieuwe inzichten voor een verdere verfijning van het museumconcept.
De haalbaarheidsstudie werd uitgevoerd door Compagnie-O in opdracht van AG VESPA en werd gefinancierd door de bedrijfseenehid cultuur, sport, jeugd en onderwijs.
Site Siberia versus site AWN
De Siberiasite is het meest noordelijk deel van het Droogdokkeneiland en sluit bij de haven. De schaalsprong tussen site en haven is immens. Het is daarom ook een scharnierplek op een kruispunt van waterwegen, mobiliteit en grootschalige infrastructuren. De site kan niet vanuit de plek zelf begrepen worden maar enkel vanuit het potentieel van de omgeving. Een maritiem museum op deze plek moet zich kunnen en willen meten aan deze uitzonderlijke condities.
De wegenis rond de gerenoveerde Royerssluis reduceert de bebouwbare oppervlakte van het bouwkader tot 4.300m². Voor het maritiem museum zijn daardoor minstens 2 bouwlagen vereist. Om de massiviteit te doorbreken wordt gesuggereerd om de verdieping op te tillen en plaats te maken voor een overdekte buitenruimte waar vaartuigen als op een bootdek kunnen worden tentoongesteld. De tentoonstellingsruimte kan op maat van de collectie ontworpen en gebouwd worden. Op de Siberiasite is het mogelijk om wonen en kantoor als nevenfuncties te ontwikkelen bij het museum. Het museum vormt bijgevolg de sokkel voor een private ontwikkeling erboven. Ondergronds dienen parkeerplaatsen te worden voorzien. De uitdaging ligt hier in de verhouding van het gebouw tot het naastgelegen Havenhuis en de infrastructuur van de Royerssluis.
De AWN-site betreft de bestaande gebouwencluster tussen droogdok 1 en droogdok 4. Het merendeel van de authentieke bebouwing is sinds de jaren ’60 vervangen door functionele ateliers met kantoren. Ondanks deze modernisering blijft de plek wel nauw verbonden met de dokken, de kades en het water. Een maritiem museum op deze plek betekent zich verhouden tot het verleden. Alles van waarde blijft behouden, alles met potentieel wordt versterkt en wat kan verdwijnen maakt plaats voor nieuwbouw.
In de gebouwcluster AWN02 gaat men uit van een valorisatie van het beschermde pomphuis door rond dit gebouw een transparant nieuw gebouwvolume te bouwen dat voldoet aan de strenge klimatologische eisen van de Kogge. Voor AWN01, het ateliergebouw met de markante afgeronde gevel wordt geopteerd voor renovatie waarbij de huidige atelierwerking behouden blijft. Het multifuncioneel gebouw is door haar structuur bovendien flexibel inzetbaar voor diverse invullingen. De meesterwoningen kunnen ingezet worden als horecazaak met mogelijkheden voor een aangenaam terras met zicht op droogdok 1 en kan extern uitgebaat worden. De AWN-site ontbeert wel een blikvanger dat het museum op de kaart zet. In de studie wordt daarom gesuggereerd om een deel van de collectie vaartuigen in een transparante toren te stapelen waardoor de boten als billboard voor het museum werken.
Een vergelijking van beide sites is niet evident gezien ze intrinsiek zeer verschillend zijn. Als samenvatting worden de opportuniteiten van beide sites tegenover elkaar afgewogen.
|
|
Siberia-site |
AWN-site |
|
SITE |
Maritiem Museum: solitair gebouw >> droogdokken als decor |
Maritiem Park: volledige site >> verwevenheid met droogdokken en interactie binnen-buiten |
|
COLLECTIE |
Gebouw vormt zich naar de collectie >> totaalproject |
Collectie vormt zich naar gebouwen >> groeimodel |
|
KOGGE |
Meest optimale omstandigheden kunnen gecreëerd worden |
Kogge past zich binnen bestaande rooilijnen >> gestapelde opstelling |
|
ONTWIKKELING |
Ontwikkeling van nevenfuncties mogelijk (grootte-orde 10.000m²), waaronder wonen en kantoor |
Verschillende gebouwen en gebouwstructuur laten flexibele invullingen toe (interesse van Werkvormm, AIR, Seefbier,…) |
|
FASEERBAARHEID |
Totaalproject: moeilijk faseerbaar |
AWN01 en AWN02 kunnen onafhankelijk ontwikkeld worden |
|
ENERGIE en BEHEER |
Betere energieprestaties wegens nieuwbouw |
Beperkte klimaatcondities in de gerenoveerde gebouwen |
|
BEREIKBAARHEID |
Tramhalte aan Havenhuis (250m) Ondergrondse parking |
Tramhalte Amsterdamstraat (650m) Bovengronds parkeren |
|
SPANNINGSBOOG |
Mentale sprong naar havengebied Buitenstedelijk gebied (Havenhuis, Pomphuis) |
Voortzetting culturele as Eilandje: Stapsteen MAS, RSL, Shop, Maritiem Museum |
|
BOUWKOST |
16,5 miljoen euro |
13 miljoen euro |
Noot: bouwkost is exclusief btw, beheerskost, energiekost, aanleg openbaar domein, erelonen, studiekosten, eventuele renovatiepremies, projectwerking en scenografie.
Vanuit de stedenbouwkundig, bouwkundig en cultureel opzicht heeft de AWN-site de voorkeur, aangezien de beschermde droogdokken het museum inhoudelijk versterken en ondersteunen. De AWN-site is een volgende stapsteen in de culturele maritieme as op het Eilandje met het MAS en de Red Star Line. De gebouwen lenen zich perfect tot de ontwikkeling van een actief belevingsmuseum en zijn flexibel inzetbaar. Bovendien komen deze gebouwen leeg te staan en is de museuminvulling een ideale functie om de gebouwen en de beschermde droogdokken te herwaarderen. De Siberiasite is weliswaar een interessante maar moeilijke site. Op deze site kunnen ook andere hoofdfuncties ontwikkeld worden terwijl de invulling van de AWN-gebouwen door andere functies ruimtelijk en vergunningstechnisch niet evident is.
Projectcoördinatie
De regie over het Droogdokkeneiland is een opdracht van AV VESPA binnen het programma Stad aan het water. Vanuit deze opdracht is het aangewezen dat AG Vespa de projectcoördinatie opneemt voor de ontwikkeling van het Maritiem Museum, in nauwe samenwerking met de bedrijfseenheid cultuur, sport, jeugd en onderwijs die instaat voor de inhoudelijke uitwerking van het museum. Er dient een samenwerkingsovereenkomst opgemaakt te worden voor de projectcoördinatie in al zijn facetten (afstemming Droogdokkenpark, onderzoek eventuele commercialisatie van een deel van de site, opmaak projectdefinitie, voorbereiding wedstrijd, opvolging realisatie, …)
Planning Kogge-project
In 2012 startte het conservatietraject op in de Suezloods op het Droogdokkeneiland. De Suezloods werd hierbij door het gemeentelijk havenbedrijf ter beschikking gesteld. Omwille van de renovatie van de Royerssluis (start der werken is voorzien begin 2016) dient de Suezloods afgebroken te worden. Er dient dus een nieuwe huisvesting voor de Kogge gevonden te worden. Het hout van de Kogge dient met de nodige omzichtigheid te worden behandeld, en het transport dient daarom tot een minimum beperkt te worden. Daarom bekijkt het gemeentelijk havenbedrijf momenteel of de Kogge voor de komende 7 jaar gehuisvest kan worden in een demonteerbare loods op een braakliggend terrein tussen droogdok 6 en droogdok 8.
Na de verhuis kan de verdere conservatie in functie van een latere reconstructie en expositie gestart worden. In de periode 2016-2020 is de ontzilting en de impregnatie van het hout voorzien en worden voorbereidende studies voor de reconstructie opgestart. De fase van ontzilting en impregnatie wordt echter enkel opgestart indien er een engagement is voor de definitieve huisvesting en expositie van de Kogge. Vanaf januari 2021 kan volgens deze timing de effectieve reconstructie van start gaan. De reconstructie dient plaats te vinden in de geklimatiseerde ruimte waar de Kogge definitief zal worden gehuisvest en tentoongesteld. De heropbouw van het schip kan dus pas worden opgestart wanneer de expositieruimte – het museum – beschikbaar is. Vanaf de fase van de reconstructie kan een bezoekerswerking worden opgestart en kan het museum zijn deuren openen.
Vervolgtraject
Als de huidige planning van het Koggeproject aangehouden wordt, dient het Maritiem Museum klaar te zijn tegen eind 2022 om vanaf 2023 het museum te openen en de reconstructie van de Kogge er te kunnen starten. Een terugteltiming laat zien dat de architectuurwedstrijd dan ten laatste in 2018 zou moeten plaatsvinden, voorafgegaan door de opmaak van de projectdefinitie.
Momenteel is voor het Maritiem Museum geen budget voorzien in de meerjarenbegroting. Indien geen budgetten kunnen vrijgemaakt worden deze legislatuur, dan schuift het project met minstens 2 jaar op en kan een Maritiem Museum ten vroegste opengaan in 2026.
Het college wenst zich verder te engageren voor de huisvesting van de Doelse Koggen in Antwerpen.
Het college neemt kennis van de resultaten van de haalbaarheidsstudie en beslist de AWN-site als voorkeurslocatie te weerhouden.
Het college neemt kennis van het planningstraject en beslist om de opmaak van de projectdefinitie en de architectuurwedstrijd nog deze legislatuur op te starten.
Het college keurt de collegiale brief aan de minister-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed goed.
Het college geeft opdracht aan
| Dienst | Taak |
| CS | verdere uitwerking van het museumconcept als input voor de projectdefinitie |
| verdere uitwerking van het collectieplan voor de betreffende maritieme collecties | |
| AG VESPA | projectcoördinatie voor het Maritiem Museum |
| opmaak samenwerkingsovereenkomst voor volledige projectcoördinatie |