Artikel 130bis van De Nieuwe Gemeentewet (laatste aanpassing: decreet van 1 februari 2008) dat bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer.
Met collegebeslissing van 6 maart 2015 (jaarnummer 1794) werd het werkkader vastgelegd met betrekking tot de coördinatie van de bevoegdheden van de districten. Artikel 2 bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bij de goedkeuring van een aanvullend verkeersreglement, voorafgaandelijk aan de beslissing, telkens advies vraagt aan het betrokken district.
Het Mastplein in het district Wilrijk:
Ter hoogte van de Heistraat wordt de verplichting om naar rechts te draaien, opgeheven.
In samenspraak met het district Wilrijk wordt voorgesteld om:
Er wordt tevens een extra parkeerstrook voorzien, vanaf de Mastweg tot nummer 100. Onderzoek heeft uitgewezen dat er voldoende ruimte is om parkeren toe te laten.
De parkeerbalans is positief, door het inrichten van een extra parkeerstrook, zijn er 5 extra parkeerplaatsen.
Gelieve de aanpassing in te voeren met een proefperiode van 6 maanden. De verplichte rechtsaf is ingevoerd om de doorstroming van de bussen rijdend in de Heistraat niet in het gedrang te brengen. Het afschaffen van de regeling moet geëvalueerd worden.
De districtsraad geeft gunstig advies over het volgend ontwerp van een aanvullend reglement met betrekking tot de politie van het wegverkeer voor het Mastplein in het district Wilrijk, ter vervanging van het aanvullend reglement, goedgekeurd in de collegezitting van 13 december 2013 (jaarnummer 12595):
A. Bovengrondse parkeerplaats:
Artikel 1: het eenrichtingsverkeer wordt, uitgezonderd voor fietsers, ingevoerd tegen de wijzers van de klok in, uitgezonderd in het gedeelte ter hoogte van de nummers 30 tot 70.
De verkeersborden C1 en F19 met onderbord werden aangebracht.
Artikel 2: het parkeren wordt verboden langs de bebouwde zijde:
Een gele onderbroken streep wordt op de trottoirband aangebracht.
Artikel 3: het parkeren wordt verboden:
De verkeersborden E1 werden aangebracht.
Artikel 4: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor voertuigen gebruikt door personen met een handicap, op de aangelegde parkeerplaats ter hoogte van nummer 115 (twee plaatsen).
De verkeersborden E9a, met onderbord, werden aangebracht.
Artikel 5: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor autodelen tegenover nummer 21 (twee plaatsen).
Het verkeersbord E9a met onderbord, werd aangebracht.
Artikel 6: parkeervakken werden gemarkeerd door witte markeringen.
Artikel 7: parkeervakken werden gemarkeerd door witte markeringen op de voorbehouden plaatsen voor voertuigen gebruikt door personen met een handicap en het pictogram werd op het wegdek aangebracht.
B. Ondergrondse parkeerplaats:
Artikel 8: de toegang tot de ondergrondse parkeerplaats wordt verboden voor bestuurders van voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, groter is dan 1,90 meter.
Het verkeersbord C29 werd aangebracht.
Artikel 9: het verbod wordt opgelegd met een grotere snelheid te rijden dan 10 km/uur in de ondergrondse parkeerplaats.
Het verkeersbord C43 werd aangebracht.
Artikel 10: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor motorfietsen, personenauto's, auto's dubbel gebruik en minibussen in de ondergrondse parkeerplaats.
De verkeersborden E9b werden aangebracht.
Artikel 11: de toegang tot de ondergrondse parkeerplaats wordt verdeeld in rijstroken.