Deze maand werd een rapport van het Rekenhof publiek dat een analyse maakt van de financiering en aanwending van de werkingsmiddelen van scholen in het leerplichtonderwijs. Veel aandacht ging in de media naar de zeer kritische bedenkingen van het Rekenhof omtrent de zogenaamde „bandbreedte” variabele middelen die worden toegekend in functie van 4 SES-criteria. Buiten het feit dat de kritiek van het Rekenhof op een aantal punten objectief als onterecht en zelfs intentioneel kan worden beschouwd, blijft de vraag wat de gevolgen zullen zijn voor het toekomstig beleid vanuit Vlaanderen met betrekking tot de verdeling van de werkingsmiddelen.
Vermits het Antwerps onderwijs, netoverschrijdend, met afstand de grootste „genieter” is van deze variabele SES-middelen, is het ook de belangrijkste bedreigde onderwijsgemeenschap bij uitvlakking van deze middelen.
Vandaar volgende vragen:
1. Wat is het bedrag dat elk van de netten in Antwerpen vorig jaar heeft ontvangen als „bandbreedte”-middelen ?
2. Wat is het potentieel verlies voor het Antwerps onderwijs indien het systeem van de variabele SES-middelen zou worden afgeschaft ?
3. Welke zijn initiatieven die vanuit het Antwerpse onderwijsbeleid worden ontwikkeld om te komen tot een transparante verantwoording over de besteding van de variabele SES-middelen in Antwerpse scholen ?
4. Zal er vanuit Antwerpen een netoverschrijdend initiatief worden genomen naar het Vlaamse beleid om te voorkomen dat nadelige beslissingen zouden genomen worden ?
Raadslid Voorhamme houdt zijn interpellatie.
Schepen Marinower geeft antwoord op de vragen.
Raadslid Voorhamme houdt nog een wederwoord.
- Het volledige debat is opgenomen en digitaal raadpleegbaar via het stadsarchief.