Terug

2015_IP_00193 - Interpellatie van raadslid Peter Mertens: over de strategie van de Stad Antwerpen inzake Dringende Medische Hulpverlening

gemeenteraad
ma 29/06/2015 - 19:30 Raadzaal, stadhuis
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester-voorzitter; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Kathleen Van Brempt, raadslid; Freya Piryns, raadslid; Gerolf Annemans, raadslid; André Gantman, raadslid; Güler Turan, raadslid; Robert Voorhamme, raadslid; Karim Bachar, raadslid; Monica De Coninck, raadslid; Fauzaya Talhaoui, raadslid; Fatma Akbas, raadslid; Greet van Gool, raadslid; Bruno Valkeniers, raadslid; Toon Wassenberg, raadslid; Wim Van Osselaer, raadslid; Patrick Janssen, raadslid; Peter Mertens, raadslid; Annemie Turtelboom, raadslid; Liesbeth Homans, raadslid; Mohamed Chebaa Amimou, raadslid; Wouter Vanbesien, raadslid; Mie Branders, raadslid; Galina Matushina, raadslid; Caroline Bastiaens, raadslid; Carine Leys, raadslid; Lisa Geets, raadslid; Leyla Aydemir, raadslid; Johan Klaps, raadslid; Vic Van Aelst, raadslid; Danielle Meirsman, raadslid; Dirk Rochtus, raadslid; Anne Giveron, raadslid; Martine Vrints, raadslid; Koen Laenens, raadslid; Martijn Van Esbroeck, raadslid; Franky Loveniers, raadslid; Danny Feyen, raadslid; Jean Goedtkindt, raadslid; Joris Giebens, raadslid; Kevin Vereecken, raadslid; Fatima Talhaoui, raadslid; Ikrame Kastit, raadslid; Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Leen Verbist, raadslid; Maya Detiège, raadslid; Serge Muyters, korpschef

Verontschuldigd

Koen Kennis, schepen; Filip Dewinter, raadslid; Anke Van dermeersch, raadslid; Yasmine Kherbache, raadslid; Dirk Van Duppen, raadslid; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester-voorzitter
2015_IP_00193 - Interpellatie van raadslid Peter Mertens: over de strategie van de Stad Antwerpen inzake Dringende Medische Hulpverlening 2015_IP_00193 - Interpellatie van raadslid Peter Mertens: over de strategie van de Stad Antwerpen inzake Dringende Medische Hulpverlening

Motivering

Indiener(s)

Peter Mertens

Gericht aan

Fons Duchateau

Tijdstip van indienen

ma 22/06/2015 - 19:15

Toelichting

Context en feiten

Ik heb een politieke vraag over de werking van het OCMW Antwerpen, met name naar het verlenen van dringende medische hulp. Mijn vraag gaat niet over de operationele werking van het OCMW, want dat is uiteraard bevoegdheid van de OCMW-raad zelf. Mijn vraag gaat over de strategische beleidsopties die het OCMW Antwerpen neemt, en die vraag komt conform artikel 42 van het Gemeentedecreet toe aan de gemeenteraad.

De wet legt bepaalde voorwaarden op voor dringend medische hulp aan mensen zonder papieren. Men moet behoeftig zijn, en men heeft een attest van een arts nodig die bevestigt dat de patiënt dringende zorg nodig heeft.

Het Koninklijk Besluit van 12 december 1996 stelt in artikel 1 dat de dringende medische hulp, de hulp betreft die een uitsluitend medisch karakter vertoont en waarvan de dringendheid met een medisch getuigschrift wordt aangetoond. Er wordt gespecifieerd dat deze dringende medische hulp zorgverstrekking kan omvatten van zowel preventieve als curatieve aard.

In artikel 2 lezen we dat de dringende medische hulp door de Staat aan het OCMW wordt terugbetaald, op voorwaarde dat dit centrum een medisch getuigschrift voorlegt waaruit de dringende noodzakelijkheid van de verstrekking blijkt.

“Dat ook de adviserende arts van het OCMW naar zo’n dossier kijkt, daar is op zich niets mis mee. Maar als hij het oordeel van de behandelende arts betwist en als om die reden hulp wordt geweigerd, is dat onwettelijk.”, zegt professor Freek Louckx in De Standaard (20 juni 2015).

Dat wordt ook bevestigt in de parlementaire stukken. In de voorbereiding van de  parlementaire vraag betreffende Dringende Medische Hulp aan mensen zonder wettig verblijf het volgende:
“Het is aan de behandelende arts om te bepalen of medische zorgverstrekking noodzakelijk is. De verantwoordelijkheid om te bepalen of een preventieve of curatieve ingreep dringend is, wordt bij de arts gelegd en die moet ter zake in eer en geweten oordelen.”  (Parl. St. Kamer 1995-96, Doc. nr. 364/7, 26) (zie art. 1 KB van 12 december 1996: rubriek 1.2).

 

Professor Louckx benadrukt ook dat om sociale fraude bij artsen na te gaan, er andere wegen noodzakelijk zijn:  “Als het OCMW vermoedt dat bepaalde artsen te snel een attest voor dringende medische hulp geven, moet het naar de Orde van Geneesheren stappen. Die neemt dan de gepaste maatregelen tegen de arts in kwestie. Ik heb veeleer de indruk dat onder het mom van fraudebestrijding de dienstverlening van het OCMW wordt afgebouwd.”

De professor concludeert: “Het begrip “dringende hulp” is nu heel breed en dat blijft best zo. Artsen moeten hun therapeutische vrijheid behouden. Behalve voor specifieke gevallen waarbij misbruik is aangetoond. Overigens staan onze grondwet en internationale verdragen niet zomaar een verstrenging van de wet rond dringende medische hulp toe.”

Vragen:

  1. Is het de strategie van de Stad Antwerpen om bijkomende criteria op te stellen voor het toekennen van Dringende Medische Hulp, naast diegenen die in het KB van 12.12.96 zijn vastgelegd?
  2. Is het de strategie van de Stad Antwerpen om een eigen invulling te geven aan het begrip ‘dringend karakter’ van de medische hulp?
  3. Zal de Stad Antwerpen er op toezien dat het OCMW onvoorwaardelijk de wet naleeft in het toekennen van Dringende Medische Hulp?

Bespreking

Antwoord

Raadslid Mertens houdt zijn interpellatie.
Schepen Duchateau geeft antwoord op de vragen.
Raadslid Mertens houdt nog een wederwoord.

-           Het volledige debat is opgenomen en digitaal raadpleegbaar via het stadsarchief.

wo 22/07/2015 - 11:56