Op 1 september 2009 trad het Decreet Grond- en Pandenbeleid in voege. Dit decreet verplicht gemeenten om een sociaal woonaanbod te realiseren tegen 2020. Dit sociaal woonaanbod wordt het bindend sociaal objectief (BSO) genoemd en is samengesteld uit een objectief voor sociale huurwoningen, voor sociale koopwoningen en voor sociale kavels. Het decreet bepaalt de wijze waarop het bindend sociaal objectief per gemeente wordt vastgesteld.
De stad Antwerpen kreeg in 2009 enkel een bindend sociaal objectief opgelegd voor sociale koopwoningen en kavels, gezien het percentage sociale huurwoningen in Antwerpen hoger lag dan 9%. Volgens de nulmeting dat in kader van het decreet grond en panden toen werd voltrokken, had de stad een sociaal huuraanbod van 10,13%.
Om bijkomende sociale huurwoningen te kunnen financieren sloot de stad op 1 januari 2014 een sociale woonbeleidsconvenant af met de Vlaamse overheid. Deze convenant bevat alle sociale woonprojecten die bijkomende sociale huurwoningen voorzien en die in de periode 2014-2016 zullen aanbesteed worden.
De regelgeving bepaalt dat woonbeleidsconvenanten kunnen herzien worden na het afronden van de 2-jaarlijkse vooruitgangstoetsen, die Wonen-Vlaanderen uitvoert om de vooruitgang van de bindend sociale objectieven te meten. Begin 2015, na de vooruitgangstoets van 2014, meldde de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen dan ook dat de huidige woonbeleidsconvenant van de stad Antwerpen kon herzien worden indien gewenst.
De herziening biedt de mogelijkheid om projecten die vertraging hebben opgelopen en daardoor pas na 2016 zullen aanbesteed worden, uit de convenant te halen. Daarnaast kunnen dringende projecten, die voorheen niet in de convenant stonden, toegevoegd worden. Belangrijke randvoorwaarde is wel dat het vastgelegde budget van de sociale woonbeleidsconvenant 2014-2016 niet wordt verhoogd (€ 185.040.506,67).
Naar aanleiding hiervan werd op het lokaal woonoverleg van 5 maart 2015 gevraagd aan de sociale huisvestingsmaatschappijen om de huidige sociale woonbeleidsconvenant te herbekijken en projecten die geschrapt/toegevoegd moeten worden, door te geven. Het definitieve voorstel werd vervolgens besproken op het lokaal woonoverleg van 10 juni 2015.
Op basis hiervan werd een voorstel tot addendum aan de sociale woonbeleidsconvenant uitgewerkt. 3 projecten van Woonhaven Antwerpen zouden geschrapt moeten worden wegens aanbesteding na 2017, 2 andere projecten van Woonhaven worden toegevoegd. Ook Vlaams Woningfonds zou 13 kleinere projecten willen toevoegen. Met de aanpassingen worden er in totaal 1294 bijkomende sociale huurwoningen voorzien voor een budget van € 184.024.676,01.
De aanvraag tot afsluiten van een addendum moet samen met het voorstel verstuurd worden naar de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW). Op basis van het stedelijk voorstel zal de VMSW een addendum opstellen. Dit addendum zal vervolgens na goedkeuring door de stad worden voorgelegd aan de minister van Wonen. Het uiteindelijke addendum wordt goedgekeurd door de gemeenteraad.
De aanvraag en aangepaste projectenlijst voor het addendum aan de woonbeleidsconvenant zijn toegevoegd als bijlage bij dit besluit.
Artikel 4.1.4, §3 van het grond- en pandendecreet bepaalt dat voor gemeenten die reeds een sociaal huuraanbod hebben van ten minste negen procent, geen verplichte toenameregeling geldt. De verwezenlijking van sociale huurwoningen wordt verwezenlijkt door middel van sociale woonbeleidsconvenanten, afgesloten tussen de Vlaamse regering en één of meer gemeenten.
Het college keurt het voorstel voor addendum aan de sociale woonbeleidsconvenant 2014-2016 goed en ondertekent daartoe de collegiale brief voor kennisgeving van deze intentie.