Artikel 37, §1 b) van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een tijdelijke milieuvergunningsaanvraag klasse 1 of 2.
Aanvrager(s): Evonik Degussa Antwerpen nv - Tijsmanstunnel-West zn - 2040 Antwerpen. De aanvraag omvat de tijdelijke exploitatie van een houder voor vloeibare zuurstof in het kader van een testopstelling voor de UT-BIO-eenheid.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Het college beslist een tijdelijke milieuvergunning klasse 1 goed te keuren aan Evonik Degussa Antwerpen nv, Tijsmanstunnel West zn, 2040 Antwerpen, om een installatie van een houder voor vloeibare zuurstof in het kader van een testopstelling voor de UT-Bio-eenheid te exploiteren op hetzelfde adres.
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
Algemene milieuvoorwaarden:
| algemene milieuvoorwaarden - algemeen | hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8. |
Sectorale milieuvoorwaarden:
| gassen - gemeenschappelijke bepalingen | afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5; |
| gassen - opslag in vaste reservoirs voor samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden gassen | afdeling 5.16.6 en bijlagen 5.16.3 en 5.16.4. |
Het college beslist dat de volgende brandweervoorwaarden van toepassing zijn:
B1
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
S1
Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht.
H3
Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm Ø dient voorzien. De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt. De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.
K1
Op de houders dient een koelinstallatie te worden voorzien.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 29 juni 2015 en eindigt op 29 december 2015.