Terug

2015_CBS_02192 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Belgian Container Maintenance en Repair nv, Narvikstraat 3, haven 104, 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2014/597/AVG - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 20/03/2015 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_02192 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Belgian Container Maintenance en Repair nv, Narvikstraat 3, haven 104, 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2014/597/AVG - Kennisneming 2015_CBS_02192 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Belgian Container Maintenance en Repair nv, Narvikstraat 3, haven 104, 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2014/597/AVG - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Periodiek worden de meldingen van klasse 3-inrichtingen in lijsten aan het college bekendgemaakt. De meldingen opgenomen als bijlage werden op de afdeling milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1,   4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4,   4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en   4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6;

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15;

gassen – gemeenschappelijke bepalingen

hoofdstuk 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

gassen – koelinrichtingen / compressoren

hoofdstuk 5.16.3;

gassen – opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten

hoofdstuk 5.16.5. en bijlagen 5.16.1 en 5.16.2;

opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en   bovengrondse houders

hoofdstuk 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: ondergrondse houders

hoofdstuk 5.17.2 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.7;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders

hoofdstuk 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage   5.17.7;

metalen

hoofdstuk 5.29.

Artikel 3

Het college wijst erop dat de volgende bijzondere voorwaarden van toepassing zijn:

  • uiterlijk zes maanden na aktename door het college dient een attest van installatie van een KWS-afscheider met coalescentiefilter overgemaakt te worden aan de dienst milieuvergunningen van de stad Antwerpen (p/a Grote Markt 1, 2000 Antwerpen of via milieuvergunningen@stad.antwerpen.be);
  • uiterlijk zes maanden na aktename door het college dient een nieuwe analyse van het bedrijfsafvalwater overgemaakt te worden aan de dienst milieuvergunningen van de stad Antwerpen (p/a Grote Markt 1, 2000 Antwerpen of via milieuvergunniungen@stad.antwerpen.be). Naast de reeds onderzochte parameters dienen minstens ook volgende parameters onderzocht te worden: chloride, sulfaat, ammonium, nitriet, nitraat, totaal stikstof, totaal fosfor, arseen, barium, cadmium, chroom, ijzer, koper, kwik, lood, nikkel, seleen, zilver, zink, monocyclische aromatische koolwaterstoffen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen en organisch stofgehalte;
  • uiterlijk zes maanden na aktename door het college dient een buitengebruikstellingsattest van de ‘mobiele’ tank aangeleverd te worden, of dient een milieuvergunning klasse 2 aangevraagd te worden;
  • alle producten en stoffen met gevaarseigenschappen dienen opgeslagen te worden op lekbakken, ook indien ze zich bevinden in een afgesloten container;
  • herstellingen waarbij gebruik gemaakt wordt van verf dienen zoveel mogelijk onder de luifel of in de werkplaats uitgevoerd te worden;
  • het wassen van de containers dient te gebeuren op een vloeistofdichte oppervlakte die ervoor zorgt dat al het afvalwater via een KWS-afscheider met coalescentiefilter kan worden afgevoerd.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.