In het kader van het openbaar onderzoek, dat een onderdeel is van de wettelijke procedure, werd op 6 februari 2015 een bekendmaking uitgehangen aan het stadhuis en op de verschillende objecten of complexen zelf. Binnen de voorziene periode van 30 dagen werden bij het stadsbestuur geen bezwaarschriften ingediend.
Op 23 december 2014 ondertekende de Vlaamse minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed vijf besluiten voor de voorlopige bescherming van een aantal objecten of gebouwen op Petroleum Zuid, meer bepaald:
In het kader van de beschermingsprocedure is de stad gehouden een openbaar onderzoek te voeren en wordt haar gevraagd een stedelijk advies te formuleren.
Deze reeks beschermingen volgt op de realisatieconvenant met betrekking tot het Brownfieldproject ‘Investeringszone Petroleum-Zuid’, in 2013 afgesloten door het Agentschap Onroerend Erfgoed, Blue Gate Antwerp nv, de stad Antwerpen, Waterwegen en Zeekanaal nv en het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen. In deze convenant worden de principes inzake behoud, bescherming en integratie van het bouwkundig en industrieelarcheologisch erfgoed in de herontwikkeling van het plangebied omschreven. Het agentschap Onroerend Erfgoed startte daarop de beschermingsprocedure voor een pakket van vijf objecten of gebouwen, die in de realisatieconvenant als te beschermen worden aangeduid.
De beschermingsdossiers werden opgemaakt door het agentschap Onroerend Erfgoed van de Vlaamse overheid en steunen op de historische en de industrieel-archeologische waarden van de verschillende onderdelen. De dossiers omvatten een goede inhoudelijke onderbouwing en argumentatie van de verschillende erfgoedwaarden. De verschillende objecten scoren hoog voor alle criteria die bij een bescherming als monument afgetoetst worden: zeldzaamheid, gaafheid en herkenbaarheid, authenticiteit, representativiteit, ensemblewaarde en contextwaarde. De voor bescherming voorgestelde objecten hebben een sterke visuele en inhoudelijke samenhang. Samen getuigen ze over de geschiedenis, het proces en de evolutie van Antwerpen als petroleumhaven.
Petroleum Zuid heeft een hoge erfgoedwaarde omwille van het historisch en industrieel-archeologisch belang van de site. Al sinds 1861 ontpopte Antwerpen zich als eerste petroleuminvoerder in Europa. De activiteiten, eerst verspreid in de stad, later aan het Amerikadok, verplaatsten zich in het begin van de twintigste eeuw naar het zogenaamde Petroleum Zuid, een nieuw aangelegde haven aan de verlengde Scheldekaaien, ten zuidwesten van de binnenstad van Antwerpen. Petroleum Zuid is één van de oudste petroleumhavens in Europa en daardoor een icoon van de Tweede Industriële Revolutie. In de eerste helft van de twintigste eeuw speelde de haven een toonaangevende rol in de Europese petroleumindustrie. De petroleumhaven was voornamelijk geconcentreerd rond overslag en opslag van petroleum en aanverwante producten. Vanaf 1934 waren er in het gebied ook een aantal raffinaderijen, maar deze werden allemaal afgebroken toen de huidige raffinage zich verplaatste naar de nieuwe petroleumhaven ten noorden van Antwerpen. De site is eerder organisch gegroeid, waarbij gebouwen opgericht en afgebroken werden naargelang de behoeften. De verschillende bouwwerken hadden elk hun eigen functie in het overslag- en opslagproces en vormden één geheel, hoewel ze uit verschillende periodes dateren.
Volgende infrastructuren en gebouwen werden voorlopig beschermd:
De dienst stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/monumentenzorg adviseert de voorliggende bescherming van de verschillende items op Petroleum Zuid gunstig. Deze erfgoedrelicten zijn van algemeen belang omwille van hun historische en industrieel-archeologische waarde. Erfgoedelementen kunnen in de nieuwe ontwikkeling op een inzichtelijke wijze ingeschakeld worden om zo het gelaagde verhaal van de site levendig te houden. Met betrekking tot de voor bescherming geselecteerde items vormt het behoud van de ensemble- en contextwaarde en de beeldwaarde hierbij een prioriteit. Enkel door een zo volledig mogelijk behoud van de installaties die representatief zijn voor het industrieel proces, wordt er zowel op visueel als inhoudelijk vlak een zo getrouw mogelijk beeld gevormd van deze vroegere activiteit. Door het behoud van de belangrijkste erfgoedrelicten op de site wordt de historische identiteit van de plek bewaard. De bescherming zorgt ervoor dat bij de herontwikkeling de geschiedenis van de site tastbaar blijft. Ze maakt het ook mogelijk om bij restauratiewerken aanspraak te maken op een erfgoedpremie. Het gebruikelijke premiepercentage bedraagt 40% van de kosten die in aamerking worden genomen voor betoelaging. Wanneer de eigenaar aanspraak wenst te maken op een verhoogde premie van 80% is het noodzakelijk om over een goedgekeurd beheersplan voor de beschermde goederen te beschikken.
Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen liet weten geen bezwaar te zullen indienen tegen de voorlopige bescherming van het onroerend erfgoed op de site Blue Gate. Het havenbedrijf vond het niet opportuun om een advies te formuleren.
Blue Gate Antwerp bezorgde een nota, als bijlage aan dit besluit gehecht, waarin per relict aanvullingen en bemerkingen worden opgelijst. Naast een aantal materiële onjuistheden of vergissingen vermeldt de nota bij enkele objecten meer inhoudelijke opmerkingen waarmee bij de verdere behandeling van het dossier rekening dient te worden gehouden. Deze hebben betrekking op de reikwijdte van de bescherming van de APC-loods, de bouwfysische en milieu-technische aspecten van het behoud van de bovengrondse pijpleidingen en de sanering en toegankelijkheid van de zone met opslagtanks.
De dienst ondernemen en stadsmarketing/business en innovatie sluit zich aan bij de bemerkingen van Blue Gate Antwerp en liet weten geen apart advies te zullen uitbrengen.
Aan AG VESPA werd eveneens advies gevraagd maar werd geen advies ontvangen.
Er werden vijf ministeriële besluiten houdende vaststelling van een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten opgemaakt, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten.
Op 1 januari 2015 werd het nieuw onroerendergoeddecreet van 12 juli 2013 van kracht. Voor voorlopige beschermingen die voor 1 januari 2015 werden ondertekend voorziet het nieuw onroerenderfgoeddecreet dat de procedure van de oude wetgeving van toepassing blijft. Het zijn echter wel de rechtsgevolgen van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 die van toepassing zijn op het voorlopig beschermd goed.
Het college neemt kennis van het resultaat van het openbaar onderzoek naar aanleiding van de voorlopige bescherming als monument van verschillende objecten op Petroleum-Zuid, 2020 Antwerpen.
Het college beslist de voorgenomen bescherming gunstig te adviseren maar vraagt om bij de verdere behandeling van het dossier maximaal rekening te houden met de vragen en opmerkingen die in het advies van Blue Gate Antwerp worden opgesomd.