Terug

2015_CBS_02335 - Petroleum Zuid, verschillende adressen - Bescherming als monument, gunstig advies - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 20/03/2015 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_02335 - Petroleum Zuid, verschillende adressen - Bescherming als monument, gunstig advies - Goedkeuring 2015_CBS_02335 - Petroleum Zuid, verschillende adressen - Bescherming als monument, gunstig advies - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

In het kader van het openbaar onderzoek, dat een onderdeel is van de wettelijke procedure, werd op 6 februari 2015 een bekendmaking uitgehangen aan het stadhuis en op de verschillende objecten of complexen zelf. Binnen de voorziene periode van 30 dagen werden bij het stadsbestuur geen bezwaarschriften ingediend.

Aanleiding en context

Op 23 december 2014 ondertekende de Vlaamse minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed vijf besluiten voor de voorlopige bescherming van een aantal objecten of gebouwen op Petroleum Zuid, meer bepaald:

  • de jettypier, Petroleumkaai zonder nummer, ter hoogte van de kruising met de Naftaweg;
  • de loods van de American Petroleum Company, Lakweg zonder nummer;
  • de opslagtanks met bakstenen trapconstructies en taluds en het pomphuis, D'Herbouvillekaai 100;
  • de refter met conciërgewoning, D'Herbouvillekaai 100;
  • de bovengrondse pijpleidingen, Petroleumkaai zonder nummer, Naftaweg zonder nummer, Lakweg zonder nummer.

In het kader van de beschermingsprocedure is de stad gehouden een openbaar onderzoek te voeren en wordt haar gevraagd een stedelijk advies te formuleren.

Argumentatie

Deze reeks beschermingen volgt op de realisatieconvenant met betrekking tot het Brownfieldproject ‘Investeringszone Petroleum-Zuid’, in 2013 afgesloten door het Agentschap Onroerend Erfgoed, Blue Gate Antwerp nv, de stad Antwerpen, Waterwegen en Zeekanaal nv en het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen. In deze convenant worden de principes inzake behoud, bescherming en integratie van het bouwkundig en industrieelarcheologisch erfgoed in de herontwikkeling van het plangebied omschreven. Het agentschap Onroerend Erfgoed startte daarop de beschermingsprocedure voor een pakket van vijf objecten of gebouwen, die in de realisatieconvenant als te beschermen worden aangeduid.

De beschermingsdossiers werden opgemaakt door het agentschap Onroerend Erfgoed van de Vlaamse overheid en steunen op de historische en de industrieel-archeologische waarden van de verschillende onderdelen. De dossiers omvatten een goede inhoudelijke onderbouwing en argumentatie van de verschillende erfgoedwaarden. De verschillende objecten scoren hoog voor alle criteria die bij een bescherming als monument afgetoetst worden: zeldzaamheid, gaafheid en herkenbaarheid, authenticiteit, representativiteit, ensemblewaarde en contextwaarde. De voor bescherming voorgestelde objecten hebben een sterke visuele en inhoudelijke samenhang. Samen getuigen ze over de geschiedenis, het proces en de evolutie van Antwerpen als petroleumhaven.

Petroleum Zuid heeft een hoge erfgoedwaarde omwille van het historisch en industrieel-archeologisch belang van de site. Al sinds 1861 ontpopte Antwerpen zich als eerste petroleuminvoerder in Europa. De activiteiten, eerst verspreid in de stad, later aan het Amerikadok, verplaatsten zich in het begin van de twintigste eeuw naar het zogenaamde Petroleum Zuid, een nieuw aangelegde haven aan de verlengde Scheldekaaien, ten zuidwesten van de binnenstad van Antwerpen. Petroleum Zuid is één van de oudste petroleumhavens in Europa en daardoor een icoon van de Tweede Industriële Revolutie. In de eerste helft van de twintigste eeuw speelde de haven een toonaangevende rol in de Europese petroleumindustrie. De petroleumhaven was voornamelijk geconcentreerd rond overslag en opslag van petroleum en aanverwante producten. Vanaf 1934 waren er in het gebied ook een aantal raffinaderijen, maar deze werden allemaal afgebroken toen de huidige raffinage zich verplaatste naar de nieuwe petroleumhaven ten noorden van Antwerpen. De site is eerder organisch gegroeid, waarbij gebouwen opgericht en afgebroken werden naargelang de behoeften. De verschillende bouwwerken hadden elk hun eigen functie in het overslag- en opslagproces en vormden één geheel, hoewel ze uit verschillende periodes dateren.

Volgende infrastructuren en gebouwen werden voorlopig beschermd:

  • De jettypier (Petroleumkaai, zonder nummer), gebouwd in 1902-1903 is één van de weinige bewaarde constructies uit de beginperiode van Petroleum-zuid. Het is in de haven van Antwerpen het enige voorbeeld van een ‘jettypier’, specifiek gebouwd om tankers in diep water te kunnen laten aanmeren en via pijpleidingen rechtstreeks aan te sluiten op de opslagtanks van de meer achterin gelegen bedrijven. De lengte van nagenoeg 300m liet toe met drie tankers tegelijk te kunnen aanmeren. De constructie bestaande uit veertien met natuursteen afgewerkte bakstenen pijlers en een betonnen brugdek is gaaf bewaard en een vroege toepassing van beton in Vlaanderen. Samen met de voor bescherming voorgestelde pijpleidingen en opslagtanks vormt de pier een samenhangend inhoudelijk geheel dat als infrastructuur voor overslag en opslag van petroleum de belangrijkste functie van de voormalige petroleumhaven afleesbaar maakt.  Door zijn ligging in de Schelde, zijn lengte en kenmerkende opbouw fungeert de pier als een beeldbepalend herkenningspunt die de locatie van Petroleum Zuid aangeeft aan en op het water.
  • De loods van American Petroleum Company (Lakweg, zonder nummer) is gebouwd voor de brand van 1904 voor de opslag van petroleumvaten en is daarmee één van de oudste gebouwen van Petroleum Zuid. De loods werd gebouwd op het lot I dat als eerste lot werd ontwikkeld. Het tonvormig gewelf is een heel vroeg voorbeeld van een gewapende betonnen schaalconstructie. De gewelven steunen op metalen, boogvormige I-profielen die in de bakstenen muren overgaan. De betonschaal bestaat uit drie lagen die telken 1,5 tot 2 centimeter dik zijn. Er werd wapening aangebracht in zink, zowel getorst, gekruist als in horizontale stroken. De doelstelling was om een structuur te bouwen die een tijdlang kon weerstaan aan hoge temperaturen bij brand.
  • De opslagtanks met bakstenen trapconstructies, taluds en pomphuis (D’Herbouvillekaai 100). De opslagtanks zijn door hun volume en groepering in de wijde omgeving waarneembaar en aldus beeldbepalend op de site. Samen met de voor bescherming voorgestelde jettypier, het pomphuis en de bovengrondse pijpleiding vormen ze een samenhangend inhoudelijk geheel. Vanuit de tanker aan de jettypier werd de petroleum via pijpleidingen en het pomphuis getransporteerd naar de opslagtanks van de diverse bedrijven. Het voor bescherming voorgestelde gedeelte van de opslagtanks is een gaaf bewaard ensemble en representatief voor de concentratie aan opslagtanks in deze zone. De zeven gegroepeerde tanks werden in fasen gebouwd en rondom voorzien van een talud dat in geval van lekkage de producten kon opvangen en in geval van brand verdere uitbreiding vermeed. De telkens tussen twee tanks geplaatste bakstenen trapconstructies versterken de ensemblewaarde van dit geheel. De bakstenen trapvolumes, vermoedelijk fungerend als een uitkijk- en observatiepost voor de tankdaken en het tankpark in zijn geheel, zijn de enige in hun soort op de site en opmerkelijk door hun hoogte en massieve doch zuivere, lineire vormgeving.
    Het pomphuis is een noodzakelijke schakel in de infrastructuur van pier, pijpleidingen en opslagtanks. De decoratief uitgewerkte noord- en zuidgevel met verdiepte muurvlakken en tuitgevels aan de west- en oostzijde maken het gebouw mee beeldbepalend voor de omgeving. De architectuur sluit aan bij de hieronder vermelde refter met conciërgewoning, zodat het gebouw over ensemblewaarde beschikt.
  • De refter met conciërgewoning (D’Herbouvillekaai 100) werd kort na 1922 opgetrokken door de Belgian Benzine Company. Dit bedrijf dat vanaf 1930 opging in Belgian Shell Company, nam het lot XI van Petroleum Zuid in 1920 in concessie. Het bedrijf verhandelde allerlei petroleumproducten van op de site. De refter met conciërgewoning beschikt over ensemblewaarde in combinatie met het nabijgelegen en architecturaal gelijkaardige ketelhuis (beschermd in 2007). Het is architecturaal ook verwant met het verderop gelegen pomphuis. De refter met conciërgewoning is een voorbeeld van de sociale gebouwen die werden opgetrokken vanaf 1922. Het geheel getuigt van de werkomstandigheden op de site van Petroleum Zuid.
  • De bovengrondse pijpleidingen (Petroleumkaai zonder nummer, Naftaweg zonder nummer, Lakweg zonder nummer), gebouwd in de periode 1937-1939 vormen het erfgoedrelict bij uitstek dat het beeld van de site bepaalt. Door de afmeting en verhoogde positie is de installatie in de wijde omgeving waarneembaar en structureert ze de open ruimte. Samen met de voor bescherming voorgestelde jettypier en opslagtanks vormt de pijpleiding een samenhangend inhoudelijk geheel. De pijpleiding vormde de logische verbinding tussen de pier en de daarop geënte gebouwen, installaties en constructies. De pijpleidingen waren typologisch en materieel een vernieuwende installatie Het voor bescherming voorgestelde gedeelte van de bovengrondse pijpleidingen is een gaaf bewaard deel en representatief voor het geconcentreerd netwerk dat deze installatie vormde op de site. Door de sterke beeldwaarde en repetitieve vormgeving, gekenmerkt door een samenspel van horizontale en verticale lijnvoering verwordt deze nutsvoorziening, deze infrastructuur tot een soort van ‘landmark’.

De dienst stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/monumentenzorg adviseert de voorliggende bescherming van de verschillende items op Petroleum Zuid gunstig. Deze erfgoedrelicten zijn van algemeen belang omwille van hun historische en industrieel-archeologische waarde. Erfgoedelementen kunnen in de nieuwe ontwikkeling op een inzichtelijke wijze ingeschakeld worden om zo het gelaagde verhaal van de site levendig te houden. Met betrekking tot de voor bescherming geselecteerde items vormt het behoud van de ensemble- en contextwaarde en de beeldwaarde hierbij een prioriteit. Enkel door een zo volledig mogelijk behoud van de installaties die representatief zijn voor het industrieel proces, wordt er zowel op visueel als inhoudelijk vlak een zo getrouw mogelijk beeld gevormd van deze vroegere activiteit. Door het behoud van de belangrijkste erfgoedrelicten op de site wordt de historische identiteit van de plek bewaard. De bescherming zorgt ervoor dat bij de herontwikkeling de geschiedenis van de site tastbaar blijft. Ze maakt het ook mogelijk om bij restauratiewerken aanspraak te maken op een erfgoedpremie. Het gebruikelijke premiepercentage bedraagt 40% van de kosten die in aamerking worden genomen voor betoelaging. Wanneer de eigenaar aanspraak wenst te maken op een verhoogde premie van 80% is het noodzakelijk om over een goedgekeurd beheersplan voor de beschermde goederen te beschikken.

Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen liet weten geen bezwaar te zullen indienen tegen de voorlopige bescherming van het onroerend erfgoed op de site Blue Gate. Het havenbedrijf vond het niet opportuun om een advies te formuleren.

Blue Gate Antwerp bezorgde een nota, als bijlage aan dit besluit gehecht, waarin per relict aanvullingen en bemerkingen worden opgelijst. Naast een aantal materiële onjuistheden of vergissingen vermeldt de nota bij enkele objecten meer inhoudelijke opmerkingen waarmee bij de verdere behandeling van het dossier rekening dient te worden gehouden. Deze hebben betrekking op de reikwijdte van de bescherming van de APC-loods, de bouwfysische en milieu-technische aspecten van het behoud van de bovengrondse pijpleidingen en de sanering en toegankelijkheid van de zone met opslagtanks.

De dienst ondernemen en stadsmarketing/business en innovatie sluit zich aan bij de bemerkingen van Blue Gate Antwerp en liet weten geen apart advies te zullen uitbrengen.

Aan AG VESPA werd eveneens advies gevraagd maar werd geen advies ontvangen. 

Juridische grond

Er werden vijf ministeriële besluiten houdende vaststelling van een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten opgemaakt, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten.

Op 1 januari 2015 werd het nieuw onroerendergoeddecreet van 12 juli 2013 van kracht. Voor voorlopige beschermingen die voor 1 januari 2015 werden ondertekend voorziet het nieuw onroerenderfgoeddecreet dat de procedure van de oude wetgeving van toepassing blijft. Het zijn echter wel de rechtsgevolgen van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 die van toepassing zijn op het voorlopig beschermd goed.

Beleidsdoelstellingen

5 - Bruisende stad
1SBR04 - Antwerpen staat op de kaart als (onroerend) erfgoedstad: onroerend erfgoed is een troef in het ruimtelijk beleid en een hefboom voor stadsontwikkeling
1SBR0401 - Het onroerend erfgoed is gevrijwaard, waar nodig door herbestemming, om het door te geven aan de volgende generatie
1SBR040107 - Beschermingsprocedures zijn gevoerd (wettelijke taak)

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van het resultaat van het openbaar onderzoek naar aanleiding van de voorlopige bescherming als monument van verschillende objecten op Petroleum-Zuid, 2020 Antwerpen.

Artikel 2

Het college beslist de voorgenomen bescherming gunstig te adviseren maar vraagt om bij de verdere behandeling van het dossier maximaal rekening te houden met de vragen en opmerkingen die in het advies van Blue Gate Antwerp worden opgesomd.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen

  • 20150224_BGA_Adviesnota beschermingen.pdf