Terug

2015_CBS_02197 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Schroothandel Arnix-metal, Marnixstraat 22 bus 1, 2060 Antwerpen, Dossiernummer MV2014/632/JW - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 20/03/2015 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_02197 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Schroothandel Arnix-metal, Marnixstraat 22 bus 1, 2060 Antwerpen, Dossiernummer MV2014/632/JW - Kennisneming 2015_CBS_02197 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Schroothandel Arnix-metal, Marnixstraat 22 bus 1, 2060 Antwerpen, Dossiernummer MV2014/632/JW - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden conform de wetgeving aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de afdeling milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningsvoorwaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6.

verwerking van afvalstoffen – algemeen

hoofdstuk 5.2.1;

inrichtingen voor het opslaan en behandelen van schroot

hoofdstuk 5.2.2.7.

Artikel 3

Het college beslist dat volgende bijzondere voorwaarde van toepassing is:

  • er dient een vloeistofdichte vloeroppervlakte voorzien te worden die voldoende groot is voor de eventuele mechanische behandeling van het schroot. Uiterlijk zes maanden na aktename door het college wordt een bewijs van plaatsing hiervan bezorgd aan de dienst Milieuvergunningen van de stad Antwerpen, p/a Grote Markt 1, 2000 Antwerpen of via milieuvergunningen@stad.antwerpen.be.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.