Terug

2015_CBS_07287 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Intertek Belgium nv, Kruisschansweg 11, haven 505, 2040 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/265/AVG. - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 04/09/2015 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_07287 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Intertek Belgium nv, Kruisschansweg 11, haven 505, 2040 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/265/AVG. - Goedkeuring 2015_CBS_07287 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Intertek Belgium nv, Kruisschansweg 11, haven 505, 2040 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/265/AVG. - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Intertek Belgium nv - Kruisschansweg 11 - 2040 Antwerpen. De aanvraag omvat: een laboratorium.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Intertek Belgium nv, Kruisschansweg 11, 2040 Antwerpen, om op de percelen gelegen te 2040 Antwerpen, Kruisschansweg 11, haven 505, een laboratorium te exploiteren.

Artikel 2

Algemene milieuvoorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater – hoofdstuk 4.2. en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden, lucht – hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10

Sectorale voorwaarden:

chemicaliën – hoofdstuk 5.7 en bijlage 5.7;

elektriciteit – hoofdstuk 5.12;

gassen – gemeenschappelijke bepalingen – afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

gassen – koelinrichtingen / compressoren – afdeling 5.16.3;

gassen – opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten – afdeling 5.16.5. en bijlagen 5.16.1 en 5.16.2;

gassen – opslag in vaste reservoirs voor samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden gassen – afdeling 5.16.6 en bijlagen 5.16.3 en 5.16.4;

opslag van gevaarlijke stoffen – afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: ondergrondse houders – afdeling 5.17.2 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.7;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders – afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen en immissiecontroleprocedures – afdeling 5.43.1 + 5.43.4.;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties – kleine stookinstallaties (300 kW – 5 MW) – subafdeling 5.43.2.3;

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere milieuvoorwaarden:

  • de opslagplaats voor de verplaatsbare gasflessen moet aangepast worden zodat de scheidingsafstanden gerespecteerd worden. De opslag moet ook ontoegankelijk gemaakt worden voor publiek;
  • om schade aan de vaste opslagtanks voor stikstof en argon te vermijden, dient de opslagplaats beschermd te worden tegen aanrijding;
  • de keuringsattesten van de vaste houders voor stikstof en argon dienen bezorgd te worden aan dienst milieuvergunningen van stad Antwerpen. Dit kan per post (dienst Milieuvergunning, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen) of elektronisch (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be);
  • de opslagcontainer zonder inkuiping mag niet gebruikt worden voor de opslag van gevaarlijke vloeistoffen;
  • de opslag van gevaarlijke stoffen in de kelder moet voorzien worden van lekbakken of verplaatst worden naar een geschikte locatie;
  • de exploitant dient zo snel mogelijk een bemonstering en analyse van het geloosde afvalwater te laten uitvoeren door een erkend labo. Indien het afvalwater gevaarlijke stoffen bevat, mag dit niet ongezuiverd geloosd worden en dient rubriek 24.4 uit de milieuvergunning aangepast te worden naar rubriek 24.3.;
  • de exploitant dient binnen de 6 maanden na vergunningverlening een kws-afscheider met coalescentiefilter en waterzuivering voor het afvalwater te voorzien. Het bewijs hiervan wordt bezorgd aan dienst milieuvergunningen van stad Antwerpen (p/a Grote Markt 1, 2000 Antwerpen of milieuvergunningen@stad.antwerpen.be);
  • het koelwater dient afzonderlijk geloosd te worden. Een aangepast rioleringsplan wordt bezorgd om deze gewijzigde lozingssituatie aan te tonen;
  • intertek vraagt de lozing van het bedrijfsafvalwater aan onder rubriek 3.6.3.1.a wat inhoudt dat het geloosde afvalwater geen gevaarlijke stoffen bevat. Om dit aan te tonen dient, na de plaatsing van de waterzuivering, nogmaals een wateranalyse uitgevoerd te worden waarvan het verslag bezorgd wordt aan dienst milieuvergunningen van stad Antwerpen;

Brandweervoorwaarden:

Snelblustoestellen

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kilogram poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enz.

In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Een snelblustoestel van 5 kilogram CO2 – ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine.

Muurhaspels

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm

NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 millimeter volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 millimeter dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot

het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Bovengrondse hydrant

Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 millimeter diameter dient voorzien.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding

waarvan de minimale binnendiameter 150 millimeter bedraagt.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk

beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 4 september 2015 en eindigt op 4 september 2035.

Artikel 5

De vergunde inrichting dient in gebruik genomen te worden binnen de 3 jaar vanaf de datum van deze vergunning, zoniet vervalt deze vergunning van rechtswege.

Artikel 6

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.