Het verval van de verkavelingen van voor 22 december 1970 is een onderdeel van de opmaak van het verplichte vergunningenregister. Het al dan niet vervallen zijn van iedere verkaveling voor deze datum, dient te worden onderzocht.
In zitting van 8 januari 2007 (jaarnummer 161) besliste het college over volgende verkavelingsvergunning van 12 april 1965 dat:
Bij de opmaak van het vervalbesluit is er een materiële vergissing in de redenering gemaakt omdat geen rekening werd gehouden met onderstaande verkavelingsvergunning van 25 november 1968:
Deze laatste verkaveling vervangt namelijk de kavels 28 tot en met 34 van de oorspronkelijke verkaveling.
De kavels 28 tot en met 34 van de bekomen nieuwe verkavelingsvergunning (WI/1968/V/006 van 25 november 1968) overlappen dezelfde kavelnummers van de vorige verkavelingsvergunning (WI/1965/V/003 van 12 april 1965). Hierdoor komen deze kavels in de oudere verkavelingsvergunning automatisch te vervallen volgens de vervalregelgeving.
Artikel 7.6.2. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening is van toepassing. Dit artikel bepaalt dat de gemeente de verplichting wordt opgelegd om een vergunningenregister op te maken, ter inzage te houden van iedereen en er uittreksels uit af te leveren.
Artikelen 4.6.4., 7.5.4. en 7.5.6. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zijn van toepassing. Deze artikelen bepalen de vervalregeling voor verkavelingen met of zonder wegenaanleg.
Het college beslist dat in aanvulling op zijn besluit van 8 januari 2007 (jaarnummer 161), de kavels 28 tot en met 34 zijn vervallen binnen de verkavelingsvergunning WI/1965/V/0003.