Artikel 37, §1 b) van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een tijdelijke milieuvergunningsaanvraag klasse 1 of 2.
Aanvrager: Stad Antwerpen - Grote Markt 1 - 2000 Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een tijdelijk containerpark.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Het college beslist een tijdelijke milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan stad Antwerpen, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen, om op de locatie gelegen te Derdeweg zn, 2040 Zandvliet-Antwerpen een containerpark te exploiteren.
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
algemene milieuvoorwaarden |
hoofdstuk 4.1; |
|
algemene milieuvoorwaarden, geluid |
hoofdstuk 4.5; |
|
algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater |
hoofdstuk 4.2; |
|
algemene milieuvoorwaarden, licht |
hoofdstuk 4.6; |
|
afvalstoffen |
hoofdstuk 5.2, afdeling 5.2.1; |
|
afvalstoffen, containerparken |
hoofdstuk 5.2, subafdeling 5.2.2.1; |
|
afvalstoffen, opslag KGA |
hoofdstuk 5.2, subafdeling 5.2.2.2. |
Het college wijst erop dat de volgende brandweervoorwaarden van toepassing zijn:
B1
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
S2
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.
Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
H3
Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm Ø dient voorzien.
De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.
De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 19 juni 2015 en eindigt op 19 december 2015.