Terug

2015_CBS_07065 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Overseas Distribution Company nv, Houtdok 26B - 27A/B, 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/244/JV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 28/08/2015 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Glenn Verspeet, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_07065 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Overseas Distribution Company nv, Houtdok 26B - 27A/B, 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/244/JV - Goedkeuring 2015_CBS_07065 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Overseas Distribution Company nv, Houtdok 26B - 27A/B, 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/244/JV - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Overseas Distribution Company nv - Mexicostraat 3 - 2030 Antwerpen. De aanvraag omvat de uitbeiding en wijziging van magazijnen voor de opslag en distributie van diverse goederen.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Overseas Distribution Company nv, Mexicostraat 3, 2030 Antwerpen, voor de inrichting gelegen te 2030 Antwerpen, Houtdok 26B – 27A/B. De vergunning heeft als voorwerp het wijzigen en uitbreiden van magazijnen voor de opslag en distributie van diverse goederen.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

Algemene voorwaarden

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

Sectorale voorwaarden:

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

garages, parkeerplaatsen herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen en

hoofdstuk 5.15;

gassen – gemeenschappelijke bepalingen

afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

gassen – koelinrichtingen compressoren

afdeling 5.16.3;

hout – algemeen

afdeling 5.19.1.

Artikel 3

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiemavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

  • Rondom de inrichting dienen, op onderlinge afstanden van circa 80 meter, bovengrondse hydranten, van het type BH 100, volgens de norm NBN S 21.019 geplaatst te worden, welke mogen aangesloten worden, met een aansluiting van het directe type op een leiding van minimaal 6" hetzij op het net van de openbare waterleiding, hetzij in eigen beheer gevoed, waarbij tenminste gedurende 2 uren voldoende waterdebiet onder de vereiste druk kan geleverd worden. De uitgeefkanten van 70 mm diameter dienen bijkomend met gepaste afsluitkranen te worden uitgerust. De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydranten.
  • Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm diameter dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
  • Snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC dienen goed verdeeld aangebracht a rato van 1 per 150 m² (binnenruimte). Voor de oppervlakten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
  • De inrichting dient uitgerust te worden met een algemene en automatische branddetectieinstallatie, aangevuld met een manueel systeem om ontruiming te bevelen. Het aantal, de aard en de plaatsing van de toestellen wordt bepaald door de afmetingen van de lokalen en het risico in de lokalen.
  • Afvoer van rook en warme gassen bij brand:

Om rook- en warmteaccumulatie in geval van brand te vermijden dienen een voldoende aantal, bij brand automatisch openende afvoerkleppen in harde of halflichte materialen, als dusdanig door de Beroepsvereniging der Belgische Verzekeringsondememingen (BVVO) erkend, in het dak voorzien te worden, regelmatig verdeeld over het ganse dakoppervlak.

Het aantal afvoerkleppen bedraagt minimaal 4 per 1 000 m² grondoppervlakte.

De afvoerklep mag niet kleiner zijn dan 0,50 m², noch groter dan 6 m².

Geen van de afmetingen mag groter zijn dan 2,50 meter.

De totale nuttige openingsoppervlakte van deze afvoerkleppen moet minimaal 2 % van de grondoppervlakte bedragen.

Bij afwezigheid van automatisch openende afvoerkleppen dienen oordeelkundig over het dak verdeelde stroken uit smeltbare halflichte materialen, als dusdanig door de BVVO erkend, en in hoofdzaak beperkt tot PVC, te worden aangebracht.

De globale oppervlakte van deze stroken dient minimaal 4 % van de globale dakoppervlakte te bedragen.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 28 augustus 2015 en eindigt op 28 augustus 2035.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.