Dit besluit werd ingetrokken met de beslissing van het districtscollege van 2 juni 2015, jaarnummer 139
Met de collegebeslissing van 6 maart 2015 (jaarnummer 1791) werden de bevoegdheden van de districtscolleges gecoördineerd. Artikel 5 bepaalt dat het districtscollege bevoegd is voor het lokaal cultuurbeleid.
Het districtscollege nam op 22 oktober 2013 (jaarnummer 300) kennis van het geïntegreerd actieplan 2014 en keurde de acties in hoofdstuk 7 (betreffende het lokaal cultuurbeleid in het district Hoboken) van het district en de gemeenschappelijke acties met de vzw Lokaal Cultuurbeleid district Hoboken goed.
In overleg met de cultuurantenne, de coördinator cultuur, de cultuurwerking van het UiThuis en de districtsschepen voor cultuur werd hoofdstuk zeven van het geïntegreerd werkingsverslag Lokaal Cultuurbeleid 2014 opgemaakt.
Het districtscollege wil werken aan een aangename leefomgeving in het district met een vrijetijdsaanbod op maat van verschillende doelgroepen.
Elk district keurt vanaf dit jaar hun werkingsverslag lokaal cultuurbeleid goed. De districtscoördinator heeft het werkingsverslag 2014 aan het districtscollege overgemaakt ter voorbereiding van het districtscollege van 24 maart 2015. Het districtscollege had geen opmerkingen. Het werkingsverslag werd besproken en goedgekeurd op de raad van bestuur Lokaal Cultuurbeleid district Hoboken van 1 april 2015.
Het werkingsverslag 2014 wordt ter kennisneming geagendeerd op de districtsraad.
De werkingsverslagen worden gebundeld tot één geïntegreerd werkingsverslag Lokaal Cultuurbeleid Antwerpen 2014.
Het decreet lokaal cultuurbeleid van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid. Gewijzigd bij decreten van 5 juli 2002, 20 december 2002, 21 maart 2003, 24 december 2004, 23 december 2005, en 30 juni 2006, en alle volgende wijzigingen en daarbij horende uitvoeringsbesluiten.
Het districtscollege keurt het werkingsverslag lokaal cultuurbeleid district Hoboken 2014 goed.