Met het gemeenteraadsbesluit van 20 maart 2000 (jaarnummer 619) en bij collegebesluit van 16 maart 2000 (jaarnummer 3984) werden de bevoegdheden van de districten bepaald. Met het collegebesluit van 9 oktober 2002 (jaarnummer 11543) en het gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2001 (jaarnummer 2307) werden een aantal bevoegdheden van de districtsbesturen verfijnd.
Artikel 32 van het Gemeentedecreet voorziet dat de gemeenteraadsleden het recht hebben om aan de burgemeester en aan het college mondelinge en schriftelijke vragen te stellen. Dit artikel is ook van toepassing op de districten conform artikel 276 van het Gemeentedecreet.
Artikel 58 van het basisreglement "Bestuurlijke Organisatie stad Antwerpen" (BOSA) voorziet dat de raadsleden het recht hebben om aan het uitvoerend bestuur mondelinge en schriftelijke vragen te stellen. Het regelt de manier waarop op schriftelijke vragen wordt geantwoord.
Volgens de artikels 32 en 276 van het Gemeentedecreet hebben de districtsraadsleden het recht om aan het districtscollege mondelinge en schriftelijke vragen te stellen.
Het districtssecretariaat ontving een schriftelijke vraag van een districtsraadslid. Het districtscollege moet kennis nemen van deze vraag.
Het districtscollege neemt kennis van volgende schriftelijke vraag:
Het districtscollege wijst deze vraag voor gevolg toe aan het districtscollegelid waaraan de vraag werd gesteld.