Voor de tweede maal krijgen een aantal kinderdagverblijven in de provincie Limburg een uitbreiding van het aantal IKG-plaatsen, naar aanleiding van het strategisch actieplan Limburg in het Kwadraat, vastgelegd in de overeenkomst tussen de Vlaamse gemeenschap, de provincie Limburg en Kind en Gezin.
Het college keurde in zitting van vrijdag 21 december 2007 de samenwerkingsovereenkomst tussen stad Antwerpen, OCMW Antwerpen en VDAB goed (jaarnummer 17475). In het kader van deze samenwerkingsovereenkomst is het belangrijk de tekorten steeds opnieuw aan te kaarten bij de Vlaamse overheid en Kind en Gezin.
Het is positief dat de Vlaamse overheid inspeelt op de specifieke toestand in bepaalde regio's. Het stadsbestuur brengt de minister op de hoogte van de situatie in de stad Antwerpen via een collegiale brief.
Begin 2014 is de toestand in Antwerpen als volgt: het aantal nul- tot driejarigen bedraagt 22.555 kinderen. Meer dan één kind op vier wordt geboren in een kansarme situatie. 11% van de nul- tot driejarigen woont in een éénoudergezin, 72% is van allochtone afkomst. Antwerpen heeft begin 2014 26,6 plaatsen per 100 kinderen, de Barcelonanorm is dus nog steeds niet gehaald. Het aantal inkomensgerelateerde plaatsen per 100 kinderen bedraagt 20%.
De stad Antwerpen neemt heel wat initiatieven om het aantal kwalitatieve en toegankelijke kinderopvangplaatsen te verhogen, maar is ook in grote mate afhankelijk van Vlaanderen. Kinderopvang is bovendien een jobobstakel.
Het college keurt de collegiale brief, gericht aan minister Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin om de situatie in verband met kinderopvang in Antwerpen voor te leggen, goed.