Samenstelling
Aanwezig
Bart De Wever, burgemeester;
Koen Kennis, schepen;
Philip Heylen, schepen;
Ludo Van Campenhout, schepen;
Claude Marinower, schepen;
Marc Van Peel, schepen;
Rob Van de Velde, schepen;
Nabilla Ait Daoud, schepen;
Fons Duchateau, schepen;
Roel Verhaert, stadssecretaris
Afwezig
Serge Muyters, korpschef
Secretaris
Roel Verhaert, stadssecretaris
Voorzitter
Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_10710 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning - Bijzondere procedure - Voorwaardelijk gunstig advies - 20141674 - district Antwerpen - Realisatie van het project Brabo 2 (Noorderlijn) - Goedkeuring
Motivering
Regelgeving: bevoegdheid
In toepassing van artikel 4.7.26 § 4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient het college advies uit te brengen aan het Vlaamse gewest over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
Artikel 4.2.25. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat indien de vergunningsaanvraag wegeniswerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, en het vergunningverlenende bestuursorgaan oordeelt dat de vergunning kan worden verleend, dan neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen, alvorens het vergunningverlenende bestuursorgaan een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag.
Aanleiding en context
| Aanvragers: |
Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel nv |
| De aanvraag omvat: |
het realiseren van het project Brabo 2 (Noorderlijn) |
| Dossiernummer: |
AN/B/P//20141674 |
Argumentatie
Het college beslist op basis van het bijgevoegd stedenbouwkundig verslag.
Juridische grond
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
Artikel 1
Het college beslist het gunstig advies, zoals geformuleerd in het bijgevoegd stedenbouwkundig verslag met inbegrip van de beoordeling van de ingediende bezwaren, goed te keuren voor een aanvraag tot een stedenbouwkundige vergunning, mits volgende voorwaarden per deelproject in het bijzonder en de algemene voorwaarden/adviezen strikt worden nageleefd:
Voorwaarden deelproject 1:
- De keermogelijkheid in de Louiza-Marialei moet tot aan de sinussen in asfalt worden uitgevoerd. Rondom het fietspad langsheen het traject tussen het Hardenvoortviaduct en Asiadok-Oostkaai moet een verharding in platines kandla gres 14x14x10 cm worden in plaats van kasseien. Ook de opstelplaats voor de oversteek naar de IJzerlaan, de middenberm en de aankomstzone zijde IJzerlaan dienen volledig in dezelfde platines te worden uitgevoerd in plaats van in betonstraatstenen;
- De bouwheer laat de geplande werken voorafgaan door een archeologische begeleiding van de uitgraving en registratie van de archeologische sporen, zoals bepaald in de Bijzondere Voorwaarden voor een archeologische opgraving, opgesteld voor het Brabo 2-project;
- De bouwheer vraagt bij het Agentschap Onroerend Erfgoed de Bijzondere Voorwaarden op waaraan de archeologische opgraving dient te voldoen;
- De te behouden bomen (Rooseveltplaats) moeten op passende wijze beschermd worden tijdens de werken zoals geadviseerd in de bomentoets (zie bijlage);
- Alle plannen en werforganisatie Brabo2 / Noorderlijn worden afgestemd met plannen en werven van Parkbrug en ZNA;
- De veiligheid van parkgebruiker wordt voldoende gegarandeerd en indien nodig worden daarvoor de gepaste inrichtingsmaatregelen in overleg met de stad genomen;
- Gelet op het specifieke DBFM-karakter van de aannemingsopdracht staat de Opdrachtnemer (aannemersconsortium Brabo 2) na het verkrijgen van de bouwtoelating nog in voor het verder uitwerken tot op uitvoeringsniveau van het referentieontwerp dat momenteel is opgenomen in de bouwaanvraag. De Stad Antwerpen merkt op dat in dit kader nog verdere planoptimalisaties en detaillering dienen te gebeuren, onder meer (niet-limitatief) voor wat betreft de positie van straatmeubilair en verlichting, aansluitingen op bestaande omgeving of andere uitvoeringsdetails. Overeenkomstig de bepalingen van de dBF overeenkomst tussen de stad Antwerpen en de Opdrachtnemer, mag de Opdrachtnemer geen onderdeel van de bouwwerken aanvatten vooraleer:
- het deel van het ontwerp dat op het betreffende onderdeel betrekking heeft werd uitgewerkt tot niveau van uitvoeringsontwerp, en
- dit uitvoeringsontwerp door de Opdrachtnemer aan de stad Antwerpen ter Acceptatie werd voorgelegd uiterlijk 20 werkdagen voorafgaand aan de start van het betrokken deel van de bouwwerken. Voornoemde opmerkingen, die op zich geen enkel beletsel vormen voor het verkrijgen van een vergunning, worden evenwel niet meegenomen in dit advies, maar zullen door de stad Antwerpen ten gepaste tijde aan de Opdrachtnemer worden overgemaakt opdat deze kunnen worden meegenomen bij de uitwerking van het uitvoeringsontwerp;
- De bouwheer dient een oplossing te zoeken binnen het ingediende deelproject 1 om bereikbaarheid van de bestaande drop-off zone aan de hoofdingang van het hotel te verzekeren, rekening houdend met de nieuwe toestand van de Italiëlei.
Voorwaarden deelproject 2:
- De bouwheer laat de geplande werken voorafgaan door een archeologische begeleiding van de uitgraving en registratie van de archeologische sporen, zoals bepaald in de Bijzondere Voorwaarden voor een archeologische opgraving, opgesteld voor het Brabo 2-project;
- De bouwheer vraagt bij het Agentschap Onroerend Erfgoed de Bijzondere Voorwaarden op waaraan de archeologische opgraving dient te voldoen.
Voorwaarden deelproject 4:
- De bouwheer laat de geplande werken voorafgaan door een archeologische begeleiding van de uitgraving en registratie van de archeologische sporen, zoals bepaald in de Bijzondere Voorwaarden voor een archeologische opgraving, opgesteld voor het Brabo 2-project;
- De bouwheer vraagt bij het Agentschap Onroerend Erfgoed de Bijzondere Voorwaarden op waaraan de archeologische opgraving dient te voldoen;
- De bindende voorwaarden zoals gesteld in de stedenbouwkundige vergunning voor het project Rijnkaai-Zuid (8.00/11002/506606.8) en Kattendijkdok-Oostkaai (8.00/11002/10652.1) worden verwerkt in het uitvoeringsdossier en dus ook van toepassing gesteld voor het dossier van Brabo2| Noorderlijn voor het desbetreffende projectonderdeel;
- Gelet op het specifieke DBFM-karakter van de aannemingsopdracht staat de Opdrachtnemer (aannemersconsortium Brabo 2) na het verkrijgen van de bouwtoelating nog in voor het verder uitwerken tot op uitvoeringsniveau van het referentieontwerp dat momenteel is opgenomen in de bouwaanvraag. De stad Antwerpen merkt op dat in dit kader nog verdere planoptimalisaties en detaillering dienen te gebeuren, onder meer (niet-limitatief) voor wat betreft de positie van straatmeubilair en verlichting, aansluitingen op bestaande omgeving of andere uitvoeringsdetails. Overeenkomstig de bepalingen van de dBF overeenkomst tussen de stad Antwerpen en de Opdrachtnemer, mag de Opdrachtnemer geen onderdeel van de bouwwerken aanvatten vooraleer:
(a) het deel van het ontwerp dat op het betreffende onderdeel betrekking heeft werd uitgewerkt tot niveau van uitvoeringsontwerp, en
(b) dit uitvoeringsontwerp door de Opdrachtnemer aan de stad Antwerpen ter Acceptatie werd voorgelegd uiterlijk 20 werkdagen voorafgaand aan de start van het betrokken deel van de bouwwerken.
Voornoemde opmerkingen, die op zich geen enkel beletsel vormen voor het verkrijgen van een vergunning, worden evenwel niet meegenomen in dit advies, maar zullen door de stad Antwerpen ten gepaste tijde aan de Opdrachtnemer worden overgemaakt opdat deze kunnen worden meegenomen bij de uitwerking van het uitvoeringsontwerp.
Algemene voorwaarden:
- Er wordt geopteerd om de nieuwe bomen voldoende kansen te geven om monumentaal uit te groeien, hiervoor dienen de richtlijnen beschreven in de bomenvisie van de stad opgevolgd te worden (zie bijlage). Deze bomenvisie is geldig voor het hele traject van de Noorderlijn! Dit betekent voldoende investering in ondergronds doorwortelbaar volume en standplaats van elke boom, alsook alle bomen grenzend aan de werf;
- Versterkt gras kan op verschillende manieren bekomen worden, en het is vooral de betredingsdruk en de belasting die moet bepalen welk type gebruikt wordt. Betongrasdals zijn het sterkst en meest stabiel. Deze kunnen in alle omstandigheden gebruikt worden. Voor grasstroken die niet of slechts occasioneel worden bereden (bijvoorbeeld enkel voor onderhoud of als brandweg rond een gebouw) voldoen kunststofgrastegels. Als dat het geval is bij de trambanen, is er geen bezwaar tegen kunststofgrastegels. Voor grasmatten met een intensieve betreding maar lage belasting, is gewapend gras of grindgazon dan weer ideaal omdat het gemakkelijk vanzelf regenereert en gemakkelijker te herstellen is dan grastegels. Dus voor de vergroening van de trambanen voor trajecten met een lage betredingsdruk kunnen kunststofgrastegels worden gebruikt.
- Volgende beschermingsmaatregelen voor de bomen dienen in acht genomen:
- tijdens de bouwwerken moeten de bomen tot buiten de kroonprojectie met een vast hekwerk afgeschermd worden;
- alle eventuele beschadigingen aan de bomen dienen onmiddellijk vakkundig te worden behandeld, om infectie van de wonden tot een minimum te beperken;
- onder de bomen mogen geen materialen gestapeld of werfwagens geplaatst worden;
- er mag geen grond aangevuld of afgegraven worden binnen de kroonprojectie;
- het uitgieten van spoelwater met cementresten enz. moet vermeden worden;
- het wortelgestel van te behouden bomen dient voldoende vochtig gehouden te worden tijdens de werken.
- Materiaalgebruik: volgende wijzigingen in materiaalgebruik moeten worden doorgevoerd:
- Inrichting tramperrons: tramperrons moeten volledig worden ingericht conform het draaiboek openbaar domein;
- Volgende zaken moeten zeker nog worden uitgewerkt: oversteekplaatsen voor voetgangers, blindengeleiding, hekwerken en wachthuisjes;
- Het bijgevoegd advies van de brandweer van 1 september 2014 met ref. BW/PR/2014/W.00002.A3.0009.
Artikel 2
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst |
Taak |
| SW/V/SV |
Het advies na de beslissing van de gemeenteraad over de zaak van de wegen, te bezorgen aan de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar |
Artikel 3
Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.