Geachte districtsschepen Waterschoot,
Met onze fractie zijn we erg bezorgd over de grondkwaliteit van het publieke speelplein gelegen op het grondgebied van het Cockerilhof.
Vanwaar die bezorgdheid?
Sinds juni 2014 zijn we via het stedelijk vastgoedbedrijf VESPA in het bezit van een drietal rapporten over grondstalen die genomen zijn in het Cockerilhof in de zone rond de directeurswoning.
Na een recente raadpleging van experten, thuis in het technisch jargon van deze rapporten, kunnen we met zekerheid stellen dat er een zeer ernstige bodemverontreiniging is vastgesteld in dit deel van het Cockerilhof.
Gezien het publieke speelplein in het andere deel van het Cockerilhof gelegen is, is het zeer onwaarschijnlijk dat er in dat deel geen bodemverontreiniging zou zijn.
De aard van de bodemverontreiniging situeert zich bij de Hobokense “klassiekers”, met name lood en cadmium, maar ook zijn er zeer giftige minerale oliën gevonden.
Volgens de diverse rapporten valt de onderzochte bodem onder de categorie “zware industrie grond” en zelfs tot de ergste categorie “chemisch te reinigen”.
Gezien het districtsbestuur verantwoordelijk is voor het publieke speelplein, vragen we dringend om hier de nodige bodemstalen te laten onderzoeken naar de aanwezigheid van zware metalen, minerale oliën en asbest.
Afhankelijk van de resultaten moet er tot bodemsanering overgegaan worden.
We herinneren er aan dat UMICORE, de vermoedelijke bron van de vervuiling, nog maar slechts een klein deel van zijn historische schuld ten opzichte van de Hobokense gemeenschap heeft afgelost. Deze schuld is wetenschappelijk berekend en reeds aangewend in de sanering van de wijk Moretusburg.
Districtsraadslid Langmans zegt dat iedereen weet dat de wijken Moretusburg en Vinkevelden vervuild zijn. Nu er een bouwproject is, moet er ineens gesaneerd worden. Ze heeft weinig begrip voor de vraag.
Districtsschepen Waterschoot legt uit dat het bodemdecreet oplegt wanneer er al dan niet een verplichting is tot saneren en hoe men moet omgaan met grond die verzet moet worden in een vervuild gebied en die geen 999-grond is. Dat is een kwalificatie voor de meest vervuilde grond, een afvalstof op zich. In Moretusburg was dat enkele jaren geleden erg duidelijk. De wijk zat boven de saneringsnorm. In de wijk Vinkevelden zaten bepaalde tuinen en percelen boven de norm en andere onder de norm. Daar zijn sommige delen gesaneerd en andere niet. Als OVAM de keuze maakte om niet te saneren, was er zolang je er niet in schept (dus geen verbouwingswerken uitvoert), geen gevaar voor de volksgezondheid. Op dit terrein proactief gaan saneren lijkt me geen goed idee. Dan moet je in heel industrieel Vlaanderen gronden vooraf gaan saneren. Als er een speelplein wordt gebouwd, wordt de grond zeker vooraf gescreend op bodemvervuiling, zoals het districtscollege op het Drossaardplein deed. Als er dan 999-grond aangetroffen wordt, volgen we de regels van de Vlaamse overheid.
Districtsraadslid Engelen vertelt dat de PVDA+ een bevraging gedaan heeft in de buurt. Daar kwam uit dat de buren willen weten of er een risico is van vervuilde grond. De Pvda+ vindt dat het voorzorgsprincipe voor de meerjarenplanning gaat. Zo moet er prioriteit worden gegeven als er een ernstig vermoeden is.
Districtsraadslid Langmans zegt dat het districtscollegebestuur vroeger wel besliste om bij de aanleg van het speelterrein in Hertogvelden extra grond af te graven ondanks het feit dat er geen alarmerend risico was.
Districtsschepen Waterschoot verduidelijkt dat er bodemstalen genomen en onderzocht zullen worden voordat er overgegaan wordt tot de aanleg van het speelplein. Er zijn al resultaten bekend van pleintjes in de buurt, maar daar mag geen conclusie uit afgeleid worden voor dit plein.
wo 19/11/2014 - 16:26