Terug

2014_CBS_12855 - Fondsen. Subsidiewerving - Oproep IWT-SBO-projecten met een primaire maatschappelijke finaliteit. Projectvoorstel 'Stedelijke weerbaarheid tegen fijn stof'. Intentieverklaring - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 19/12/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_12855 - Fondsen. Subsidiewerving - Oproep IWT-SBO-projecten met een primaire maatschappelijke finaliteit. Projectvoorstel 'Stedelijke weerbaarheid tegen fijn stof'. Intentieverklaring - Goedkeuring 2014_CBS_12855 - Fondsen. Subsidiewerving - Oproep IWT-SBO-projecten met een primaire maatschappelijke finaliteit. Projectvoorstel 'Stedelijke weerbaarheid tegen fijn stof'. Intentieverklaring - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Het agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) lanceert voor 2014-2015 een oproep binnen het steunkanaal voor strategisch basisonderzoek (SBO), onder meer voor projecten met een primair maatschappelijke finaliteit.

In dat kader wil de universiteit Antwerpen onder de titel ‘Stedelijke weerbaarheid tegen fijn stof’, een projectvoorstel indienen waarin de problematiek rond vervuiling door fijn stof nadrukkelijk binnen een sociale context wordt geplaatst. Het opzet is dat chemici, toxicologen, bio-ingenieurs, biomedici, biologen, sociologen en architecten elk vanuit hun eigen onderzoeksperspectief concrete cases analyseren en oplossingen aandragen die steden kunnen inzetten om blootstelling van bewoners en vooral kwetsbare groepen aan hoge concentraties fijn stof zo sterk mogelijk te reduceren. De stad Antwerpen zal daarbij een aantal interessante praktijkvoorbeelden voorleggen, die gepland, in uitvoering of al gerealiseerd zijn op een drietal ruimtelijke schaalniveaus.

De Universiteit Antwerpen vraagt de stad Antwerpen om het projectvoorstel te ondersteunen door middel van de ondertekening van een intentieverklaring.

Argumentatie

De stad Antwerpen heeft de voorbije jaren sterk ingezet op een verbetering van de luchtkwaliteit. In 2013 werden er nieuwe luchtkwaliteitskaarten opgemaakt voor verschillende polluenten, die in het kader van de Europese richtlijn voor schonere lucht (2008/50/EG) genormeerd zijn. Eind 2014 werden daar de UFP-kaarten (ultrafijn stof) aan toegevoegd.  

Het stadsbestuur besloot vorig jaar het luchtkwaliteitsnet voor het stedelijk woongebied met steun van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) gevoelig uit te breiden.

Ook is in het Bestuursakkoord 2013-2018 vastgelegd dat Antwerpen een lage emissiezone invoert om de luchtverontreiniging door verkeer drastisch te beperken.

Voor kwetsbare doelgroepen als kinderdagverblijven en scholen wordt momenteel een ‘beoordelingskader’ uitgewerkt dat de inplanting van verblijfplaatsen aan een voorafgaande evaluatie onderwerpt.

Naarmate de kennis in verband met de luchtverontreiniging toeneemt, is er steeds meer nood aan een verbetering van de lokale situatie door op maat gesneden acties op te zetten.  Het ‘Actieplan fijn stof en NO2 in de Antwerpse haven en de stad Antwerpen: 2014 – 2018’, dat de stad in samenwerking met het Gemeentelijk Havenbedrijf en de Vlaamse overheid heeft opgemaakt en dat in februari 2014 werd goedgekeurd, omvat een aantal van die maatregelen.       

Met het projectvoorstel ‘Stedelijke weerbaarheid tegen fijn stof’ willen enkele vakgroepen van de Universiteit Antwerpen via een multidisciplinaire benadering en in overleg met allerlei sociale actoren bijkomende  bronmaatregelen ontwikkelen die meer locatiegericht kunnen genomen worden. Daarbij gaat de aandacht uit naar gezondheidskundige aspecten van luchtverontreiniging die grotendeels door ruimtelijke en eco-technologische ingrepen kunnen opgelost worden.   

In een eerste onderzoekslijn worden door middel van meting, monitoring en chemische karakterisatie de verontreinigingsbronnen gedetecteerd, zodat de draagwijdte van het probleem kan bepaald worden. Daarna wordt, in een tweede onderzoekslijn, via de participatie van lokale stakeholders naar gepaste en dus ook gedragen oplossingen gezocht.

Indien het voorstel wordt goedgekeurd zal het project starten in oktober 2015 en aflopen in september 2019. Door deelname aan het project krijgt stad Antwerpen zicht op mogelijke bijkomende maatregelen, die doelgericht kunnen ingezet worden om de plaatselijke luchtkwaliteit te verbeteren en de blootstelling van de bevolking te verminderen. Bovendien draagt het bij aan de kennisopbouw inzake de opbouw en spreiding van fijn stof in de stad.

Stad Antwerpen zal vooral cases aanreiken en de luchtkwaliteitskaarten ter beschikking stellen, via de bedrijfseenheid Stadsontwikkeling en het Autonoom Gemeentebedrijf Vespa.

Beleidsdoelstellingen

Het strikt budgettair en financieel beleid is realistisch en risicobewust
Het invorderen en innen van ontvangsten gaat nauwgezet verder
Bijkomende subsidies worden maximaal verworven door vakkundige ondersteuning op maat bij het opstellen, indienen en opvolgen van subsidieaanvragen. De verschillende entiteiten van de groep stad Antwerpen werken hier actief aan mee.
Antwerpen is een duurzame stad
De ecologische duurzaamheidsambities zijn maximaal gerealiseerd met het oog op een hoge levenskwaliteit voor iedereen en economische waardecreatie
Hinderlijke lucht- en geluidsemissies zijn beperkt en de blootstelling van bewoners wordt maximaal voorkomen
Antwerpen is een duurzame stad
Een onderbouwd, gedragen en ondersteunend energie- en milieubeleid is gevoerd en het goede voorbeeld is door onszelf gegeven
Lokale en bovenlokale partners en actoren zijn betrokken bij de uitwerking en uitvoering van het stedelijke duurzaamheidsbeleid

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de ondersteuning van het projectvoorstel ‘Stedelijke weerbaarheid tegen fijn stof’ goed en ondertekent hiertoe de intentieverklaring

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.