Het districtscollege nam op 21 oktober 2014 kennis van onderstaande schriftelijke vraag van raadslid Karl Simons in verband met "Fietstrommels in Ekeren" (jaarnummer 00341).
Vraag :
In september is de eerste fietstrommel geplaatst in Wilrijk. Er volgen op korte termijn nog
fietstrommels in de districten Antwerpen en Borgerhout. Volgens Antwerps schepen Koen Kennis
worden de districten het eerst bediend die er het meest op hebben aangedrongen.
Ook in Ekeren kunnen fietstrommels een grote meerwaarde bieden. Er zijn straten met veel oudere
huizen zonder garage, en een fietstrommel zou het wooncomfort van mensen bevorderen en het
gebruik van de fiets verder kunnen stimuleren.
Kan het districtsbestuur aangeven of zij ook de vraag zullen richten of al gericht hebben aan de
stad om fietstrommels in Ekeren te plaatsen? De leden van de districtsraad zouden mee suggesties
kunnen doen aan het bestuur om goede locaties te zoeken. Hoe staat het bestuur hier tegenover?
Op schriftelijke vragen wordt schriftelijk geantwoord. Is het antwoord 30 dagen na ontvangst van de vraag niet gegeven, dan wordt de vraag automatisch terug geagendeerd op de eerstvolgende raad. De vraag krijgt dan het statuut van een mondelinge vraag en wordt onmiddellijk ter zitting beantwoord. Indien de vraag echter voor de zitting werd beantwoord, wordt ze alsnog van de agenda afgevoerd.
Het districtscollege neemt kennis van het verstuurde antwoord.
Artikel 32 van het Gemeentedecreet voorziet dat de gemeenteraadsleden het recht hebben om aan de burgemeester en aan het college mondelinge en schriftelijke vragen te stellen. Dit artikel is ook van toepassing op de districten conform artikel 276 van het Gemeentedecreet.
Artikel 58 van het basisreglement "Bestuurlijke Organisatie stad Antwerpen" (BOSA) voorziet dat de raadsleden het recht hebben om aan het uitvoerend bestuur mondelinge en schriftelijke vragen te stellen. Het regelt de manier waarop op schriftelijke vragen wordt geantwoord.
Het districtscollege Ekeren neemt kennis van het volgende besluit.