Artikel 130bis van De Nieuwe Gemeentewet (laatste aanpassing: decreet van 1 februari 2008) dat bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer.
De gemeenteraadsbeslissingen van 20 maart 2000 (jaarnummer 619) en 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307) waarbij de districtsbesturen bevoegd zijn tot het verlenen van advies inzake lokaal verkeersbeleid. Indien het stadsbestuur deze adviezen niet opvolgt, dient de beslissing uitdrukkelijk gemotiveerd te worden.
De Putsebaan in het district Berendrecht, Zandvliet en Lillo:
Een oversteekplaats voor voetgangers wordt aangebracht, langs de beide zijden van het kruispunt met de Antwerpsebaan.
Een nieuw aanvullend verkeersreglement wordt opgemaakt, aangepast aan de gewenste verkeerssituatie.
Een oversteekplaats voor voetgangers wordt aangebracht, langs de beide zijden van het kruispunt met de Antwerpsebaan.
De parkeerbalans blijft ongewijzigd.
De districtsraad Berendrecht Zandvliet Lillo keurt eenparig het volgende besluit goed.
De districtsraad geeft gunstig advies over het volgend ontwerp van een aanvullend reglement met betrekking tot de politie van het wegverkeer voor de Putsebaan in het district Berendrecht, Zandvliet en Lillo, ter vervanging van het aanvullend reglement, goedgekeurd in de collegezitting van 13 juni 2014 (jaarnummer 6311):
Artikel 1: de bestuurders rijdend in de Putsebaan genieten voorrang op de bestuurders rijdend in de Antwerpsebaan.
De verkeersborden B15 worden aangebracht.
Artikel 2: de bestuurders rijdend van de Antwerpsebaan richting Bremstraat moeten voorrang verlenen aan de bestuurders komende uit de tegenovergestelde richting.
De verkeersborden B19 en B21 worden aangebracht.
Artikel 3: de toegang wordt verboden, in beide richtingen, voor iedere bestuurder, uitgezonderd fietsers en bromfietsers klasse A, aan de toegangswegen tot de fietstunnel (ter hoogte van nummer 216) onder de A12.
De verkeersborden C3 met onderbord M3 worden aangebracht aan alle toegangswegen tot deze fietstunnel.
Artikel 4: het parkeren wordt verboden:
-langs de oneven zijde:
-langs de even zijde:
De verkeersborden E1 worden aangebracht.
Artikel 5: het stilstaan en parkeren wordt verboden, langs de oneven zijde, vanaf de Aakstraat tot aan de IJzerenwegstraat.
Het verkeersbord E3 wordt aangebracht.
Artikel 6: het stilstaan en parkeren wordt verboden
-langs de even zijde:
-langs de oneven zijde:
Het verkeersbord E3, met onderbord, wordt aangebracht.
Artikel 7: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor voertuigen gebruikt door personen met een handicap, langs de even zijde, ter hoogte van het nummer 48 (een plaats).
Het verkeersbord E9a met onderbord wordt aangebracht.
Artikel 8: de rijbaan wordt ter hoogte van de Otterstraat, vanaf de scheiding van de nummers 160/160¹ tot aan de scheiding van de nummers 139/141 verdeeld in rijstroken.
Artikel 9: een oversteekplaats voor voetgangers wordt gemarkeerd door witte banden, evenwijdig met de as van de rijbaan:
Artikel 10: een verdrijvingsvlak wordt gemarkeerd door middel van evenwijdige schuine strepen:
-langs de even zijde:
-langs de oneven zijde:
Artikel 11: parkeervakken worden gemarkeerd door middel van witte markeringen op de voorbehouden plaatsen voor personen met een handicap en het pictogram wordt op het wegdek aangebracht.
Artikel 12: parkeerzones worden gemarkeerd door middel van witte markeringen:
-langs de even zijde:
-langs de oneven zijde: