In het bestuursakkoord 2013-2018 werden volgende bepalingen opgenomen over vereenvoudiging van belastingen:
"Om tot een vereenvoudiging én een vermindering van het aantal bestaande stedelijke belastingreglementen te komen, zullen deze grondig geëvalueerd worden. Dit evenwel zonder het begrotingsevenwicht in het gedrang te brengen." (resolutie 445)
"Prioritair wordt onderzocht hoe de belastingen op ondernemingen op een realistische, eenvoudige en rechtvaardige basis kunnen worden geheroriënteerd. Deze heroriëntering zal onderzocht én voorbereid worden in nauw overleg met de betrokken sectoren. Er wordt op die manier een gunstig fiscaal ondernemingsklimaat gecreëerd." (resolutie 446)
Specifiek met betrekking tot de horeca is volgende bepaling opgenomen in het bestuursakkoord:
"De reglementering van de horeca moet vereenvoudigd worden. We streven tegelijk naar een vereenvoudiging van de vergunning en de reglementering voor horeca-uitbaters. Alle stedelijke vergunningen worden in één vergunning geïncorporeerd waaraan meteen ook één horecabelasting wordt gekoppeld die de bestaande vestigingsbelasting en tapperijtaks vervangt." (resolutie 222)
De invoering van de horecabelasting is een belangrijke stap in de vereenvoudiging en vermindering van de bedrijfsbelastingen.
In het bestuursakkoord wordt verder aandacht besteed aan het streng controleren van imagoverlagende handel en de bijhorende uitbatings- en vestigingsvergunning (resolutie 103 en 225).
De gemeenteraad keurde op 26 juni 2006 (jaarnummer 1528) het politiereglement op de uitbatingsvergunning voor club-vzw's, nacht- en belwinkels en videotheken goed. Dit politiereglement werd verschillende keren gewijzigd en wordt nu het "Uitbatingsreglement voor bepaalde inrichtingen" genoemd.
De laatste wijziging van dit reglement werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 22 september 2014 (jaarnummer 709).
Bijkomend aan het uitbatingsreglement wordt nu een belasting op de uitbatingsvergunning ingevoerd.
Op 26 september 2014 (jaarnummer 9906) besliste het college om de reglementen betreffende de bedrijfsbelastingen 2015-2019 ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.
Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de stad te dekken.
BELASTING OP DE HORECA
Horecagelegenheden zijn momenteel onderworpen aan verschillende belastingreglementen, waaronder een aantal specifiek voor de horecasector:
Verder vallen zij ook onder de andere reglementen die van toepassing kunnen zijn op alle bedrijven:
Dit leidt tot verschillende administratieve verplichtingen en verschillende belastingaanslagen. De horecabelasting vervangt en vereenvoudigt de belastingreglementen waar de horeca momenteel aan onderworpen is. Hierdoor wordt de administratieve last, zowel voor de belastingplichtigen als voor de administratie verminderd. Dit is een belangrijke stap in de vereenvoudiging van de bedrijfsbelastingen voor alle belastingplichtigen.
Daarnaast kan hierdoor de verouderde belasting op tapperijen van gegiste dranken worden afgeschaft. Deze belasting is gebaseerd op een federale openingsbelasting die in het verleden door de dienst douane en accijnzen werd vastgesteld.
De horecabelasting is een jaarlijkse belasting, op basis van de toestand op 1 januari van het aanslagjaar.
Grondslagen van de belasting:
1. Oppervlakte vestiging
Dit is de oppervlakte die gebruikt wordt door of voor het gebruik is voorbehouden voor de handelszaak.
Er is een minimumbelasting van 250 EUR verschuldigd, voor een oppervlakte tot 100 m².
Indien de oppervlakte groter is, komt er een bedrag bij per m².
Een aantal zaken worden uitgesloten uit de oppervlakte van de vestiging:
2. Oppervlakte terras
Dit is de oppervlakte zoals op 1 januari van het aanslagjaar is toegelaten door de bevoegde instantie, voor het plaatsen van een open terras op het openbaar domein of hiermee gelijkgesteld. Voor deze oppervlakte wordt een ander tarief gehanteerd omdat dit een inname van de openbare weg betreft.
De oppervlakte van het terras waarvoor om bepaalde redenen geen toelating nodig is (bv. omdat het op privéterrein ligt) valt onder de oppervlakte van de vestiging.
Voor de oppervlakte van het terras worden de tarieven van de huidige belasting op terrassen overgenomen:
Dit gedeelte van de belasting vervangt de huidige belasting op terrassen, wat een onderdeel is van het belastingreglement op de inname van de openbare weg. Dit belastingreglement moet daarom aangepast worden: het onderdeel betreffende de terrassen (artikel 3.1) wordt geschrapt.
De gemeenteraad keurde in zitting van 22 september 2014 (jaarnummer 610) de nieuwe afbakening van de Antwerpse horecakernen goed. Aangezien het onderscheid in het tarief voor het terrasgedeelte gebaseerd is op de bovenlokale strategische horecakernen is het nodig dat de gedetailleerde adreslijst op basis van deze kernen wordt goedgekeurd.
3. Danshorecagelegenheid
Voor dansgelegenheden wordt een extra forfait voorzien, afhankelijk van de capaciteit. Een dergelijk forfait is onder meer te verantwoorden omdat deze gelegenheden tijdens geconcentreerde periodes voor extra publiek zorgen, wat bijkomende overlast met zich kan meebrengen.
Dit gedeelte van de belasting vervangt de huidige belasting op dansgelegenheden dat een onderdeel is van het belastingreglement op vertoningen, voorstellingen en vermakelijkheden. Dit belastingreglement moet daarom aangepast worden: het onderdeel betreffende de dansgelegenheden (artikel 3.1) wordt geschrapt.
4. Privéhorecagelegenheid
Voor privéhorecagelegenheden wordt eveneens een forfait voorzien. Dit onder meer omwille van het ontradend karakter.
Dit gedeelte van de belasting vervangt de huidige belasting op de privéclubs. De belasting op de privéclubs wordt daarom afgeschaft.
Vrijstellingen van andere belastingen
De oppervlakte die belast wordt onder horecabelasting is vrijgesteld van de bestaande belasting op de vestiging.
Eveneens zullen motoren aanwezig op deze oppervlakte of aangewend voor de horeca-activiteit vrijgesteld zijn van de belasting op hefkracht, drijfkracht en motoren. Bv. koelinstallaties om voeding en drank koel te houden, afwasmachines,…
Uitstallingen, andere dan terrassen, zoals menuborden, zullen niet meer belast worden onder het belastingreglement op de inname van de openbare weg. Uitstallingen bij horecazaken met een terras dienen steeds binnen de oppervlakte van het terras te staan.
Vaste reclame voor de horecazaak is vrijgesteld van de bestaande belasting op vaste reclame. Reclame die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op andere producten en/of diensten dan de horeca-activiteit ter plaatse blijft belastbaar.
Hiermee werd rekening gehouden bij het bepalen van de minimumaanslag en de tarieven voor het vestigingsgedeelte.
De nodige vrijstellingen dienen bijgevolg ingebouwd te worden in deze belastingreglementen:
Ongeacht de belastbaarheid dienen terrassen, uitstallingen en reclame steeds volgens de toepasselijke regelgeving te worden geplaatst.
Uitbatingen met uitsluitend of onder meer horeca-activiteiten
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:
1. Uitbatingen met uitsluitend horeca-activiteiten
De volledige uitbating zal belast worden onder de horecabelasting.
Een uitbating met naast een horeca-activiteit ook één of meerdere andere handelsactiviteiten, maar waarbij de horeca-activiteit de hoofdactiviteit is, wordt gelijkgesteld met een uitbating met uitsluitend horeca-activiteiten. Ook privéhorecagelegenheden en danshorecagelegenheden worden hiermee gelijkgesteld. Dit betekent dat de volledige uitbating belast zal worden onder de horecabelasting.
Om te bepalen of de horeca-activiteit de hoofdactiviteit van de zaak is, kan onder andere gekeken worden naar het doel van de onderneming, de omzet, beschikbare oppervlakte voor de verschillende activiteiten,...
2. Uitbatingen met onder meer horeca-activiteiten
Dit zijn uitbatingen die naast een horeca-activiteit ook nog een andere activiteit hebben en waarbij de horeca-activiteit niet de hoofdactiviteit is. Een gedeelte van de uitbating, nl. de horecagedeelten, zullen belast worden onder de horecabelasting. De overige gedeelten blijven belastbaar onder de andere toepasselijke belastingreglementen, zoals onder meer belasting op vestiging, drijfkracht en reclame.
Onder het horecagedeelte wordt elke ruimte verstaan die rechtstreeks of onrechtstreeks gebruikt wordt voor of tot het gebruik is voorbehouden voor het uitoefenen van de horeca-activiteit, met inbegrip van het terras.
Om onder deze bepaling te vallen zijn volgende voorwaarden noodzakelijk:
Indien aan deze voorwaarden voldaan is valt de oppervlakte van de horecagedeelten onder de horecabelasting. De overige oppervlakte, die gebruikt wordt voor andere dan horeca-activiteiten zal onder de andere toepasselijke belastingreglementen blijven vallen.
Zijn alle horecagedeelten samen kleiner dan 20 m² en/of kunnen de horecagedeelten niet worden afgescheiden, dan valt deze uitbating niet onder de horecabelasting. De volledige handelszaak valt dan onder alle andere toepasselijke belastingreglementen.
Tijdelijke horecagelegenheden
Onder tijdelijke horecagelegenheden worden horecagelegenheden verstaan die een tijdelijke opzet hebben, zoals zomer- en winterbars, pop-up-horecazaken, horecazaken n.a.v. een bepaald evenement en met een minimale duur van 30 opeenvolgende kalenderdagen en een maximale duur van 1 jaar. Duurt een tijdelijke horecagelegenheid langer, dan is deze belastbaar volgens de bepalingen voor een niet tijdelijke horecagelegenheid (zie deel 1 van het reglement).
De belasting wordt op dezelfde manier vastgesteld als bij andere horecagelegenheden, maar de belasting is deelbaar per maand. Een begonnen maand telt daarbij als een volledige maand. De minimumbelasting bedraagt 125 EUR.
Vrijstellingen en verminderingen
A. Met betrekking tot het terrasgedeelte
Voor het terrasgedeelte kan een vrijstelling verleend worden indien (een gedeelte van) het terras niet geplaatst kan worden omwille van werken van openbaar nut. Het gedeelte van de aanslag dat betrekking heeft op het terrasgedeelte zal in verhouding met het aantal maanden dat het terras wel kon staan, bepaald worden. Deze vrijstelling heeft dus enkel betrekking op het terrasgedeelte en niet op de volledige aanslag.
B. Met betrekking tot de volledige aanslag
Er wordt een vrijstelling voorzien van één jaar voor een horecagelegenheid die start in een pand dat opgenomen is op het gemeentelijk leegstandsregister en dat gelegen is in een bovenlokale strategische horecakern, zoals vastgesteld bij gemeenteraadbesluit. Deze tijdelijke vrijstelling wordt voorzien om leegstand in horecakernen terug te dringen. Leegstand op deze plaatsen heeft immers een negatieve uitstraling naar de bestaande horecazaken en kan daardoor meer leegstand veroorzaken. Een horecakern heeft een grote aantrekkingskracht voor klanten en voor mogelijke uitbaters, net omdat er een geconcentreerd aanbod is van verschillende horecazaken. Nieuwe horecazaken in voormalige leegstaande panden kunnen daardoor een positieve stimulans geven aan de buurt.
Deze vrijstelling geldt niet voor tijdelijke horecagelegenheden, omdat een permanente en duurzame invulling van leegstaande panden te verkiezen is boven een tijdelijke invulling en om op die manier de buurt op lange termijn op te waarderen.
Voor een aantal belastingplichtigen wordt de normale aanslag gehalveerd:
C. Specifiek voor de tijdelijke horecagelegenheden
Voor tijdelijke horecagelegenheden wordt een vrijstelling voorzien voor horecagelegenheden waarvoor een retributie op standplaatsen van markten of foren wordt betaald, omdat deze gelegenheden via deze retributie al betalen voor de dienstverlening van de stad. Verder is er een vrijstelling voorzien voor een exploitant die belast wordt voor een horecagelegenheid (onder deel 1 van het reglement) maar deze tijdelijk sluit en in deze periode een tijdelijke horecagelegenheid uitbaat. De ene uitbating vervangt op dat moment de andere en deze zijn nooit op hetzelfde moment in uitbating. Hierdoor is het niet wenselijk de tijdelijke horecagelegenheid te belasten.
BELASTING OP DE UITBATINGSVERGUNNINGEN
De uitbatingsvergunning werd opgelegd om het stadsbestuur de mogelijkheid te geven het toezicht en de handhaving op overlastgevende instellingen, toegankelijk voor het publiek, te organiseren.
De stedelijke uitbatingsvergunning is op dit moment verplicht voor:
Zowel het toekennen van de vergunning als het handhaven van de voorwaarden vereisen specifieke controles.
Het uitbatingsreglement werd immers in 2006 ingevoerd omdat veel van deze handelszaken niet in orde zijn met lokale voorschriften en bovenlokale wetgeving. In de volgende jaren werd het uitbatingsreglement verschillende keren aangepast omwille van de gewijzigde realiteit.
De uitbating van deze zaken gaat ook vaak gepaard met verstoring van de openbare orde, met inbegrip van overlast, wat extra inspanningen van de stad vraagt voor het handhaven ervan. Ook extra controles op het naleven van de voorwaarden van de vergunning zijn nodig.
Bovendien worden deze uitbatingen als "imagoverlagend" beschouwd. De stad doet een periodieke meting van Antwerpse winkelstraten waaruit blijkt dat bepaalde uitbatingen – zeker als ze geconcentreerd voorkomen – een negatief effect hebben op de commerciële leefbaarheid en uitstraling van een winkelgebied.
Onder meer omdat de uitbating van dergelijke handelszaken voormelde extra lasten voor de stad met zich meebrengt, wenst de stad een specifieke belasting op te leggen aan uitbatingen die een uitbatingsvergunning nodig hebben.
Er wordt gekozen voor een eenmalige belasting op de afgifte van de uitbatingsvergunning en een jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning. Beide belastingen kunnen niet in hetzelfde jaar worden opgelegd.
De omzendbrief van 10 juni 2011 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit geeft een aanbeveling betreffende de hoogte van het tarief voor een belasting op nacht- en telefoonwinkels. De aanbeveling luidt:
"De openingsbelasting op nachtwinkels en telefoonwinkels mag niet meer bedragen dan 6.000,00 EUR. De jaarlijkse belasting mag maximaal 1.500,00 EUR bedragen."
De stad kiest ervoor om deze maximumtarieven op te leggen.
Deze belastingen gelden voor alle uitbatingen die een uitbatingsvergunning nodig hebben volgens het uitbatingsreglement. Enkel voor wedkantoren wordt een uitzondering ingevoerd, aangezien hiervoor wettelijke beperkingen bestaan.
Uit samenlezing van de artikelen 66 en 74 van het WIGB en het decreet van 26 maart 2004 betreffende de paardenwedrennen volgt dat de provincies en de gemeenten enkel bevoegd zijn om belastingen te heffen op wedkantoren met een vergunning voor het aannemen van weddenschappen op paardenrennen gelopen in het buitenland.
Overeenkomstig artikel 74 WIGB mag de gemeentebelasting per agentschap niet meer bedragen dan 62,00 EUR per maand bedrijvigheid of per gedeelte daarvan.
Voor de wedkantoren wordt een belasting van 62,00 EUR per maand bedrijvigheid of per gedeelte daarvan opgelegd. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen het jaar waarin de uitbatingsvergunning verkregen wordt en de jaren die daarop volgen.
In gevolge artikel 74 WIGB zijn enkel wedkantoren die weddenschappen aannemen op paardenrennen gelopen in het buitenland belastbaar.
BELASTING OP DE RENDEZ-VOUSHUIZEN
De belasting op rendez-voushuizen wordt opgelegd aan uitbaters of eigenaars van kamers die bedoeld zijn voor een intieme ontmoeting, zonder de bedoeling hier te overnachten. Aangezien deze kamers niet worden gebruikt voor overnachtingen vallen ze niet onder de belasting op de overnachtingen in toeristische logies.
De uitbating van rendez-voushuizen veroorzaakt overlast voor omwonenden en leidt tot bijkomende inspanningen van de stad op gebied van veiligheid. Bovendien is de belasting gedeeltelijk ontradend bedoeld.
In 1994 werd het tarief voor de eerste vijf kamers in een rendez-voushuis op 100.000 BEF gelegd. Voor de volgende kamers was de belasting lager, maar dat werd enkele jaren later gelijk getrokken. In 2002 werd dit bedrag omgezet naar de euro (2.478,94 EUR) en in 2008 werd dit afgerond naar 2.480,00 EUR. Aangezien het bedrag nooit werd geïndexeerd is het wenselijk het bedrag nu op te trekken tot 3.000,00 EUR per kamer/plaats.
Omdat ze onder deze specifieke belasting vallen zijn rendez-voushuizen vrijgesteld van de belasting op de vestigingen.
ADVIES
Bij de voorbereiding en opmaak van de horecabelasting werden de sectoren op verschillende momenten betrokken. Meer bepaald werden er overlegmomenten gehouden met de sectoren via het Horeca Overlegplatform, de Antwerpse Hotel Associatie en de Beleidsadviesraad Detailhandel en Horeca.
Naar aanleiding van het advies van de Beleidsadviesraad Detailhandel en Horeca (BAR) kunnen onderstaande zaken worden opgemerkt.
M.b.t. de horecabelasting:
M.b.t. de belasting op uitbatingsvergunning:
De stad acht het niet wenselijk de invoering van het belastingreglement op de uitbatingsvergunning uit te stellen, aangezien er voldoende gegronde redenen zijn die het noodzakelijk maken dat deze belasting wordt ingevoerd. Uitstel zou daarenboven betekenen dat de belasting ten vroegste op 1 januari 2016 kan ingaan.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief BB 2011/01 van 10 juni 2011 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
De artikelen 66 en 74 van het Wetboek van de met Inkomstenbelastingen Gelijkgestelde Belastingen (hierna 'WIGB').
Het decreet van 26 maart 2004 houdende de herstelmaatregelen voor de Vlaamse paardenwedrennen.
De gemeenteraad keurt bij monde van de fractievoorzitters volgend besluit goed.
Stemden ja: N-VA, sp.a, CD&V, PVDA+, Groen en Open VLD.
Hebben zich onthouden: Vlaams Belang.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de horeca voor de aanslagjaren 2015 tot en met 2019 goed.
De gemeenteraad keurt de afbakening van de bovenlokale horecakernen goed.
De gemeenteraad keurt, naar aanleiding van de invoering van de belasting op de horeca, de wijzigingen in volgende belastingreglementen voor de aanslagjaren 2015 tot en met 2019 goed:
De gemeenteraad keurt, naar aanleiding van de invoering van de belasting op de horeca, de opheffing van de volgende belastingreglementen goed, met ingang vanaf 1 januari 2015:
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de uitbatingsvergunningen voor de aanslagjaren 2015 tot en met 2019 goed.
De gemeenteraad keurt het aangepaste belastingreglement op de kamers en/of plaatsen, dienstig als rendez-voushuizen voor de aanslagjaren 2015 tot en met 2019 goed.
De financieel beheerder regelt de financiële aspecten als volgt:
| Omschrijving | Bedrag | Boekingsadres | Bestelbon |
| Belasting op de horeca | 2.748.318,43 EUR |
budgetplaats: 5173000000 |
n.v.t. |
| Belasting op de uitbatingsvergunningen | 250.000 EUR |
budgetplaats: 5173000000 |
n.v.t. |
|
Belasting op de vestigingen |
Wordt verminderd met 798.286 EUR |
budgetplaats: 5173000000 |
n.v.t. |
| Belasting op de drijfkracht, de hefkracht en de motoren | Wordt verminderd met 245.093 EUR |
budgetplaats: 5173000000 |
n.v.t. |
| Belasting op de vaste en mobiele reclame, reclamestands en steigerdoekreclame | Wordt verminderd met 520.553 EUR |
budgetplaats: 5173000000 |
n.v.t. |
| Belasting op de inname van de openbare weg | Wordt verminderd met 640.000 EUR |
budgetplaats: 5173000000 |
n.v.t. |
| Belasting op de vertoningen, voorstellingen en vermakelijkheden | Wordt verminderd met 122 580 EUR |
budgetplaats: 5173000000 |
n.v.t. |
| Belasting op de tapperijen van gegiste dranken | Ontvangsten gaan volledig naar belasting op horeca, nl. 747.807 EUR |
budgetplaats: 5173000000 |
n.v.t. |
| Belasting op de privéclubs | Ontvangsten gaan volledig naar belasting op horeca, nl. 74.000 EUR |
budgetplaats: 5173000000 |
n.v.t. |
| Belasting op rendez-voushuizen | Wordt vermeerderd met 150.000 EUR |
budgetplaats: 5173000000 |
n.v.t. |