Op de terreinen van ExxonMobil in de Antwerpse haven werd vorige week donderdag het startschot gegeven voor de bouw van de Delayed Coker Unit. Een resem excellenties waren aanwezig bij de eerste steenlegging van deze raffinage-eenheid die extra zware en hoogzwavelige stookolie omzet in dieselolie voor wegtransport en gasolie voor de scheepvaart.
Hoewel de koker volgens de woordvoerster van ExxonMobil “niet specifiek gericht is op teerzandolie” (DeMorgen, 2/10/2014), wijst een en ander erop dat het bijzonder waarschijnlijk is dat de Antwerpse haven wel degelijk schepen met teerzandolie uit Canada mag verwachten eens de koker klaar is.
ExxonMobil bezit in Canada het teerzandolieoproject Kearl, een van de grootste en meest kwalitatieve afzettingen van 'zware olie'. Bovendien heeft intens lobbywerk door onder meer ExxonMobil én Canada er voor gezorgd dat de Europese richtlijn van april 2009 die het gebruik van teerzandolie moest inperken nog steeds geen concrete uitwerking kent. Financial Times schreef eerder al dat Exxon "er bij Europa op aandringt om de import van zware olie uit de Canadese teerzanden niet af te blokken".
Met deze nieuwe koker wordt de afzetmarkt voor teerzandolie alleen maar groter, net als de kans dat de Europese richtlijn binnenkort dood en begraven is. Daarom mijn vraag, geachte schepen: Welke garanties heeft u dat er in de Antwerpse haven geen teerzandolie, toch een van de meest vervuilende brandstoffen ter wereld, verwerkt zal worden?