Artikel 3, 1., 2. en 3. (rol op te nemen door het bureau voor integriteit) vervangen door :
'Het bureau voor integriteit ontvangt de meldingen in verband met de mogelijke inbreuken op de gedragscode en gaat na of er voldoende elementen aanwezig zijn om de melding aan de deontologische commissie voor te leggen. Het bureau rondt dit onderzoek af binnen de 30 dagen na ontvangst van de melding. Deze termijn kan verlengd worden mits een gemotiveerde beslissing van het bureau met een termijn van maximaal 30 dagen. Het bureau deelt haar beslissing schriftelijk mee aan de voorzitter en secretaris van de deontologische commissie binnen de 10 dagen nadat zij is genomen, met het verzoek ofwel de melding te onderzoeken en voor te leggen aan de commissie, ofwel de commissieleden in te lichten van de redenen waarom het bureau van oordeel is dat er onvoldoende elementen aanwezig zijn om de melding voor te leggen aan de commissie. Het bureau draagt gelijktijdig het dossier over aan de voorzitter van de commissie en verwittigt de melder hiervan. De voorzitter en secretaris houden de overgedragen dossiers ter inzage van de leden van de deontologische commissie. '
verantwoording :
In het voorstel van aanpassing huishoudelijk reglement stapt het college af van het principe dat een melding van een mogelijke inbreuk door een raadslid, indien ontvankelijk verklaard door het bureau voor integriteit, automatisch wordt overgemaakt aan de voorzitter van de deontologische commissie. Waarom van dit principe wordt afgestapt is niet gemotiveerd. Men vervangt dit principe door een onderzoek door het bureau voor integriteit 'of er voldoende elementen aanwezig zijn om de melding aan de deontologische commissie voor te leggen'. Het is echter onduidelijk wanneer er dan precies 'voldoende elementen' aanwezig zijn.
Er staat ook geen maximum termijn op dat onderzoek door het bureau voor integriteit. Ervaring leert dat het onderzoek van het bureau voor integriteit soms maanden kan duren.
De resultaten van het onderzoek worden meegedeeld aan de voorzitter en secretaris van de deontologische commissie. Maar enkel in het geval het bureau van oordeel is dat er voldoende elementen aanwezig zijn, dienen voorzitter en secretaris de leden van de commissie hierover in te lichten.
Het lijkt ons aangewezen :
- zowel in het belang van de melder als in het belang van betrokken mandataris strikte en haalbare termijnen op te leggen aan het voorafgaand onderzoek door het bureau voor integriteit;
- dat in alle gevallen de leden van de deontologische commissie melding krijgen van de beslissing van het bureau voor integriteit en inzage krijgen in het dossier, waardoor er volledige transparantie is ten aanzien van die beslissingen.
De gemeenteraad verwerpt bij monde van de fractievoorzitters het voorliggende amendement.
Stemgedrag
Stemden voor het amendement: Vlaams Belang, PVDA + en Groen.
Stemden tegen het amendement: N-VA, sp.a, CD&V en Open Vld.