Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op datum van 22 mei 2014 vragen:
per brief om hun eigendom gelegen Vrijdagmarkt 21, district Antwerpen, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning. Ze voegen hierbij de volgende documenten ter staving toe:
1. Bestaande juridische toestand
Het pand, Vrijdagmarkt 21 te Antwerpen, is kadastraal gekend als ‘Handelshuis’ met gegevens 4e afdeling, sectie D, nummer 544/D.
In het archief van de stad Antwerpen zijn volgende bouwdossiers terug te vinden voor het huidige gebouw:
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het ruimtelijk uitvoeringsplan Binnenstad.
Het goed is volgens het laatstgenoemde plan gelegen in een zone voor wonen (Wo1).
2. Bestaande feitelijke toestand
Het gebouw telt drie bouwlagen onder zadeldak. Op gelijkvloers is een horecazaak ingericht, op de andere verdiepingen telkens een appartement, waarvan het bovenste een mezzanine onder dak heeft.
Er zijn geen overtredingsdossiers gekend bij de stad Antwerpen.
Het voorwerp
Uit de bijgevoegde bewijsmaterialen blijkt dat het gebouw in aanmerking komt voor opname in het vergunningenregister als vergund geacht, met uitzondering van de huidige indeling in drie woonentiteiten; slechts twee kunnen er vergund geacht worden.
De bewijsvoering
Het bouwdossier van 1950 toont aan dat het gebouw voor 1962 werd opgericht, als een handelshuis met twee woongelegenheden.
De attesten van de ammbtenaar van de burgerlijke stand tonen aan dat in de periode 1953-1989 min of meer continu 2 gezinnen gehuisvest waren in het gebouw, in de periode 1991-2010 bedraagt dat aantal steeds één.
Het dak werd anders uitgevoerd dan op de bouwplannen, maar uit foto’s is af te leiden dat dit waarschijnlijk meteen bij de herbouw gebeurd is. Ook het sanitair van de horecazaak is ondertussen verder uitgebreid, waardoor het koertje nu volledig is dichtgebouwd, wat gebruikelijk is bij dergelijke functies. Deze afwijking is zo beperkt ten aanzien van het volledige volume dat dit gebouw nog altijd als hoofdzakelijk vergund geacht kan worden.
Voorgaande bewijst voldoende dat de huidige toestand dateert van voor de inwerkingtreding van de Wet op Stedenbouw (22 april 1962). Voorgaande bewijst echter onvoldoende dat de huidige indeling in drie woonentiteiten dateert van voor de Wet op de Stedenbouw (22 april 1962) of wel van voor het van kracht zijnde gewestplan (9 november 1979) en na de inwerkingtreding van de Wet op de Stedenbouw (22 april 1962). Slechts twee kunnen er vergund geacht worden.
Conclusie
De gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar stelt voor om, gelet op de aangehaalde argumenten, het gebouw op te nemen in het vergunningenregister als geacht vergund, met uitsluiting van de indeling in drie woonentiteiten; slechts twee kunnen er vergund geacht worden.
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979, van kracht 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister met een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college beslist om de opname van het pand Vrijdagmarkt 21, district Antwerpen, in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning, goed te keuren als gebouwd voor 1962.
Het college beslist dat in het gebouw twee woonentiteiten vergund geacht zijn.
Het college geeft opdracht aan :
| dienst | taak |
| SW/V/SV | een duplicaat van de beslissing te bezorgen aan het kadaster voor eventuele aanpassing van de kadastrale gegevens. |