Menige organisatie of stadsdienst gebruikt vandaag al camera’s op het stadsgrondgebied als ondersteunend middel voor veiligheid. Er staan heel wat nieuwe initiatieven op stapel om camera’s te exploiteren op het stadsgrondgebied zoals aan stadspatrimonium, in de haven of de sociale woningbouw, op gewestwegen, bij openbare vervoersmaatschappijen, om de lage emissiezone te bewerkstelligen,…. Deze plannen en processen zitten verspreid over meerdere stedelijke diensten, dochterondernemingen en stedelijke partners. Op dit moment is er geen overkoepelende stedelijke visie gekend. Gevolg hiervan is dat er veel synergiemogelijkheden verloren gaan.
Het college keurde daarom op 9 mei 2014 (jaarnummer 04961) goed dat de stad Antwerpen een strategisch camerabeleid zou uitbouwen. Het college stelde hiertoe een manager camerabeleid aan om een eenduidige beleidsvisie en verdere afstemming tussen verschillende partners te garanderen.
Eén van de opdrachten was het opstellen van een visiedocument, dat nu ter goedkeuring aan het college wordt voorgelegd.
Op dit moment is er geen stedelijke visie gekend omtrent de inzet van het instrument camera, het gemeenschappelijk of gedeeld gebruik, de investeringen van de stad, de kwaliteitsstandaard van camera’s en toebehoren, de continuïteit van systemen, noch de exploitatie ervan. Er bestaat evenmin een ruimer kader waarbinnen nieuwe initiatieven getoetst, ontplooid en geëvalueerd kunnen worden. Om de stedelijke visie en aanpak in dat verband te verankeren in het beleid is het opportuun om een gedragen visiedocument te laten goedkeuren door het college.
De visienota geeft de stappen weer om een stadsbreed beleid rond camera’s op het grondgebied van de stad Antwerpen te realiseren. Het bevat de visie omtrent camera’s met het oog op een hogere performantie, een proportioneel en een adequaat gebruik, een maximale integratie, partnersamenwerking en kostenreductie. Dit beleidsdocument zal het uitgangspunt vormen om het camerabeleid stadsbreed door te voeren en bevat volgende onderwerpen:
Om tot een gedragen visie te komen is het daarnaast belangrijk dat er een duurzaam draagvlak gecreëerd wordt, dit zowel bij beleidsbeslissers als bij andere interne en externe actoren. Hiertoe is een projectstructuur die alle relevante stakeholders betrekt, noodzakelijk.
Op diverse echelons, binnen de provincie, het stadsgrondgebied, de stedelijke overheid en Lokale Politie Antwerpen, wordt via projectwerking en deelvergaderingen gestreefd naar partnerafstemming en - daar waar het kan - naar een eenheid van bestuur in functie van een strategie rond camera-exploitatie. Dit moet het mogelijk maken om de algemene opdracht inhoudelijk vorm te geven, op basis van een in dit document voorgestelde methodiek van 'multilevel governance', ten einde te trachten om meerdere doelstellingen te realiseren via een amalgaam aan werkingsprocessen.
Iedere partner blijft aansprakelijk in functie van de eigen camerabegroting en -budgetinvestering. Het delen van productkennis en bestekken en het creëren van budgetoverzicht en -transparantie kan echter de huidige prospectie-inspanningen en 'trial & error'-trajecten op diverse echelons beperken. Het kan meer inzicht opleveren in juiste investeringen, het realiseren van win-win situaties en algemeen kostenbesparend werken naar de stadsbegroting.
Om alles gecoördineerd te laten verlopen, wordt aan het college een projectstructuur voorgelegd bestaande uit drie niveaus:
1. Interprofessionele werkgroep: met alle partners van de stad Antwerpen wordt een tweemaandelijks overleg gepland om het stedelijk beleid mee vorm te geven, te ondersteunen en uit te dragen. Verder is er periodiek billateraal overleg gepland met externe stakeholders zoals het Agentschap Wegen en Verkeer, Nationale Maatschappij der Buurtspoorwegen, De Lijn,... De algemene opdracht van deze werkgroep luidt:
2. Beleidscel en meldpunt Politie: voeren van een beleid onder regie van Lokale Politie Antwerpen, gestoeld op een samenwerkingsverband met de bedrijfseenheid samen leven. Het meldpunt camera’s wordt hier gecentraliseerd.
3. Klankbord Veiligheid: dit betreft een halfjaarlijks overleg met:
Bij het verder implementeren van de visienota staat een gefaseerde aanpak voorop:
1. oriëntatiefase: het laatste half jaar werd bottom-up reeds officieus een draagvlak opgebouwd bij de diverse partners en de scope en meerwaarde voor verdere samenwerking toegelicht. De oriëntatiefase zal verder bestaan uit een officieel startoverleg met alle partners, waarop de visienota zal worden toegelicht en wederzijdse afspraken zullen worden gemaakt over de gevolgde methodiek.
2. inventarisatiefase: tijdens de inventarisatiefase is het de bedoeling om een overzicht te creëren van alle lopende en op til zijnde cameraprojecten:
3. analysefase: tijdens deze fase worden alle beoogde subdoelstellingen met de betrokken partners overlopen en doorgesproken in functie van een SMART/SWOT-evaluatie. In deze fase wordt een algemene consensus nagestreefd binnen de werkgroep.
4. uitwerkingsfase: in de uitwerkingsfase is het de uiteindelijke bedoeling om:
De wet tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s van 21 maart 2007, B. S., 31 mei 2007 bedeelt aan de politie een belangrijke rol toe voor het cameratoezicht. Het live uitkijken van beelden op niet besloten plaatsen geschiedt onder toezicht, beheer en regie van de politie, opdat politiediensten onmiddellijk kunnen ingrijpen. De korpschef levert vanuit de politie tevens het advies voor de stemming in de gemeenteraad over de plaatsing van camera’s.
De Wet op het Politieambt van 5 augustus 1992, B.S., 22 december 1992, voorziet in de ideale voedingsbodem voor de optimale exploitatie, waarbij cameratoezicht in partnerverband kan leiden tot oplossingen en tevens kan worden beschouwd als visuele ad hoc informatie voor adequate aansturing van ploegen. De hedendaagse politiële tijdsvisies van de gemeenschapsgerichte politiezorg en de informatiegestuurde politiezorg zijn twee concepten, die zich versterken in de visie rond excellente politiezorg, waarvoor het cameratoezicht dus een uitgelezen middel is.
Het college keurt de visienota van de cameramanager 'geïntegreerd camerabeleid' goed.
Het college keurt de projectstructuur goed, die moet leiden tot een geïntegreerde samenwerking op stedelijk niveau.
Het college keurt de gefaseerde aanpak goed en in het bijzonder de drie producten van de uitwerkingsfase: