Geluidshinder legt een hypotheek op de stedelijke leefkwaliteit en is vaak aanleiding tot gezondheids- en andere klachten. Uit de Stadsmonitor van 2011 blijkt dat 38% van de Antwerpenaren hinder ondervindt van geluidsoverlast door verkeer. De Europese richtlijn inzake de evaluatie en beheersing van omgevingslawaai (25 juni 2002) vraagt aandacht voor enerzijds de aanpak van geluidsknelpunten met te hoge geluidsniveaus en anderzijds voor het behoud van stille zones in agglomeraties. Stilte- en stille plekken in de stad kunnen compenseren voor de meer geluidsbelaste locaties en hebben een herstellende functie voor de inwoners. Uit onderzoek blijkt dat mensen die toegang hebben tot een stille of rustige plek minder snel gehinderd zijn door geluidhinder dan mensen die geen toegang hebben tot een stille plek. Het project “stille plekken in Antwerpen” wil stille zones in de stad Antwerpen identificeren. Dit is een eerste stap om de nog aanwezige stilte en rust in Antwerpen te behouden en manieren te vinden om nieuwe stille plekken te creëren.
Het identificeren van stedelijke stille plekken kan niet uitsluitend op basis van de gemeten geluidsniveaus gebeuren. In een stad zijn er weinig plekken met een geluidsniveau die letterlijk als stil beschouwd kunnen worden. De (subjectieve) ervaring of beleving van het geluidsklimaat van een plek is minstens even belangrijk. Het geluidsklimaat wordt bepaald door diverse akoestische factoren zoals de aanwezigheid van mechanische geluiden zoals wegverkeer, natuurlijke geluiden of piekgeluiden, het achtergrondlawaai,... en niet-akoestische factoren zoals onder andere het landschap, de aanwezigheid van groen en het historische karakter van de plek.
In de zomer van 2013 werden in acht Antwerpse parken geluidsmetingen uitgevoerd om het objectieve geluidsklimaat in het park te meten. Tegelijkertijd werd bij de bezoekers van de parken gepeild naar hun beleving van de geluidsomgeving. De onderzochte parken zijn park Bisschoppenhof, Rivierenhof, Stadspark, Te Boelaerpark, Nachtegalenpark, Den Brandt, Domein Hertoghe en park Sorgvliedt. Om een idee te krijgen hoe de geluidsomgeving in de acht parken wordt ervaren, werden iets meer dan 80 bezoekers per park bevraagd. Over het algemeen wordt het parkbezoek in alle acht parken als aangenaam ervaren. De bezoekers werden gevraagd de parkomgeving te beoordelen. In deze bevraging zaten volgende aspecten: landschap, omgevingsgeluid, luchtkwaliteit, geur en licht. Park Sorgvliedt en Den Brandt behalen hier de hoogste score. In de slechter scorende parken gaven de respondenten aan veel mechanische geluiden te horen (waaronder verkeer), terwijl in de goed scorende parken voornamelijk natuurlijke geluiden werden gehoord.
Wanneer de objectieve geluidsmetingen in beschouwing worden genomen, werden in de parken Bischoppenhof, Domein Hertoghe, Den Brandt en Park Sorgvliedt de laagste geluidsniveaus geregistreerd. In deze parken werden ook meer natuurlijke geluiden gehoord en minder verkeersgeluiden. Een belangrijke conclusie is dat het soort geluiden dat wordt gehoord mee de kwaliteit van de omgeving bepaalt.
Uit de resultaten blijkt dat de acht parken die in het project bestudeerd werden onderling sterk verschillen op vlak van geluidsomgeving. Zo kunnen we een onderscheid maken tussen parken die meer als stil en rustig worden ervaren en parken waar meer geluidshinder wordt ervaren. Het gaat dan voornamelijk om lawaai afkomstig van wegverkeer. Parken die tot de eerste categorie behoren zijn Den Brandt, Park Sorgvliedt, Bisschoppenhof en in mindere mate Domein Hertoghe. De meer lawaaierige parken zijn Rivierenhof, Stadspark, Te Boelaerpark en Nachtegalenpark. Deze laatste groep van parken scoort zowel minder goed op vlak van de subjectieve beleving van de akoestische omgeving als op vlak van de gemeten geluidsniveaus.
Op de vraag welke kenmerken een stille plek volgens hen zou moeten hebben, antwoordden de meeste respondenten dat waterelementen, natuur en vogels sterk bijdragen tot het rustgevende karakter van een plek. De aanwezigheid van spelende kinderen wordt niet als storend element ervaren. Ook de mogelijkheid tot sociale interactie en de aanwezigheid van andere mensen blijkt een positieve bijdrage te leveren tot het rustgevende karakter van een plek.
Geluidsmetingen, enquêtes en statistische verwerking van de resultaten verliepen in samenwerking met de bedrijfseenheid ondernemen en stadsmarketing, de studiedienst stadsobservatie en de Universiteit Gent.
Het college neemt kennis van het eindrapport van de Universiteit Gent "Smart sound monitoring of urban parks in Antwerp".