Binnengemeentelijke decentralisatie
Met het collegebesluit van 16 maart 2000, jaarnummer 3984, en het gemeenteraadsbesluit van 20 maart 2000, jaarnummer 619, werden de bevoegdheden van de districten bepaald. Met het collegebesluit van 9 oktober 2002, jaarnummer 11543, en het gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2002, jaarnummer 2307, werden een aantal bevoegdheden van de districtsbesturen verder verfijnd. In zitting van 16 maart 2000, jaarnummer 3984, besliste het college van burgemeester en schepenen het lokaal beleid inzake sport over te dragen naar de districten.
Op 16 december 2013 (jaarnummer 828) keurde de gemeenteraad een vernieuwd werkkader betreffende de adviesraden en inspraak goed. Dit werkkader moet de bestaande raden nog meer open, representatief en effectief maken. Het vernieuwde kader zet vooral in op een optimaal gebruik van hedendaagse instrumenten voor inspraak en maximale inzet van districtsafvaardigingen voor beleidsadvisering.
Het goedgekeurde werkkader bevat volgende visie:
Een adviesraad adviseert het beleid – niet meer, niet minder. Het vormt het forum om noden en kansen vanuit het veld aan te kaarten bij het beleid, of het beleid te adviseren rond te nemen beslissingen. Een adviesraad neemt geen beslissing, maar geeft beargumenteerde input aan het beleid bij te nemen beslissingen. De districten hechten hier in hun bestuursakkoorden veel belang aan. Het huidig werkkader trekt de krijtlijnen waarbinnen de adviesraden hun werking vormgeven.
Deze adviesraden situeren zich in een ruimer kader van inspraak opgebouwd rond drie pijlers:
Deze drie pijlers van inspraak vertrekken van volgende algemene werkingsvoorwaarde: elke Antwerpenaar heeft toegang tot een open, laagdrempelig, permanent en transparant adviesplatform.
Vanaf december 2013 is de termijn van zes maanden ingegeaan voor de erkenning van de districtssportraad door de districtsraad.
Het stadsbestuur maakte een bestuursakkoord op met nadruk op een versterkte rol voor de districten voor lokaal cultuur-, sport- en jeugdbeleid. Dit betekent dat het stadsbestuur het mogelijk maakte om meer aandacht voor inspraak op districtsniveau te voorzien. Vandaar dat de gemeenteraad de keuze maakt om het zwaartepunt van de adviesraden te verschuiven van het stedelijk niveau naar het districtsniveau. Dil wil zeggen dat de sportraad van de stad Antwerpen gelijk is aan de som van de negen districtssportraden.
Volgende voorwaarden gelden voor het adviesorgaan districtssportraad:
1. Hoofdopdracht adviesraden
De adviesraden hebben de opdracht om kwalitatieve adviezen af te leveren.
Deze opdracht is tweeledig:
Een adviesraad wordt opgericht om de betrokkenheid en de inspraak van (alle) burgers te verzekeren:
De adviesraad neemt daarom ook de nodige initiatieven om de betrokkenheid en de inspraak te verzekeren van (alle) burgers.
2. Bijkomende opdracht adviesraden
3. Opdracht conferenties
4. Algemene werkingsvoorwaarde voor inspraak en adviesraden:
5. Algemene voorwaarden
5. Voorwaarden gemeenteraad voor de conferentie van afgevaardigden
Op basis van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 (artikel 11, artikel 199, artikel 200, artikel 284) zijn er juridische voorwaarden waaraan het adviesorgaan sportraad moet voldoen.
Artikel 11 met betrekking tot onverenigbaarheden van mandaten:
Artikel 199
De gemeenteraad neemt initiatieven om de betrokkenheid en de inspraak van de burgers of van de doelgroepen te verzekeren bij de beleidsvoorbereiding, bij de uitwerking van de gemeentelijke dienstverlening en bij de evaluatie ervan.
Artikel 200
Artikel 284
Op basis van het gemeenteraadbesluit van 16 december 2013 (jaarnummer 828) betreffende de vernieuwde aanpak inspraak, advies en medebeheer van adviesorganen cultuur, sport, jeugd en senioren, zijn er juridische voorwaarden waaraan het adviesorgaan sportraad moet voldoen.
De districtsraad Deurne keurt eenparig het volgende besluit goed.
De districtsraad keurt de oprichting van de districtssportraad als adviesraad goed.