Terug

2014_CBS_13081 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20142605 - district Antwerpen - Vinkenstraat ZN - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
di 30/12/2014 - 09:00 Digitaal,
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_13081 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20142605 - district Antwerpen - Vinkenstraat ZN - Goedkeuring 2014_CBS_13081 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20142605 - district Antwerpen - Vinkenstraat ZN - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Nee

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvragers: Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Antwerpen
De aanvraag omvat: vellen van drie populieren
Dossiernummer: AN2/B/20142605

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, onder volgende voorwaarden:
  1. het heraanplanten van 1 inheemse loofboom van eerste grootte (hoogte in volwassen toestand tussen 12 -35 meter);
  2. het heraanplanten moet gebeuren ten laatste het eerstvolgende plantseizoen na het kappen;
  3. het nemen van de nodige maatregelingen om de bestaande bomen niet te beschadigen bij het kappen van de bomen.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen