Terug

2014_CBS_13077 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Handcarwash, Frans van Dunlaan 149, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer MV2014/520/JV - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
di 30/12/2014 - 09:00 Digitaal,
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_13077 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Handcarwash, Frans van Dunlaan 149, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer MV2014/520/JV - Kennisneming 2014_CBS_13077 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Handcarwash, Frans van Dunlaan 149, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer MV2014/520/JV - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden conform de wetgeving aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de dienst milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college beslist dat de exploitant volgende algemene en sectorale voorwaarden dient na te leven:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15;

opslag van gevaarlijke stoffen

afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant volgende bijzondere voorwaarden dient na te leven:

  • tijdens het gebruik van de hogedrukreiniger en de stofzuiger moeten de toegangspoorten gesloten blijven om de geluidsoverdracht naar de openbare weg te beperken;
  • wachtende klanten mogen zich nooit opstellen op de rijbaan. Ook na reiniging blijven de wagens opgesteld in de bedrijfsruimte;
  • wegrijdende auto’s moeten droog zijn om ijzelvorming in de winter te vermijden;
  • de gebruikte zepen, shampoos en waxen moeten minimum 90% biologisch afbreekbaar zijn;
  • gevaarlijke producten moeten opgeslagen worden boven een voldoende grote inkuiping of opvangbak;
  • de exploitant houdt een register bij aan de hand waarvan hij kan aantonen dat alle gevaarlijke bedrijfsafvalstoffen, inclusief het slib van de KWS-afscheider, opgehaald werden door een erkende ophaler;
  • de exploitant houdt een register bij aan de hand waarvan hij kan aantonen hoeveel wagens er gewassen worden.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.