Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager(s): James Walker Benelux nv - Mechanicalaan 14-16 - 2610 Wilrijk (Antwerpen). De aanvraag omvat het verhandelen en deels zelf vervaardigen van een breed scala aan afdichtingen uit metaal en kunststof.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan James Walker Benelux nv, Mechanicalaan 14-16, 2610 Wilrijk-Antwerpen, voor de exploitatie van een inrichting voor het verhandelen en deels zelf vervaardigen van een breed scala aan afdichtingen uit metaal en kunststof, gelegen op hetzelfde adres.
Het college wijst erop dat de milieuvergunningsvoorwaarden, opgelegd in de milieuvergunning met kenmerk AN2001/786/PV, onverminderd van kracht blijven.
Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende sectorale voorwaarde van toepassing is:
|
kunststoffen |
hoofdstuk 5.23 |
Het college beslist dat de exploitant volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
Snelblustoestellen
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht op volgende plaatsen:
- veiligheidskasten opslag ontvlambare producten
- opslagplaats gassen
- pompen, compressors
- lasposten
- nabij de muurhaspels
Verder dient men de overige snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - doelmatig te verdelen over de inrichting tot men in totaal over 1 toestel per 150 m² beschikt.
Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
Een snelblustoestel van 5 kg CO2 - ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij :
- de hoogspanningscabine.
- elk belangrijk electriciteitsbord
Muurhaspels + muurhydrant
Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.
Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.
De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
Veiligheidsverlichting
De inrichting moet voorzien worden van veiligheidsverlichting, die onmiddellijk en automatisch in dienst treedt bij het uitvallen van de stroom.
Minimaal dienen armaturen aangebracht te worden boven elke uitgangsdeur, in alle evacuatiewegen (gangen en trappen), in de nabijheid van de brandbestrijdingsmiddelen en in alle lokalen die uitsluitend door kunstlicht bediend worden.
De veiligheidsverlichting dient verder uitgebreid te worden zodanig dat de plaatsing en de verlichtingssterkte voldoende is om een gemakkelijke ontruiming te waarborgen.
De veiligheidsverlichting moet tenminste gedurende 1 uur zonder onderbreking kunnen functioneren.
Melding brand en alarm
In het gebouw dienen maatregelen genomen om melding van brand en alarm door te geven.
Bouwkundige maatregelen
De brandweer adviseert om de volgende scheidingen als compartimentswand uit te voeren
- magazijn 1-2
- administratief gedeelte met verzending en magazijn 1
Dit in overeenstemming met de klasse volgens bijlage 6 “ industriegebouwen”
- klasse A wand EI 60 deuren EI 30
- klasse B en C wand EI 120 deuren EI 60
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 21 november 2014 en eindigt op 27 februari 2022, einddatum van de vergunning met kenmerk AN2001/786/PV.