In zitting van 25 april 2014 (jaarnummer 4615) keurde het college goed:
Omwille van de zeer korte tijdspanne werd onderzocht hoe de ontvlechting met de stad Antwerpen in de meest optimale omstandigheden kon gebeuren.
In zitting van 21 februari 2014 (jaarnummer 1927) werd aan Deloitte reeds opdracht gegeven om de mogelijke samenwerkingsovereenkomsten op korte en langere termijn, tussen enerzijds de diensten van de stad Antwerpen en anderzijds de hulpverleningszone, te analyseren naar impact en kostprijs.
Op 10 juli 2014 werd deze studie in aanwezigheid van de voorzitter van de prezone, de coördinator van de zone en de strategisch coördinator van de stad opgeleverd.
De prezoneraad nam op 8 september 2014 (jaarnummer 34) kennis van de eindrapportage van de studie.
De studie behandelde onder meer de personeelsbehoefte van de ondersteunende diensten met of zonder samenwerkingsverbanden.
Ten gevolge van deze studie werd het BOZ-project (Begeleiding Omvorming tot Zone) neergelegd op 10 juli 2014. Hierin wordt beschreven hoe de verzelfstandiging tot een zone met eigen rechtspersoonlijkheid per 1 januari 2015 wordt nagestreefd. Niet alle bedrijfsprocessen zullen daarom noodzakelijk per 1 januari 2015 verzelfstandigen.
Voor elk proces zal op basis van exploitatielogica en operationele werkbaarheid, kostenefficiëntie en procesvereenvoudiging, een gefaseerde aanpak worden voorgesteld conform de regelgeving.
Het ontvlechtingstraject benodigt een sterke en intense samenwerking tussen de stedelijke diensten en de toekomstige hulpverleningszone. Hiervoor werd de aanvankelijke stuurgroep Deloitte, uitgebreid tot de volgende samenstelling: de strategische coördinator, de inspectie financiën, de financieel beheerder (tevens financieel beheerder van de zone), de zonaal coördinator, de waarnemend korpschef, de secretaris van de prezone, het kabinet van de burgemeester, het kabinet van financiën, de coördintator van de Begeleidingsroep Overgang van Zone en een afvaardiging van de gemeente Zwijndrecht (de gemeentesecretaris al dan niet de financieel beheerder).
Deze stuurgroep geeft richting aan het verzelfstandigingstraject en waakt over de impact van de besluitvorming op alle partners: stad Antwerpen, gemeente Zwijndrecht en de hulpverleningszone.
Het uitgangspunt is de business continuity.
Om die reden worden de huidige processen en samenwerkingsverbanden tussen de onafhankelijke dienst brandweer en de overige stedelijke diensten aangehouden (base line) en zal verder naargelang de gewenste graad van ontvlechting overgegaan worden tot al dan niet verzelfstandiging.
Alle partijen streven hierbij gezamenlijk naar een realistisch een stabiel ontvlechtingsproces dat niet stopt op 1 januari 2015, maar doorloopt tot wanneer de gewenste verzelfstandiging bereikt is.
In de Deloitte studie werden volgende samenwerkingsverbanden met de stad Antwerpen weerhouden:
Deloitte concludeert dat deze samenwerkingsverbanden op korte en middellange termijn aangewezen zijn omwille van de business continuity voor de brandweer en de win-win situatie door systeemondersteuning en automatisatie binnen de stad, en omwille van het feit dat de brandweer op korte termijn niet altijd over de nodige capaciteit en competenties beschikt.
De prezoneraad keurde op 12 november 2014 (jaarnummer 49) de principebeslissing over de gefaseerde ontvlechting goed.
Het managementteam nam op 19 november 2014 kennis van de principebeslissing over de gefaseerde ontvlechting.
De verzelfstandiging van de brandweer naar de hulpverleningszone gaat ambtshalve in op 1 januari 2015. Op dat ogenblik verkrijgt de hulpverleningszone volledige rechtspersoonlijkheid.
Omwille van de complexe ontvlechting, de krappe timing (8 maanden tussen de aankondiging en de effectieve omzetting), het gebrek aan zelfdragende, ondersteunende competenties in de schoot van de huidige brandweer, het ontbreken van geautomatiseerde systemen voornamelijk inzake human resources en financiën en het hierbij noodzakelijk veranderingsbeheer, is het noodzakelijk dat de samenwerking tussen stad Antwerpen en de toekomstige hulpverleningszone maximaal intensief, ook na 1 januari 2015, verloopt tot wanneer het gewenste niveau van verzelfstandiging is bereikt.
Wet van 3 augustus 2012 tot wijziging van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid en de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming.
Ministeriële omzendbrief van 9 juli 2012 over de hulpverleningszones met rechtspersoonlijkheid.
Ministeriële omzendbrief van 6 augustus 2012 betreffende de uitvoeringsbesluiten OPZ.
Het college beslist om de ontvlechting van de onafhankelijk dienst brandweer naar de verzelfstandigde hulpverleningszone Antwerpen 1, die tweewekelijks gemonitord wordt door een bilaterale stuurgroep, ook na 1 januari 2015 verder gefaseerd uit te voeren tot wanneer de hulpverleningszone de voor alle partijen gewenste en stabiele verzelfstandiging heeft bereikt.