Terug

2014_CBS_11716 - Hooge Maey - Stadsafvaardigingen legislatuur 2013-2018 - Vervanging mandataris - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 21/11/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_11716 - Hooge Maey - Stadsafvaardigingen legislatuur 2013-2018 - Vervanging mandataris - Goedkeuring 2014_CBS_11716 - Hooge Maey - Stadsafvaardigingen legislatuur 2013-2018 - Vervanging mandataris - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 43 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de beslissingen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in instellingen, verenigingen en ondernemingen.

Aanleiding en context

De stad is deelnemer in de opdrachthoudende vereniging Hooge Maey.

In zitting van 25 februari 2013 (jaarnummer 134) keurde de gemeenteraad de voordracht van mevrouw Ann Giveron voor een mandaat als bestuurder in Hooge Maey goed.

Argumentatie

Er wordt voorgesteld om mevrouw Martine Vrints voor te dragen voor een mandaat als bestuurder in Hooge Maey, ter vervanging van mevrouw Ann Giveron.

Juridische grond

Het decreet van 6 juli 2011 betreffende de intergemeentelijke samenwerking.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

De gemeenteraad beslist mevrouw Martine Vrints voor te dragen als bestuurder in Hooge Maey, ter vervanging van mevrouw Ann Giveron.

Artikel 2

De gemeenteraad beslist dat de stadsafgevaardigden, bij het uitoefenen van de verplichtingen verbonden aan de afvaardiging, steeds het bestuursakkoord als uitgangspunt moeten nemen en waar nodig dienen te overleggen met het college.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.