Het Koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten stelt in art. VI.III.39 dat de opdrachtbrief wordt vastgesteld door de gemeenteraad.
Artikel 72 van de wet van 26 april 2002 bepaalt dat het mandaat van de korpschef wordt uitgeoefend in overeenstemming met de opdrachtbrief waarin de te bereiken doelstellingen van het mandaat zijn vervat en de ter beschikking gestelde middelen met dewelke de doelstellingen moeten worden nagestreefd. De opdrachtbrief dient in overeenstemming te zijn met het nationaal en zonaal veiligheidsplan.
Na de vaststelling van de opdrachtbrief door de gemeenteraad wordt deze overgemaakt aan de inspecteur-generaal.
Tijdens de ad interim functie van de korpschef werd reeds onmiddellijk werk gemaakt van het verzekeren van de continuïteit van de werking van Lokale Politie Antwerpen. De krijtlijnen voor de engagementen werden snel duidelijk en geformaliseerd in verschillende beleidsplannen.
Met de definitieve aanstelling van de korpschef in zijn mandaat is het wenselijk deze engagementen duidelijk weer te geven in een opdrachtbrief en dit in de vorm van meetbare doelstellingen. Dit zowel op het vlak van organisatorische en beleidsmatige doelstellingen alsook persoonlijke ambities. Daarbij wordt rekening gehouden met de middelen die ter beschikking worden gesteld. Er werd niet enkel gekeken naar het financieel luik, maar ook naar het menselijk kapitaal en de structuur van de organisatie. De opdrachtbrief moet toelaten om op het einde van het mandaat te evalueren in welke mate de doelstellingen werden behaald. Doorheen heel de lijn werd continu afstemming gezocht en gevonden tussen het nationaal veiligheidsplan, het zonaal veiligheidsplan en het bestuursakkoord (althans het politionele luik ervan).
De gemeenteraad stelt dit besluit vast.
De gemeenteraad stelt de opdrachtbrief van de korpschef vast.