Artikel 2.2.14 §1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) dat zegt dat de gemeenteraad het ontwerp-RUP voorlopig vaststelt.
De gemeenteraad besliste op 18 oktober 2004 (jaarnummer 1938) om het bijzonder plan van aanleg (BPA) ‘Stedelijk Park Spoor Noord’ definitief te aanvaarden.
Op 15 mei 2012 besliste de raad van bestuur van Ziekenhuis Netwerk Antwerpen (ZNA) om een nieuw ziekenhuis te bouwen op de Kop Spoor Noord. ZNA wees de uitvoering van dit project toe aan het consortium “Kairos – Euro Immo Star” en koos hiermee voor een locatie ter hoogte van de Kempenstraat, meer specifiek de bouwvelden W1 en W2 zoals aangeduid in het BPA.
ZNA wenst een nieuwbouw ziekenhuis met ziekenhuisfuncties, complementaire functies en een ondergrondse parking en twee woontorens te realiseren. Het ontwerp voor het geheel van het nieuwe ziekenhuis en complementaire functies, zoals goedgekeurd door de raad van bestuur van ZNA, wijkt echter op een aantal punten af van het goedgekeurde BPA.
De in het BPA opgenomen stedenbouwkundige voorschriften voor deze bouwvelden zijn destijds bedacht met het oog op een gemengde stedelijke ontwikkeling. De uitzonderlijke aard van het programma en typologie van het ziekenhuis stemt echter niet overeen met de klassieke gemengde stedelijke ontwikkeling die vertaling kreeg in voorschriften in het BPA. De functie van ziekenhuis werd bij de opmaak van het BPA immers niet overwogen. De herziening van het BPA door middel van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) is bijgevolg noodzakelijk voor de realisatie van het ziekenhuis met torens zodat de gewenste functionele mix van 80% uit het BPA gehandhaafd kan blijven.
Op 13 juli 2012 (jaarnummer 7419) besliste het college om het bijzonder plan van aanleg ‘Stedelijk Park Spoor Noord’ (goedgekeurd door de minister op 29 juni 2005) gedeeltelijk te herzien via de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan in functie van de realisatie van het nieuwe ziekenhuis.
Op 19 september 2012 besliste het directiecomité van AG Stadsplanning Antwerpen om de opdracht tot gedeeltelijke herziening van het bijzonder plan van aanleg ‘Stedelijk Park Spoor Noord’ via de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan toe te kennen binnen haar raamovereenkomst ruimtelijke uitvoeringsplannen met Grontmij Vlaanderen nv.
Het college keurde op 25 januari 2013 (jaarnummer 13029) de richtnota, als eerste stap in de opmaak van het RUP goed.
Op 28 maart 2014 (jaarnummer 3440) nam het college kennis van het voorontwerp-RUP en besliste om de adviezen in te winnen van de besturen en openbare instellingen, zoals opgelegd in de Vlaamse Codex Ruimteljke Ordening (VCRO), art.2.2.13.§1, de districtsraad Antwerpen en de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO). Op 20 mei 2014 werd een plenaire vergadering georganiseerd op basis van het voorontwerp - RUP Zorgsite Kempenstraat.
Parrallel aan het proces tot opmaak van het RUP werden de effecten van dit plan op mens en milieu onderzocht aan de hand van een plan-MER-screeningsrapportage.
De plan-MER-screeningsrapportage werd op 29 november 2013 voor advies opgestuurd naar alle adviesverlenende instanties zoals aangegeven door de dienst MER. Naar aanleiding van deze adviezen werd een bijkomende geluidsstudie opgemaakt en als bijlage gevoegd aan de screeningsnota. De bundeling van de adviezen en antwoorden werd door de stad Antwerpen, als initiatiefnemer van het RUP, op 9 mei 2014 naar de dienst MER verstuurd met het verzoek tot ontheffing van de plan-MER-plicht.
Op 23 mei 2014 keurde de Vlaamse regering het technisch-financieel plan en het definitief principieel akkoord voor de betoelaging van het nieuwbouwziekenhuis van ZNA goed.
Op 6 juni 2014 (jaarnummer 6025) keurde het college goed om het RUP ter voorlopige vaststelling aan de gemeenteraad voor te leggen. Omwille van de uitgestelde beslissing van de dienst MER over de ontheffing van de plan-MER-plicht kon het RUP, overeenkomstig de milieuwetgeving, niet worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Het dossier van de plan-MER-screening werd vervolgens nog tweemaal aangevuld en opgestuurd naar de dienst MER met telkens een nieuw verzoek tot ontheffing van de plan-MER-plicht op 20 juni 2014 en 8 augustus 2014.
Doelstellingen van het RUP
De algemene doelstelling van het RUP is het mogelijk maken van de realisatie van het nieuwe ziekenhuis met flankerende woontorens en dit binnen de ‘geest’ van stedelijkheid (densiteit, functiemix) van het BPA Stedelijk Park Spoor Noord. Het BPA wordt hiervoor gedeeltelijk herzien, met name de bouwpercelen W1 en W2 en het stedelijk plein aansluitend op de Noorderplaats.
Daarnaast wil het RUP de realisatie van de tramlijn naar Ekeren - in kader van het project Brabo 2 - faciliteren door de afbakening van de zone van het stedelijk plein in overeenstemming te brengen met het geplande tramtracé.
Als laatste wil het RUP een bebouwing op de zone van het stedelijk plein mogelijk maken teneinde de stedenbouwkundige kwaliteit van deze plek te verbeteren. Deze bebouwing wordt geïntegreerd in de volumetrische opzet van het ziekenhuis met woontorens en draagt bij in de integratie ervan in de bebouwing van het Eilandje. Hiervoor werd bijkomend ruimtelijk onderzoek uitgevoerd.
Afbakening plangebied
Het RUP sluit in het westen, ter hoogte van de Binnenvaartstraat, aan op het plangebied van het RUP Eilandje. In het oosten van het plangebied neemt het RUP het bouwperceel W3 uit BPA Stedelijk Park Spoor Noord als grens en in het noorden vormen de dokranden de begrenzing van het plangebied. De Noorderlaan vormt de zuidelijke grens.
Overeenstemming met het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA)
De Kop Spoor Noord ligt op het raakvlak van de 'harde ruggengraat' (grootstedelijke functies) en 'zachte ruggengraat' (vijf parken), waar volgende accenten worden gelegd:
Het RUP past binnen dit kader.
Afwijkingen ten aanzien van het BPA
Het RUP vertrekt van enerzijds de bouwvoorschriften uit het BPA en van anderzijds het ontwerp van het nieuwe gebouwencomplex. Dit bestaat uit drie gebouwen: een centraal ziekenhuisgebouw met administratieve toren en twee flankerende woontorens.
Ten aanzien van het wedstrijdontwerp wordt ter hoogte van het stedelijk plein aan de Binnenvaartstraat de mogelijkheid tot bebouwen voorzien. Deze bebouwing sluit aan op het ziekenhuisproject met woontorens en draagt bij tot de integratie in het bouwweefsel van het Eilandje. Deze bebouwing vormt een antwoord op een van de onderzoeksvragen uit de richtnota (onderzoek naar bebouwingsmogelijkheden van het stedelijk plein grenzend aan de Noorderplaats ter verbetering van de verblijfskwaliteit van het plein) en volgt de stedenbouwkundige opzet van het Eilandje inzake inplanting en bouwhoogte.
De torens herbergen woningen en voorzien in commerciële gelijkvloerse verdiepingen. Op het gelijkvloers van het ziekenhuis komt een ‘zorgboulevard’, een interne straat met het onthaal van het ziekenhuis en commerciële functies ondersteunend aan het ziekenhuis en/of de nabijgelegen buurt. De zorgboulevard maakt het ziekenhuis toegankelijk vanuit vier kanten (Londenstraat, dokken, park, hogescholencampus).
De voorziene functievermenging, de stedelijke uitstraling, de gerichtheid van het ziekenhuisprogramma met zorgboulevard op de omgeving en het ondergronds realiseren van een groot aantal vierkante meters verantwoorden de noodzakelijke aanpassingen aan het BPA. Deze aanpassingen omvatten:
Daarnaast voorziet het RUP in een terugvalscenario (in het geval van niet realiseren van het ziekenhuiscomplex), dat het opzet van de bepalingen van het BPA overneemt.
De voorschriften
In het scenario van het ziekenhuis is gezocht naar een evenwicht tussen het op maat schrijven van het RUP voor dit specifieke project en het inbouwen van de nodige flexibiliteit in afmetingen en functies teneinde nog – zij het beperkt - een ontwerpvrijheid te behouden.
De belangrijkste algemene voorschriften zijn:
De belangrijkste bijzondere voorschriften zijn:
De voorschriften zijn op eenzelfde manier opgebouwd voor de twee scenario’s.
Aanpassing RUP naar aanleiding van de ontvangen adviezen
Stedenbouwkundige voorschriften:
Toelichtingsnota:
Milieueffectenrapportage (MER)
| Plan-MER-screening | |
| aanvraag adressen adviesinstanties | 26 september 2013 |
| raadpleging adviesinstanties | 29 november 2013 |
| rappelbrief raadpleging adviesinstanties | 8 januari 2014 |
| ontheffingsdossier vestuurd naar diest MER | 9 mei 2014 |
| beslissing ontheffing plan-MER-plicht door dienst MER | 22 augustus 2014 |
De dienst MER van de Vlaamse overheid, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, besliste op 22 augustus 2014 dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
Waterparagraaf
Het plangebied bevindt zich in het bekken van de Benedenschelde, meer bepaald in het deelbekken van de Schelde Haven. Door het plangebied zelf lopen geen waterlopen. In de directe omgeving zijn een aantal dokken gelegen die als bevaarbare waterloop geklasseerd zijn in de Vlaamse Hydrografische Atlas (VHA).
Sinds het Uitvoeringsbesluit van 1 maart 2011 is de kaart van overstromingsgevoeligheid (2011) verplicht te raadplegen. De andere watertoetskaarten zijn niet meer verplicht te raadplegen in het kader van de watertoets maar kunnen eventueel wel nuttige informatie opleveren. Het plangebied ligt niet in overstromingsgevoelig gebied (2011).
De andere kaarten leveren volgende informatie op:
Gezien het plangebied zeer grondwaterstromingsgevoelig is, dient advies aangevraagd te worden bij de bevoegde adviesinstantie indien een ondergrondse constructie gebouwd wordt met een diepte van meer dan 5,00m en een horizontale lengte van meer dan 100,00m. Dit is bij onderhavig project zeker het geval: er worden 3 ondergrondse bouwlagen voorzien met een lengte van circa 220,00m. Er dient bijgevolg advies gevraagd te worden volgens bovenstaande regelgeving.
De erosiegevoeligheid van het gebied is irrelevant omdat er geen landbouwpercelen voorkomen.
Het afvalwaterbeleid wordt gestuurd via de gemeentelijke zoneringsplannen, waarin afgebakend wordt welke zones te rioleren zijn en in welke zones IBA’s moeten komen (al dan niet collectief beheerd). Het plangebied valt volledig binnen het “centraal gebied”.
De invulling van het plangebied voorziet de mogelijkheid van bijkomende gebouwen en/of verharde oppervlakten. Het RUP dient steeds te beantwoorden aan de vigerende normen van het besluit van de Vlaamse regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Het algemeen uitgangsprincipe hierbij is dat hemelwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt wordt. In tweede instantie moet het resterende gedeelte van het hemelwater worden geïnfiltreerd of gebufferd, zodat in laatste instantie slechts een beperkt debiet vertraagd wordt afgevoerd.
De opvang en afvoer van hemelwater afkomstig van de gebouwen dient in overeenstemming met deze verordening opgevangen te worden op het terrein zelf, waardoor er geen effecten te verwachten zijn op de waterhuishouding.
Volgens de gewestelijke stedenbouwkundige verordening dient het buffervolume van een infiltratie-voorziening in verhouding te staan tot het gerealiseerde infiltratiedebiet. Het buffervolume van de infiltratievoorziening dient minimaal 300 liter per begonnen 20 vierkante meter referentieoppervlakte van de verharding te bedragen. De oppervlakte van de infiltratievoorziening dient minimaal 2 vierkante meter per begonnen 100 vierkante meter referentieoppervlakte van de verharding te bedragen. Van deze afmetingen kan slechts afgeweken worden indien de aanvrager aantoont dat de door hem voorgestelde oplossing een afdoende buffer- en infiltratiecapaciteit heeft.
Indien het plangebied (ca. 2,00 ha) volledig zou verhard worden – wat niet het geval zal zijn – komt dit overeen met een minimale infiltratieoppervlakte van 400 m² en een minimaal buffervolume van 300 m³. Tevens zal in de mate van het mogelijke hergebruik van hemelwater (sanitair,…) plaatsvinden.
Milderende maatregelen voor de discipline water zijn:
Op te heffen verkavelingen
In het plangebied zijn geen verkavelingen van kracht.
Voorkooprecht
Het RUP vestigt geen voorkooprecht.
Planschade/planbaten
Volgens het register planschade-planbaten gebeurt er een bestemmingswijziging ten aanzien van het BPA Stedelijk Park Spoor Noord die aanleiding kan geven tot een planbatenheffing:
Stedenbouwkundige lasten
De ontwikkeling van het ziekenhuiscomplex met flankerende woontorens en flankerende bebouwing op het stedelijk plein heeft ingrijpende gevolgen op de omgeving in die zin dat er aanpassingen aan het openbaar domein dienen te gebeuren om het ziekenhuis te integreren in het stedelijk weefsel, (integraal) toegankelijk te maken en te kunnen ontsluiten op een kwalitatieve manier.
Gesprekken met de projectontwikkelaar en grondeigenaar over wie welke kosten van deze noodzakelijke heraanleg van het openbaar domein zal dragen resulteerden in een overeenkomst “Stedenbouwkundige lasten Antwerpen - Zorgsite Kempenstraat”. De gemeenteraad keurde deze overeenkomst goed op 23 juni 2014 (jaarnummer 577).
Artikel 2.2.13 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) die de procedure vastleggen voor de opmaak van een RUP.
Met de goedkeuring van het besluit betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s door de Vlaamse regering op 12 oktober 2007, moet de initiatiefnemer van een plan met - mogelijk - aanzienlijke milieueffecten, zoals bijvoorbeeld ruimtelijke uitvoeringsplannen, deze milieueffecten en eventuele alternatieven in kaart brengen.
Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, artikel 8, §1 en 2, gewijzigd 19 juli 2013.
Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, artikel 2 en 4.
Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets in bijlage IX tot XV opgenomen kaarten.
|
Stap |
Datum |
|
collegebesluit: richtnota |
25 januari 2013 (jaarnummer 13029) |
|
collegebesluit: kennisneming voorontwerp-RUP |
28 maart 2014 (jaarnummer 3440) |
|
districtsraad: advies |
28 april 2014 (jaarnummer 70) |
|
GECORO: advies |
7 mei 2014 |
|
plenaire vergadering en adviezen |
20 mei 2014 |
|
gemeenteraad: voorlopige vaststelling ontwerp-RUP |
22 september 2014 |
|
openbaar onderzoek |
oktober - november 2014 |
|
GECORO advies: evaluatie bezwaarschriften |
december 2014 - januari 2015 |
|
gemeenteraad: definitieve vaststelling |
januari 2015 |
|
deputatie: goedkeuring |
maart 2015 |
|
inwerkingtreding RUP |
juni 2015 |
Data in vet cursief zijn raming
Op 20 mei 2014 werd een plenaire vergadering georganiseerd met de provincie Antwerpen, de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar en de andere adviserende instanties, zoals opgelegd in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Er waren gunstige en voorwaardelijk gunstige adviezen, alsook 1 ongunstig advies. Dit laatste omwille van onvoldoende motivering en garanties in het RUP met betrekking tot de mobiliteit.
De overige bemerkingen:
- vraag om inzake geluid de principes uit de hoogbouwnota toe te passen en de maatregelen uit de geluidsstudie toe te passen in het project;
- vraag voor opname van reservatiestroken voor een toekomstig warmtenet in het publieke domein;
- vraag om project Brabo 2 uitgebreider te behandelen;
- vraag om fout met betrekking tot seveso-richtlijn te verbeteren;
- vraag om het werken met 2 scenario's en het verschil tussen beide scenario's te verduidelijken;
- vraag om het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen uitgebreider te behandelen wat de aspecten mobiliteit en de groene verbindingen betreft;
- vraag om visie op mobiliteit en de nodige maatregelen ter verbetering van de mobiliteit uitgebreider te behandelen;
- vraag om de mogelijkheden voor de in- en uitritten naar ondergrondse parking te verduidelijken;
- vraag om bij verdere uitwerking van de voorschriften rekening te houden met de vigerende wetgeving aangaande de luchtvaart;
- vraag tot verduidelijking van enkele bepalingen;
- vraag voor actualisatie van de juridische context;
- melding van de aanwezigheid van nutsleidingen.
De adviezen gaven aanleiding tot een aanpassing van de stedenbouwkundige voorschriften en de toelichtingsnota zoals onder argumentatie beschreven.
Het aangepaste dossier werd overgemaakt aan de leden van de plenaire vergadering.
Het voorontwerp-RUP werd toegelicht tijdens de GECORO-zitting van 20 mei 2014. De GECORO adviseerde gunstig, maar formuleerde volgende opmerkingen:
- vraag over het werken met scenario's, meer specifiek over wanneer welk scenario van kracht wordt;
- bezorgdheid over de veiligheid van de noord-zuiddoorsteken en de toegankelijkheid ervan. Er wordt gevraagd de ligging van de verbindingen verder te onderzoeken en hierbij de continuïteit in de zone voor publiek domein te garanderen;
- suggestie om de pleinfunctie ter hoogte van Binnenvaartstraat/Noorderplaats te behouden en hier geen bebouwing te voorzien;
- vraag om een gelijkvloerse drop-off zone te voorzien ten voordele van de levendigheid van het publiek domein;
- vraag voor garanties over het aantal fietsenstallingen;
- commerciële functies zouden ook naar de omgeving van het project moeten worden gericht;
- bezorgdheid over de omgevingskwaliteit inzake lucht en geluid.
De adviezen gaven aanleiding tot een aanpassing van de stedenbouwkundige voorschriften en de toelichtingsnota zoals onder argumentatie beschreven. De bebouwingsmogelijkheden ter hoogte van de Binnenvaartstraat/Noorderplaats werden behouden ten behoeve van een betere stedenbouwkundige inpassing van het gehele plangebied in de omgeving van het Eilandje. Het ontwerp-RUP werd voor dit aspect niet aangepast.
De districtsraad besliste op 28 april 2014 (jaarnummer 70) om het voorontwerp-RUP gunstig te adviseren op voorwaarde dat:
- de doorwaadbaarheid en transparantie zoals aanwezig in het BPA sterker aanwezig zijn voor voetgangers en fietsers en dat deze permanent toegankelijk zijn;
- het publiek domein kwalitatief wordt ingericht;
- ondergrondse constructies de aanleg van bovengronds groen niet hypothekeren;
- dat fietsenstallingen binnen het project worden gerealiseerd;
- er extra voorwaarden voor kwaliteitsvolle ecologische bebouwing worden opgenomen in de zone Ce2.
De adviezen gaven aanleiding tot een aanpassing van de stedenbouwkundige voorschriften en de toelichtingsnota zoals onder argumentatie beschreven.
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad beslist om het ontwerp-RUP Zorgsite Kempenstraat (algplanid: RUP_11002_214_10015_00001) voorlopig vast te stellen. Dit ontwerp bestaat uit een grafisch plan, het grafisch register, een plan van de bestaande en juridische toestand, de stedenbouwkundige voorschriften en een toelichtingsnota.