Binnengemeentelijke decentralisatie
Met het gemeenteraadbesluit van 20 maart 2000, (jaarnummer 619), en bij collegebesluit van 16 maart 2000, (jaarnummer 3984), werden de bevoegdheden van de districten bepaald. Met het collegebesluit van 9 oktober 2002, (jaarnummer 11543), en het gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2002, (jaarnummer 2307), werden een aantal bevoegdheden van de districtsbesturen verder verfijnd. De districten zijn bevoegd voor lokale feestelijkheden en evenementen.
Feestverlichting in een winkelstraat draagt bij tot het creëren van een aangename sfeer in de eindejaarsperiode: traditioneel een belangrijke commerciële periode. Het plaatsen van feestverlichting vergt een grote inzet van middelen van de handelaarsverenigingen, waardoor investeringen of het plaatsen van verlichting soms uitblijven of uitgesteld worden.
Binnen de perken van de jaarlijks goedgekeurde begrotingskredieten en na goedkeuring door het districtscollege wordt onder welbepaalde voorwaarden een districtstoelage verleend voor het plaatsen van feestverlichting door handelaarsverenigingen.
Straten gelegen op de centrale winkel- en/of toeristische as, die door de stad Antwerpen ingedeeld zijn bij de bovenlokale straten waarvoor het district Antwerpen niet bevoegd is (Astridplein, De Keyserlei, Teniersplaats, Leysstraat, Meir, Wapper, Meirbrug, Schoenmarkt, Eiermarkt, Groenplaats, Jan Blomstraat, Handschoenmarkt, Maalderijstraat, Grote Markt, Suikerrui, Ernest Van Dijckkaai, Steenplein + kaaien), komen niet in aanmerking voor de subsidie, evenmin de gewestwegen.
Na overleg met de handelaarsverenigingen van het district Antwerpen wijzigt het reglement zodat er geen verschil meer is tussen feitelijke verenigingen en vzw's. Door het maximumbedrag te verwijderen, kunnen ook andere straten makkelijker aansluiten bij reeds bestaande verenigingen om samen verlichting te huren.
De districtsraad keurt het gewijzigde 'toelagereglement voor de huur van feestverlichting' goed.