Op 5 februari 2015 (jaarnummers 19 en 20) nam de districtsraad kennis van het ontwerp van binnengemeentelijke decentralisatie, coördinatie bevoegdheden districten, alsook van een lijst van bovenlokale locaties.
Op 26 februari 2015 vond een conferentie van de districtsvoorzitters plaats waarop een presentatie werd gegeven over de coördinatie van de bevoegdheden districten.
Op de conferentie van voorzitters van 26 februari 2015 werden de adviezen van de districtsraden besproken en feedback gegeven. De huidige ontwerpbesluiten werden er voorgelegd en er werden geen verdere opmerkingen meer op geformuleerd. Na de conferentie gaven volgende districten, via de voorzitters van de districtsraden/-colleges, een positief advies op de aangepaste gecoördineerde decentralisatiebesluiten: Hoboken, Antwerpen, Berchem, Berendrecht-Zandvliet-Lillo, Deurne, Merksem en Ekeren.
De voorzitter van het districtscollege wenst het standpunt van het districtscollege en de districtsraad Wilrijk hierin te kennen.
Artikel 282 van het gemeentedecreet over de mogelijkheid van de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen en de burgemeester om bevoegdheden over te dragen aan de districtsraden, districtscolleges en districtsvoorzitters.
Artikel 285 van het gemeentedecreet over de adviesbevoegdheid van de districtsbesturen.
Artikel 81 van het huishoudelijk reglement district Wilrijk met betrekking tot de conferentie van de districtsvoorzitters.
Het districtscollege legt het volgende voor aan de districtsraad Wilrijk.
De districtsraad is van oordeel dat er antwoorden op haar opmerkingen werden geformuleerd met betrekking tot het gecoördineerd decentralisatiebesluit en gaat er anderzijds van uit dat de items die nog niet behandeld werden in deze besluiten, nog zullen behandeld worden tijdens deze legislatuur. Ook deze intentie vindt zij er in terug.
De districtsraad neemt er kennis van dat er gevolg werd gegeven aan haar verzuchting om het park Van Eden op te nemen op de lijst van de bovenlokale parken.
De districtsraad is dan ook van oordeel, gelet op het voorgaande, dat de voorzitter van de districtsraad een gunstig advies kan overmaken met betrekking tot de ontwerpen van gecoördineerde bevoegdheden van de districten en de lijst van bovenlokale locaties.