Op 23 oktober 1996 (jaarnummer 14819) besliste het college om leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten op te sporen en inventariseren. Sindsdien wordt jaarlijks een inventaris opgesteld.
Het is de bedoeling om leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten op te sporen, te inventariseren en in kaart te brengen. Het Vlaamse gewest doet hierop een heffing als afschrikking en als sanctie. Anderzijds is er een subsidie als stimulans.
De lijst moet worden bekendgemaakt 10 kalenderdagen voor oktober 2014.
De inventaris ligt voor iedereen ter inzage van 15 september 2014 tot en met 26 september 2014 bij:
Het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten:
Artikel 9
De Vlaamse regering bepaalt onder welke voorwaarden het agentschap jaarlijks aan elke gemeente en aan de erkende proviniciale ontwikkelingsmaatschappijen een uittreksel opstuurt van de in de inventaris geregistreerde goederen. Binnen 30 kalenderdagen na ontvangst van het uittreksel maken de gemeenten door middel van een aanplakbrief gedurende minstens 10 kalenderdagen bekend dat dit uittreksel ter inzage ligt. De aanplakbrief vermeldt de plaats of plaatsen waar het ter inzage ligt van het publiek en de procedure voor bezwaar door derden zoals bepaald in artikel 10.
Het Vlaamse Gewest publiceert jaarlijks een algemeen overzicht van de verlaten en/of verwaarloosde bedrijfsruimten op basis van de inventaris.
Artikel 10
§1 Binnen 30 kalenderdagen na bekendmaking van het ter inzage liggen van het uittreksel kan iedere derde met een aangetekende brief bezwaar indienen bij de Vlaamse regering in verband met de niet-registratie van een bedrijfsruimte.
§2 De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden waaronder de betrokken eigenaar(s) en/of de gemeente gehoord moet worden, indien het bezwaar aanleiding zou kunnen geven tot wijziging van de inventaris.
§3 Binnen 60 kalenderdagen na betekening van het bezwaarschrift spreekt de Vlaamse regering zich uit over het bezwaarschrift en stelt zij degene die het bezwaarschrift heeft ingediend met een aangetekende brief in kennis van haar beslissing.
§4 Indien ingevolge de beslissing krachtens §3 de bedrijfsruimte alsnog dient geregistreerd te worden, wordt conform artikel 5 een registratieattest betekend aan de eigenaar(s). Deze kan in voorkomend geval gebruik maken van de beroepsprocedure zoals bepaald in artikels 7 en 8.
§5 Als het bezwaar, zoals bedoeld in §1, aanleiding geeft tot laattijdige registratie in de inventaris, heeft de registratie uitwerking vanaf de datum van indiening van het bezwaarschrift van de derde.
Het college neemt kennis van de inventaris van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten september 2014.
Het college geeft opdracht aan:
| dienst | taak |
| SW/V/SV |
|