Artikel 130bis van De Nieuwe Gemeentewet (laatste aanpassing: decreet van 1 februari 2008) dat bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer.
De gemeenteraadsbeslissingen van 20 maart 2000 (jaarnummer 619) en 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307) waarbij de districtsbesturen bevoegd zijn tot het verlenen van advies inzake lokaal verkeersbeleid. Indien het stadsbestuur deze adviezen niet opvolgt, dient de beslissing uitdrukkelijk gemotiveerd te worden.
De Groenenborgerlaan in de districten Wilrijk en Antwerpen:
Het gedeelte tussen de Cederlaan en de Wilgenlaan wordt heraangelegd. Aan het kruispunt met de Sneeuwbeslaan wordt een pleintje aangelegd. Tussen de Cederlaan en de Wilgenlaan wordt aan de oneven zijde een woonerf aangelegd.
Naar aanleiding van een infrastructurele ingreep wordt voorgesteld om voor de Groenenborgerlaan in de districten Wilrijk en Antwerpen een nieuw aanvullend reglement op te stellen:
De parkeerbalans is positief. Door het aanleggen van een nieuw plein komen er 16 parkeerplaatsen bij.
Op vraag van de districtsraad van Wilrijk werden volgende punten besproken:
De districtsraad Antwerpen keurt eenparig het volgende besluit goed.
De districtsraad geeft gunstig advies over het volgend ontwerp van een aanvullend reglement met betrekking tot de politie van het wegverkeer voor de Groenenborgerlaan in de districten Wilrijk en Antwerpen, ter vervanging van het aanvullend reglement, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 17 december 2012 (jaarnummer 1205):
Artikel 1: de bestuurders die het woonerf verlaten, moeten voorrang verlenen aan de bestuurders rijdend op alle daarop uitmondende openbare wegen.
Het verkeersbord B1 wordt aan de uitgang van het woonerf aangebracht.
Artikel 2: de bestuurders rijdend op de rotondes genieten voorrang op de bestuurders rijdend in alle daarop uitmondende openbare wegen.
De verkeersborden B1 en D5 werden aangebracht.
Artikel 3: het eenrichtingsverkeer werd ingevoerd in de dwarsweg voor het kruispunt met de Prins Boudewijnlaan, met toegelaten rijrichting naar de Prins Boudewijnlaan nummer 88.
De verkeersborden C1 en F19 werden aangebracht.
Artikel 4: een fietspad, uitgezonderd voor bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse B, werd aangelegd:
langs de oneven zijde:
langs de even zijde:
De verkeersborden D7, met onderbord, werden aangebracht.
Artikel 5: een tweerichtingsfietspad, verboden voor bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse B, werd aangelegd:
langs de even zijde van de Sneeuwbeslaan tot de Platanenlaan;
op de middenberm tussen de Jules Moretuslei en de Platanenlaan.
De verkeersborden D7, met onderbord, werden aangebracht.
Artikel 6: het parkeren wordt verboden:
langs beide zijden van de middenberm ter hoogte van:
langs de even zijde, van nummer 210 tot nummer 218;
langs beide zijden van het middeneiland ter hoogte van het Pius X-plein;
langs beide zijden van het middeneiland ter hoogte van het Rucaplein;
in de dwarsweg ter hoogte van de Prins Boudewijnlaan, tegenover nummer 228.
Een gele onderbroken streep werd op de trottoirband aangebracht.
Artikel 7: het parkeren wordt verboden, van maandag tot vrijdag, langs de oneven zijde tussen de Prins Boudewijnlaan en het Rucaplein.
Het verkeersbord E1 met onderbord werd aangebracht.
Artikel 8: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor voertuigen die gebruikt worden door personen met een handicap, langs de even zijde, ter hoogte van de kerk (2 plaatsen).
De verkeersborden E9a met onderbord werden aangebracht.
Artikel 9: het gedeelte tussen de Wilgenlaan en de Vijverlaan wordt langs de oneven zijde als woonerf ingericht.
De verkeersborden F12a en F12b werden aangebracht.
Artikel 10: de rijbaan wordt aan de oneven zijde, tussen het Hans van Mildertplein en de Beukenlaan, en aan de even zijde, tussen nummer 218 en de Prins Boudewijnlaan, verdeeld in rijstroken.
Voorsorteringspijlen en een stopstreep worden gemarkeerd voor de verkeerslichten aan het kruispunt met de Beukenlaan en aan het kruispunt met de Prins Boudewijnlaan.
Artikel 11: een fietspad wordt gemarkeerd door twee evenwijdige witte onderbroken strepen;
langs de even zijde:
langs de oneven zijde:
Artikel 12: een dubbelrichtingsfietspad werd gemarkeerd door twee evenwijdige witte onderbroken strepen, langs de even zijde voor nummer 20 en 22.
Artikel 13: een stopstreep werd gemarkeerd, langs de even zijde voor de verkeerslichten aan het kruispunt met de Oosterveldlaan.
Artikel 14: een oversteekplaats voor voetgangers werd gemarkeerd door witte banden, evenwijdig met de as van de rijbaan;
ter hoogte van het kruispunt met de:
langs beide zijden van het kruispunt met:
langs alle invalswegen aan de rotonde aan de Lode Craeybeckxtunnel;
in het verlengde van en in de aansluiting met het bestaande trottoir ter hoogte van de bedieningsweg voor de kerk aan nummer 216.
Artikel 15: een verdrijvingsvlak werd gemarkeerd door middel van witte evenwijdige schuine strepen langs de oneven zijde tegenover het Hans van Mildertplein.
Artikel 16: parkeervakken werden gemarkeerd door middel van witte markeringen, op de middenberm:
langs de even zijde:
langs de oneven zijde:
Artikel 17: parkeervakken worden gemarkeerd door middel van witte markeringen op de voorbehouden plaatsen voor personen met een handicap en het pictogram wordt op het wegdek aangebracht.
Artikel 18: parkeervakken worden gemarkeerd, aan de oneven zijde in het gedeelte tussen de Wilgenlaan en de Vijverlaan, door een wegbedekking in een andere kleur waarin de letter 'P' wordt aangebracht.
Artikel 19: parkeerzones werden gemarkeerd door middel van witte markeringen:
Artikel 20: witte pijlen die een vermindering van het aantal rijstroken in de gevolgde richting aankondigen, werden gemarkeerd, voor de rotonde aan de Lode Craeybeckxtunnel, langs de even zijde, in het gedeelte begrepen tussen de Pieter Coeckelaan en de rotonde aan de Lode Craeybeckxtunnel.
Artikel 21: een opstelvak voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen werd gemarkeerd ter hoogte van het kruispunt met:
Het verkeersbord F14 werd aangebracht.