Terug

2015_CBS_00872 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Tony Goetz nv, Jacob Jacobsstraat 58, 2018 Antwerpen. Dossiernummer MV2014/465/PV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 06/02/2015 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_00872 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Tony Goetz nv, Jacob Jacobsstraat 58, 2018 Antwerpen. Dossiernummer MV2014/465/PV - Goedkeuring 2015_CBS_00872 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Tony Goetz nv, Jacob Jacobsstraat 58, 2018 Antwerpen. Dossiernummer MV2014/465/PV - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Tony Goetz nv, Jacob Jacobsstraat 58, 2018 Antwerpen. De aanvraag omvat de verandering door uitbreiding, wijziging en toevoeging van een inrichting voor de affinage van edelmetalen.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Tony Goetz nv, Jacob Jacobsstraat 58, 2018 Antwerpen, om op de percelen gelegen op hetzelfde adres, een inrichting voor de affinage van edelmetalen te veranderen door uitbreiding en wijziging.

Artikel 2

Het college beslist de milieuvergunning klasse 2 te weigeren aan Tony Goetz nv, Jacob Jacobsstraat 58, 2018 Antwerpen, voor de echte uitbreiding met een nieuwe installatie voor de productie van goudstaafjes en de toevoeging van het perceel gelegen in de Simonsstraat 48, 2000 Antwerpen.

Artikel 3

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

bedrijfsafvalwaters + sector 27b

afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2;

gassen – gemeenschappelijke bepalingen

afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

gassen – koelinrichtingen / compressoren

afdeling 5.16.3;

gassen – opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten

afdeling 5.16.5. en bijlagen 5.16.1 en 5.16.2;

opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders

afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders

afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;

metalen

hoofdstuk 5.29.

Artikel 4

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere voorwaarden:

-     de totale opslag van gevaarlijke stoffen onder rubriek 17.3.3.2.b wordt beperkt tot 26 385 kg. Hierbij wordt de opslag van ammoniak, salpeterzuur en zoutzuur in bidons niet meer toegelaten, de voorraad natriumhydroxide wordt beperkt tot maximaal 5 IBC’s van 1 000 liter en de voorraad natriumsulfiet wordt beperkt tot 1 000 kg. Het bedrijf is immers gelegen in woongebied, waar een grote voorraad gevaarlijke stoffen niet wenselijk is;

-        na plaatsing van de nieuwe installaties op het dak zal door de exploitant een nieuwe geluidsmeting uitgevoerd worden. Het resultaat van deze meting dient bezorgd te worden aan de dienst milieuvergunningen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be) en de dienst milieutoezicht van stad Antwerpen (melding.milieutoezicht@stad.antwerpen.be);

-     aangezien er per dag niet meer dan één vat geloosd wordt en er gemiddeld 260 werkdagen in een jaar zijn, wordt het te lozen bedrijfsafvalwater beperkt tot 1 400 m3/jaar;

-     voor de lozing van het bedrijfsafvalwater blijven de bijzondere lozingsvoorwaarden uit de vergunning van 8 mei 2002 (dossiernummer AN2002/71) van kracht en dit als aanvulling op de sectorale lozingsnormen van sector 27b;

-     de exploitant dient binnen een termijn van 30 dagen na datum van dit besluit passende lozingsnormen aan te vragen voor nikkel, zilver, zink en kwik. Vervolgens dient een wateranalyse uitgevoerd te worden waarvan het resultaat bezorgd wordt aan VMM, LNE en de dienst milieuvergunningen van stad Antwerpen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be). Bij deze wateranalyse dient ook parameter ijzer opgenomen te worden;

-     de analyseresultaten van de luchtemissiemetingen van 2014 (dit is na plaatsing van de nieuwe scrubbers) dienen nog bezorgd te worden aan de dienst milieuvergunningen van stad Antwerpen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be). Vanwege de ligging in woongebied blijft het aangewezen om jaarlijks emissiemetingen uit te voeren. Het rapport van deze metingen wordt bezorgd aan het college van burgemeester en schepenen, VMM, LNE en AZG.

Brandweervoorwaarden:

Snelblustoestellen

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.
Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Muurhaspels + muurhydrant

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.
Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Bovengrondse hydrant

Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm Ø dient voorzien.
De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt. De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

Artikel 5

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 6 februari 2015 en eindigt op 10 juli 2022.

Artikel 6

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.